De smid houdt Tijl voor de gek en Tijl houdt de smid voor de gek.

 

 

VERTELLER: De mensen in de stad krijgen een beetje genoeg van de grappen van onze held. In het serieuze boek trekt hij telkens verder naar streken waar ze hem nog niet kennen. Vaak wordt hij daarbij vergezeld door een letterlijk zeer dikke vriend, Lamme  Goedzak geheten, die zijn vrouw zoekt die verdwenen is. Samen beleven ze leuke maar ook gruwelijke avonturen. Regelmatig straffen zij handlangers van het officiële gezag af en moeten dan weer maken dat ze wegkomen. In ons stuk gaat alles veel gemoedelijker.

 

 

 

 

Een aantal gasten zitten in de herberg rond een tafel.

 

 

BURGEMEESTER: Die Tijl Uilenspiegel begint het nu écht te bont te maken. De hele stad heeft last van zijn vervelende grappen en grollen. Zelfs ík, de burgemeester, moet er af en toe aan geloven.
BANKDIRECTEUR: Is daar nou niets aan te doen, burgemeester?
BAKKER: Ja, kunnen we niet zorgen dat hij ophoudt of gewoon verdwijnt?
DOKTER: Het is toch te gek voor woorden dat die Uilenspiegel maar ongestraft zijn gang kan gaan!
BURGEMEESTER: Zolang hij niet iets strafbaars doet, kunnen we hem niets maken. We zullen iets anders moeten verzinnen. Wie weet er iets?
WAARD: Wat zouden jullie zeggen van een biertje?
DOKTER: Hm, ja, Eén nog dan.
BANKDIRECTEUR: Wacht eens! 

 

Op dat moment komt de smid binnen

 

WAARD: Wou u geen biertje meer?
BANKDIRECTEUR: Ja, natuurlijk wel. Nee, ik bedoel: ik weet iets. Hé smid!
SMID: Hé bankdirecteur!
BANKDIRECTEUR: Smid, luister eens. We willen die vervelende Tijl Uilenspiegel eens een toontje lager laten zingen. Nou ben jij zelf een beetje een grappenmaker. Weet jij niet iets waar we hem mee kunnen pakken?
BAKKER: Een koekje van eigen deeg, als het ware.
DOKTER: Natuurlijk! Dat is het! We moeten de vijand met zijn eigen wapenen bestrijden.
BURGEMEESTER: We moeten hem eens goed in de maling nemen. Dat zal hem leren!
SMID: Tja, dat valt niet mee, hoor. Die Uilenspiegel is sluw.
WAARD: Hier. Neem een biertje. Misschien helpt dat.
SMID: Nou, misschien weet ik iets. Kunnen jullie morgen om kwart voor 12 bij mij thuis zijn?
ALLEN: Ja.
BURGEMEESTER: Wat ben je van plan?
SMID: Dat zult u wel merken.

 

Op dat moment komt Tijl binnen.

 

SMID: Kijk nou eens: als je het over de duvel hebt…Gaan jullie even weg.

 

 

 Tijl ziet iedereen van tafel gaan, kijkt ze na en gaat bij de smid zitten.

 

 

 TIJL: Hm, Iedereen gaat weg. Vinden ze me niet aardig meer?
SMID: Nou, dat zal wel meevallen, Tijl. Ik heb in ieder geval geen hekel aan je. Ik hou zelf ook wel van een grapje. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar al die grappen die je uitgehaald hebt. Weet je wat! Wil je morgen om twaalf uur bij me eten? Als je kúnt natuurlijk.
TIJL: Ja, natuurlijk wel. Als je dat leuk vindt.
SMID: Ik denk dat het erg leuk wordt. Tot morgen dan! (verlaat het podium)
TIJL: Iedereen gaat weg. Ook gezellig! Nou, dan ga ik ook maar.(gaat ook af)

 

 

 

De volgende dag belt Tijl aan bij de deur van het huis van de smid.

 

 

 

TIJL: Hm, zeker niet gehoord. Nog maar eens bellen.

TIJL: Zijn ze soms doof? Ik hoor anders wel veel lawaai achter die deur. Eens door het raam kijken. (doet dit) Zo, ik ben niet alleen uitgenodigd. Die smid heeft een tafel vol met gasten. En veel lekker eten trouwens. Ik zal eens op het raam kloppen. (doet dit) Horen ze nou niets of hoe zit dat! Hé, dove kwartels! Ik heb ook honger! Nou ja! Ze kijken naar me en lachen alleen maar. Wat is dat nou voor een onzin! O, de smid staat op en gaat naar de deur. Zou hij dan tóch open doen?
SMID: Ha die Tijl! Wat kom jij doen?
TIJL: Je had me uitgenodigd om te eten, weet je nog?
SMID: Ik had gezegd: kom bij me eten als je kúnt. Nou, je kunt niet want ik laat je er niet in! Ha ha ha! (doet de deur voor Tijls neus dicht)
TIJL: Nou, sta ik mooi even voor aap. Ik denk dat ik maar eens een rondje om ga.

 

 

 

De  gasten verlaten nét het huis als Tijl weer langs komt.

 

 

 

BURGEMEESTER: Ha die Tijl! Lekker gegeten, kerel!
BANKDIRECTEUR: Je hebt een heerlijke gratis maaltijd gemist, lolbroek!
BAKKER: Een koekje van eigen deeg! Smaakt dat ook?
DOKTER: Ja, hoe voelt het om nou zélf eens in de maling genomen te worden?
WAARD: Sorry, Tijl. Maar als je altijd iedereen altijd in de maling neemt, kun je er op wachten dat ze het een keer terug doen.
TIJL: Hoi, smid! Gefeliciteerd man! Het is je gelukt. Je hebt me er echt in laten lopen.
SMID: Je bent niet boos op me?
TIJL: Welnee,man! Ik kan wel tegen een grapje, hoor. En, eerlijk is eerlijk: het is knap van je dat het je gelukt is. Dat kunnen niet veel mensen zeggen.
SMID: Weet je wat! Ik wil het weer goed maken. Kom vanavond om acht uur bij me eten.
TIJL: Bedankt voor het aanbod maar ik eet niet zo lekker als er zoveel mensen bij zijn.
SMID: Als dat zo is, dan beloof ik je dat je vanavond alléén aan tafel zult zitten.
TIJL: Nou, als ik alleen kan zitten dan kom ik graag.
SMID: Vrouw! Tijl eet vanavond mee!
VROUW SMID: Goed hoor!
SMID: Tot vanavond dan, Tijl! Ik ga nu naar de smederij want ik heb een hoop te doen.

 

 

 

Tijl wacht tot de smid weg is en belt dan aan.

 

 

 

VROUW SMID: Wat ben jij vroeg, Tijl. Je zou toch pas vanavond komen?
TIJL: Dat weet ik maar je man vraagt of je direct even wil komen. Het is heel belangrijk.
VROUW SMID: Vreemd. Wat is het dan?
TIJL: Dat weet ik niet. Hij ging meteen dóór naar de smederij. Het had wél haast, zei hij nog.
VROUW SMID: Nou ja, dan ga ik maar. Ach, vergeet ik de deur dicht te doen.
TIJL: O, die doe ik wel even dicht. (wacht tot ze uit het zicht is)  Zo, en nou ga ik voor mezelf een heerlijke maaltijd bereiden. (gaat het huis in en sluit de deur achter zich)

 

 

 

De smid en zijn vrouw komen gehaast terug.

 

 

 

 

SMID: Volgens mij voert die Tijl Uilenspiegel iets in zijn schild. Ik had helemaal niets tegen hem gezegd. Je had niet naar hem moeten luisteren.
VROUW SMID: Dat weet ik toch ook niet. Als jij iemand uitgenodigd hebt, denk ik natuurlijk dat het wel in orde is.
SMID: Ik vrees het ergste.
VROUW SMID: De deur is inderdaad dicht.
SMID: (kijkt door het raam) Moet je nou eens kijken! Hij zit daar binnen te schransen van ons lekkerste eten dat we zouden bewaren voor als er eens iets heel speciaals was. Hé! Doe open!
VROUW SMID: Hij eet gewoon door.
SMID: Doe open of ik sla het raam in!
VROUW SMID: Als je dat maar laat! Het is óns raam.
SMID: Moet ik dan staan toekijken hoe hij onze kostbare voedselvoorraad er doorheen jaagt! Moet je kijken: hij maakt net een hele dure fles wijn open!
VROUW SMID: Nou wordt ie helemaal mooi! Hij proost naar ons!
SMID: Ik trap die deur in!
VROUW SMID: Ben je gek! Dat is ónze deur!
SMID: Dan zit er niets anders op dan te wachten.
VROUW SMID: Laten we maar even naar de herberg gaan. Dat kan nog wel even duren…

 

 

 

 

Gaan af en komen even later terug.

 

 

 

SMID: Ik ben benieuwd of hij nou open doet. (belt aan, waarna Tijl inderdaad de deur opent)
TIJL: Ha die smid! Dag mevrouw. Ik heb heerlijk gegeten.
SMID: Ik denk dat ik jou maar eens even in elkaar ga timmeren!
TIJL: Ho ho! Waarom? Je had beloofd dat ik alléén aan tafel mocht eten. Nou, dat heb ik gedaan.
SMID: Ja, nou, ik…
VROUW SMID: Heb je dat tegen hem gezegd?
SMID: Ja, maar…
VROUW SMID: Dan heeft hij je gewoon teruggepakt.
TIJL: Ja, je kunt toch wel tegen een grapje, net als ik.
SMID: Je zou om acht uur komen.
TIJL: Als ik alleen eet maakt het toch niet uit hoe laat ik dat doe. Nou, bedankt voor de maaltijd. Wat mij betreft heb je het weer helemaal goed gemaakt. Tot ziens!

 

 

 

Tijl wandelt tevreden weg en de smid en zijn vrouw gaan beteuterd naar binnen.

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.