Pandoeris neemt afscheid van het luie leventje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gesprek met zijn tante was hem uiteindelijk nog wel meegevallen.
Om te beginnen waren de stenen al weggetoverd toen hij thuiskwam en Pandoeris speelde zijn rol van het zielige jongetje dat spijt heeft van zijn slechte daden, nog beter dan anders.
Het lukte hem bij het binnenkomen zowaar al een traan eruit te persen en daarna ging het jammeren vanzelf.
Toen tante zoals gewoonlijk toch weer medelijden met hem kreeg en hem zijn kwajongensstreken vergaf, zei Pandoeris dat hij iets heel belangrijks te vertellen had.
”Nou, dan ga ik er maar even voor zitten,” zei tante Eleanora.
”Want dat ben ik van jou niet zo gewend.”
Ze zette een kan met koffie op tafel en twee kopjes zonder oor.
Eén ervan schonk ze in en begon dat blazend en slurpend leeg te drinken.
”Het zit namelijk zo,” zei Pandoeris, ”dat ik ga werken.”
Tante Eleanora verslikte zich in de koffie, haar piekhaar sprong overeind en de wrat op haar neus begon spontaan licht te geven.
”Werken?” vroeg ze stomverbaasd en vergat haar mond dicht te doen.
”Ja,” zei Pandoeris een beetje verlegen. ”Bij een vervoerder. Ik moet dan pakjes en zo rondbrengen.”
Tante staarde wezenloos voor zich uit, pakte verstrooid de koffiekan en begon dáár uit te drinken.
”Er zit nog koffie in uw kopje hoor,” waarschuwde Pandoeris haar.
”O ja, dat moet eerst op.”
Eleanora goot de inhoud van het kopje in de kan en dronk dááruit verder.
Pandoeris was blij dat hij nog net op tijd een kopje voor hem zelf ingeschonken had.
”Je hebt het dus over werken, pakjes rondbrengen en zo. Je bedoelt dus dat je iets gaat dóen?”
”Ja,” zei Pandoeris aarzelend.
”Je neemt me toch niet kwalijk dat ik even een paar minuten nodig heb om dit te verwerken, hè?”
Ze pakte de koffiekan om nog eens in te schenken maar ontdekte dat die leeg was.
”Ik zou zweren dat ik nog koffie had,” sprak ze verbaasd. ”O, ik begrijp het al: verkeerde kopje.”
Ze nam het nog volle kopje van Pandoeris en begon dát leeg te slurpen.
”Weet je wat ik nou niet begrijp?” vroeg tante. ”Jarenlang zit ik je achter je vodden aan, dat je eens aan je school denkt, je toekomst. Jarenlang voer je geen klap uit. Als ik je ’s ochtends niet uit je bed zou sleuren, zou je daar de hele dag in blijven liggen. Eén keer sta je dan eens uit jezelf op en besluit je eens iets te gaan doen en dan kom je met zoiets!
Had liever je schoolboeken nog eens doorgelezen.”
”Die heb ik nu in ieder geval niet meer nodig,” zei Pandoeris en hij dacht even dat hij het toch wel jammer vond.
”Sterker nog: je bent ze kwijt! Je denkt toch niet dat je die mag houden als je weggaat. Ik zou nog maar eens goed nadenken over wat je van plan bent om te gaan doen.”
Het gesprek dat hier op volgde, verliep nogal moeizaam.
Tante Eleanora, die al die jaren gewend was om Pandoeris te dwingen iets te gaan dóen, kon de juiste toon niet vinden om hem ervan te overtuigen iets níet te gaan doen.
En Pandoeris, die op wat mislukte toverpogingen na, eigenlijk nooit iets ondernomen had, begon zich steeds meer af te vragen waar hij in vredesnaam mee bezig was.

Het wás dat tante Eleanora het gesprek vrij plotseling beëindigde met de mededeling dat ze hem niet meer wilde zien, anders had Pandoeris zich misschien nog bedacht.
Bij het afscheid nemen zei tante nog dat hij, als hij vóór het nieuwe schooljaar begon, terug zou komen, hij het nog eens mocht proberen.
En Pandoeris verzekerde haar dat hij, als dát het geval zou zijn, hij zeker goed zijn best zou doen op school.
”Ga nou maar,” zei tante. ”En je weet het: geen getover!”
”Ik weet het, tante. Bovendien: ik heb toch geen schoolboeken meer waarin ik toverspreuken kan opzoeken.”
”Dat is waar. Misschien ga je er nog wel eens naar terugverlangen.”
Pandoeris gaf haar een zoen op haar rimpelige wang en liep zonder om te kijken van het huisje weg.
Tot zijn verbazing voelde hij hoe zijn ogen vochtig werden.

Tags:

Reacties mogelijk in het gastenboek.