Archive for januari, 2018

De tijd zal het leren

Author: jeroenstamgast

 

 

Ronald zat in zijn ouderwetse rookstoel met een deken om zich heen.
De wind gierde om het huis en zwiepte de regen tegen de kleine raampjes van het oude dakkapelletje.
Het elektrische kacheltje verspreidde een behaaglijke warmte die niet sterk genoeg was om de hele zolderkamer te verwarmen maar daar had Ronald die deken dan weer voor.
Op het gasfornuisje stond het water in de fluitketel van zijn oma zaliger op het punt van koken en naast de asbak lag een verse bolknaksigaar uit de voorraad van zijn overleden opa klaar om gerookt te worden.
Normaal gesproken zou ik dit gezellig vinden, dacht Ronald. Maar nu weet ik het zo net nog niet. Zevenentwintig jaar ben ik, geen relatie en ik woon, terwijl ik wél een goede baan heb, nog steeds bij de hospita uit mijn studententijd op zolder. Het is zaterdagavond- uitgaansavond- en ik heb geen zin om de leegte van mijn leven op te vullen met de leegte van het uitgaanscircuit.
Hij stond mismoedig op uit zijn stoel, zette het vuur onder de ketel uit en schonk het gloeiend hete water in de oude theepot van zijn oma.
De damp sloeg ervan af en Ronald dacht met weemoed terug aan zijn kindertijd toen hij bij zijn oma logeerde en zij de dampende thee in haar breekbare kopjes schonk.
De thee interesseerde hem toen geen moer- gaf hém maar cola- maar dat gevoel van intense gezelligheid was niet te beschrijven en tegelijk onvergetelijk.
Hij zette zich weer in zijn stoel, sloeg de deken om zich heen  en stak de bolknaksigaar van opa op.
Zie mij nu, dacht Ronald schamper. Mijn volwassen leven is nog maar net begonnen- een jongeman in de kracht van zijn leven zogezegd- en ik drink thee als een oud besje en rook een sigaar van een model waar mijn leeftijdgenoten geen weet van hebben.
Hij hoorde hoe de kat van beneden aan de deur krabbelde om binnengelaten te worden.
“Welja, die oude theemuts kan er ook nog wel bij,” zuchtte Ronald.
Hij stond op en opende de deur om de kat binnen te laten.
Deze schuurde zich langs zijn benen, waggelde naar de stoel en wachtte tot Ronald weer zat.
Voorzichtig nam deze plaats met de sigaar in zijn mond en de kop thee in zijn hand.
De kat sprong op zijn schoot en begon, al spinnend, kopjes te geven.
Dat komt ervan als je je steeds maar met het verleden bezighoudt, mijmerde Ronald. In plaats van aan de toekomst te denken, klamp je je vast aan het verleden en verstar je in het heden.
Toch dacht Ronald soms wel degelijk aan de toekomst maar die vervulde hem met zo’n zorg dat hij daarna snel weer in het verleden dook.
Dat lag vast en daar hoefde je je tenminste geen zorgen over te maken.
Hij zou er heel wat voor over hebben om te weten wat de toekomst voor hem in petto had.
Een plotselinge heftige windvlaag deed de deur van de zolderkamer openwaaien.
Tot zijn stomme verbazing stapte een tijdloze figuur in vreemde kledij zijn kamertje binnen.
De kat sprong geschrokken van Ronalds schoot en verdween in een hoek van de zolderkamer.
Ronald voelde zijn hart in zijn keel bonzen en staarde naar de vreemde persoon.
“Mag ik binnenkomen?” vroeg deze en ging vervolgens zonder toestemming in de stoel tegenover Ronald zitten.
“Wie bent u?” wist Ronald er moeizaam uit brengen.
“Ik kom van Gene Zijde en ga over de tijd,” antwoordde hij. “Af en toe moeten we van De Grote Baas op inspectie in de tijd om het contact met de dagelijkse praktijk te onderhouden en om te kijken of alles goed gaat.”
Een gek, dacht Ronald. Ik zit hier opgescheept met een gek. Hij moet weg. Hier heb ik geen zin in.
“Nou, hier gaat alles goed hoor. U kunt er met een gerust hart weer vandoor gaan.”
De man van de tijd glimlachte.
“Maakt u zich niet ongerust. Ik ga er zo weer vandoor. Met uw opa en oma gaat het trouwens goed. U moet de groeten hebben. Laatst was ik nog in de jeugd van uw opa. Hij maakte zich toen altijd maar zorgen over zijn zwakke gezondheid en uiteindelijk is hij zesennegentig jaar geworden, zoals u weet. Al die zorgen voor niets. Ik bedoel maar…”
“Wat bedoelt u?” vroeg Ronald, compleet in verwarring.
De man van de tijd nam de tijd en gaf niet meteen antwoord.
Het geluid van de wind en de regen nam oorverdovende proporties aan.
“Ik bedoel dat iedereen wel wil weten hoe het hem in de toekomst zal vergaan. Voor je opa zou het een opluchting zijn geweest om te weten dat hij in goede gezondheid oud zou worden maar je oma heeft zich daar tot aan haar slopende ziekte nooit zorgen over gemaakt. Voor háár zou de wetenschap van haar akelige einde een schaduw over haar hele leven hebben geworpen. Ik zou zeggen: geniet zoveel mogelijk van de goede dingen in het heden en voor de rest zal de toekomst het leren.”
“Dus u weet hoe mijn toekomst eruit ziet?” vroeg Ronald gretig.
“Jazeker,” zei de tijdloze. “Ik ken zelfs de toekomst van de mensen die over bijvoorbeeld honderd jaar geboren zullen worden.”
“Zou u mij willen vertellen hoe mijn toekomst eruit ziet? Ik maak me daar namelijk zorgen over, ziet u.”
“Niet doen!”
“Maar dat doe ik juist wél! Ik zou er heel wat voor over hebben om te weten hoe het later met mij zal gaan. Kunt u niet een tipje van de sluier oplichten?” vroeg Ronald, die helemaal vergeten was dat hij niet lang daarvoor meende met een gek van doen te hebben.
“Ik mag van De Grote Baas op mijn inspectierondes in de tijd iemand die dat heel graag wil de toekomst voorspellen. Op één voorwaarde.”
“Wat is die voorwaarde?”
“Dat die persoon toestemming geeft om alles wat hij te horen krijgt zal onthouden. Ook als hij het slechte nieuws bij nader inzien liever niet wil onthouden. Denk eens aan je oma. Dat lieve mensje heeft heerlijk geleefd tot ze die slopende ziekte kreeg die haar een afschuwelijk einde zou bezorgen. Wat denk je, zou ze zo gezellig onbekommerd thee met jou hebben zitten drinken als ze dat vreselijke einde van tevoren had geweten?”
Ronald dacht na.
“Ik denk het eerlijk gezegd niet,” sprak hij aarzelend. “Maar voor mijn opa zou het een hele opluchting zijn geweest om te weten dat hij gezond oud zou worden.”
“Dat wel. Maar zou hij het ook fijn gevonden hebben om te weten dat zijn pas geboren dochtertje nog tijdens zijn leven aan kanker zou overlijden en zijn zoontje waar hij ook veel van hield twee jaar daarna om zou komen bij een auto-ongeluk? Bedenk dat geen enkel leven uit alleen maar goede gebeurtenissen bestaat. Nou: zeg het maar. Overigens, als je toestemming geeft, zou je de eerste zijn die dat doet.
Ronald staarde somber voor zich uit.
“Laat maar,” zuchtte hij.
“Heel verstandig jongen. Neem het leven zoals het komt, geniet van de goede dingen en maak er wat van. En nou ga ik weer want zelfs ik heb niet alle tijd. Het ga je goed!”
Een plotselinge heftige windvlaag deed de deur van de zolderkamer openwaaien.
De kat sprong geschrokken van Ronalds schoot en verdween in een hoek van de zolderkamer.
Afwezig stond Ronald op om de deur weer dicht te doen.
Toen hij ging zitten, meldde de kat zich weer.
Ronald nam hem op schoot, dronk van zijn thee en rookte zijn sigaar.
De wind gierde om het huis en zwiepte de regen tegen de kleine raampjes van het oude dakkapelletje.
Gezellig, vond Ronald.
In gedachten verzonken dwaalde hij af naar de tijd van zijn overzichtelijke kinderjaren maar via het warrige heden kwam hij toch weer uit bij de onvermijdelijke toekomst.
Hij zou er heel wat voor over hebben om te weten wat die toekomst voor hem in petto had.