Het was vlug gegaan.
De man zonder gezicht was zo snel naar de struiken gerend dat verder vluchten geen zin meer had gehad.
Veel gezegd werd er vervolgens niet.
Via een pad dat buiten het dorp om liep, waren ze onder bedreiging van een pistool, naar een enigszins afgelegen schuur aan de rand van het dorp geleid.
Daar aangekomen, werden ze op een stoel vastgebonden.
Maaike en Johan naast elkaar en de directeur een eindje verderop met een prop in de mond, die hem het spreken belette.
De man zonder gezicht pakte een kleine olielamp, stak die aan en scheen de overblijfselen van zijn gezicht bij, terwijl hij vlak voor Maaike en Johan ging staan.
“Daar ben ik dan,” sprak hij met hese stem. “De geest van Sean Bourke. Dit is wat er van je
overblijft als ze proberen je te verbranden. Je hebt nu mijn visitekaartje gezien dus de rest van mijn lichaam zal ik je besparen.
Hij hing de olielamp aan een haakje dat uit een balk stak en schoof twee stoelen bij.
Op een ervan ging hij zitten.
“Die andere is voor mijn moeder. Die zal zo wel komen,” legde hij uit. “Hoewel jullie mijn plannen lelijk in de war geschopt hebben, zal ik jullie verder geen haar krenken als ik klaar ben met die ellendeling daar. Misschien komt het bij nader inzien eigenlijk wel goed uit dat jullie er nu zijn. Dan kunnen jullie na afloop precies vertellen wat er gebeurd is. Misschien zet het die domme lui hier nog een beetje aan het denken. Nou: vraag maar op!”
Twee priemende ogen keken beurtelings van Johan naar Maaike en van Maaike naar Johan.
Maaike overwon haar afschuw en stelde de eerste vraag.
“Hoe komt het dat je nog leeft? Iedereen dacht dat je verbrand was.”
“Omdat die sufferds vergeten waren dat er in de ruimte waar ik opgesloten zat, een luik was waar ik doorheen kon vluchten. Eenmaal buiten gekomen, ben ik in de beek achter de fabriek gesprongen om mijn verbrande plekken af te laten koelen. Daarna ben ik, na een telefoontje, door een vriend van mij opgehaald en naar een privé-kliniek gebracht, waar ik onder een valse naam ingeschreven ben. Doordat mijn vriend goede connecties had, is een en ander nooit nagetrokken. Door mijn allesoverheersende wraakgevoelens, was ik in staat om snel te genezen. Van het begin af aan heb ik geweten dat een politieonderzoek niets zou opleveren. Ik zou nooit kunnen bewijzen dat er opzet in het spel was. Daarom heb ik, samen met mijn moeder, bedacht hoe we alles zouden aanpakken om toch nog gerechtigheid te krijgen. Als jullie er niet tussen gekomen waren, zou alles achter de rug geweest zijn.”
Hij haalde een blikken doosje uit zijn zak.
“Hier zitten pillen in waarmee mijn moeder en ik samen afscheid nemen van deze afschuwelijke wereld. Na de berechting van dát daar.”
Hij knikte met zijn hoofd naar de heftig bewegende directeur.
“Maar waarom kiezen jullie voor zo’n moeilijke oplossing?” vroeg Johan. “Als het jullie alleen maar om het liquideren ging, hadden jullie ze toch ook zonder al die poespas kunnen vermoorden.”
“We wilden die domme dorpelingen, die allemaal geaccepteerd hebben dat de schuldigen nog steeds vrij rondliepen, straffen voor hun hypocrisie, door hen angst in te boezemen.”
“Was jij die monnik met die stormlantaarn?” vroeg Maaike.
“Ja. Ik had jou, het had ook iemand anders kunnen zijn, nodig voor het ontdekken van het lijk van de eerste schuldige.”
“Waar kwam die Gregoriaanse muziek vandaan?”
“Uit een cassetterecorder die ik onder mijn pij verborgen hield.”
“En hoe kwam je zo snel van de eerste naar de tweede heuvel?”
Met een racefiets, die ik klaar had gelegd en daarna achter een struik gegooid heb. Later heb ik die nog opgehaald omdat hij anders door de politie gevonden zou worden.”
“Was jij het, met wie ik gevochten heb?” vroeg Johan.
“Inderdaad. Ik had jou helemaal niet verwacht, dus ik moest wel.”
‘Waarom heb je me niet vermoord toen ik eenmaal onder die boom lag en niet weg kon?”
“Omdat ik geen onschuldige mensen wil vermoorden.”
“Je hebt anders wel die rechercheur neergeschoten.”
“Ik kon niet anders. Het was hij of ik.”
“En die oranje gloed ’s avonds. Wat was dat?”
“Een schijnwerper, aangesloten op een accu. Als mensen eenmaal bang zijn, worden de banaalste dingen angstaanjagend.”
“En deze schuur was al die tijd jullie hoofdkwartier?” vroeg Maaike.
“Ja, die hebben we van onze buurman geleend. Mijn moeder had hem wijsgemaakt dat een aantal van mijn medestudenten op onschuldige wijze het onrecht aan de kaak wilden stellen. Hij wist niet dat ik nog leefde en in het begin was alles ook nog onschuldig. Alleen maar geheimzinnige bangmakerij. Dus in zijn ogen zal het wel geklopt hebben. En hij gunde mijn moeder zo’n soort van genoegdoening wel.”
Op dat moment ging de deur piepend open.
“Kom binnen, moeder,” zei Sean zonder zich om te draaien.
De deur werd piepend gesloten, ‘moeder’ kwam met zware tred de schuur binnen en legde vervolgens een kolossale hand op de schouder van Sean, die zich daarop geschrokken omdraaide.
“Sorry zoon,” sprak Barend. Ik ben het maar. Als je…”
De stem van Barend stokte bij het zien van het verwoeste gezicht van de voormalige geest maar de rest van zijn lichaam herstelde zich snel genoeg om de pols van Sean vast te grijpen, toen deze een pistool op hem wilde richten.
Barend kneep zo hard dat Sean het pistool losliet, dat vervolgens de grond kletterde.
Hij raapte het op, ging op de stoel naast Sean zitten en zei tegen de met stomheid geslagen buurman, die na Barend binnengekomen was, dat hij Maaike en Johan moest losmaken.
Deze deed dat aarzelend terwijl Sean en Barend elkaar aankeken.
Barend keek al snel naar de grond maar richtte wel het woord tot hem.
“Het was slim bekeken van je om iedereen weg te lokken zodat je hier je gang kon gaan.” ”Ik zou je vrienden niets aangedaan hebben. Het gaat mij alleen maar om die schurk daar. Ik heb er alles voor over om hem zijn verdiende straf te laten ondergaan. Kun je je dat voorstellen als iemand je probeert te vermoorden en je daardoor van knappe jongeman verandert in een monster?”
Barend zweeg veelbetekenend en Maaike, die inmiddels was gaan staan, nam het gesprek over.
“Ik kan me er wel iets bij voorstellen maar ik wil je twee dingen zeggen. Ten eerste: ik ken iemand met ernstige brandwonden die daarna toch een gelukkig leven heeft opgebouwd, met een gezinnetje en alles wat daarbij hoort. En ten tweede: je mag nooit eigen rechter spelen.”
Sean’s ogen schoten vuur.
“Ik wil daar ook twee dingen op zeggen! Ten eerste is het bij hem waarschijnlijk veroorzaakt door een ongeluk en niet door een poging tot moord, afgezien van het feit of ik wel of niet een gelukkig gezinnetje had willen opbouwen. En ten tweede: de politie heeft de kans om rechter te spelen moedwillig voorbij laten gaan.”
“Maar nu zullen ze er toch wel niet omheen kunnen, na alles wat er gebeurd is.”
“Na alles wat er gebeurd is, zullen moeder en ik veroordeeld worden en voor die ploert daar zal het wel weer met een sisser aflopen.
Op dat moment zwaaide de deur open en verscheen de breekbare gestalte van weduwe Bourke in de deuropening met een heel wat minder breekbaar jachtgeweer in de aanslag.
Daarna gebeurden er veel dingen tegelijk.
Om te beginnen klonk er een oorverdovende knal, gevolgd door een enorme rookontwikkeling
Vervolgens schoot de weduwe de olielamp aan flarden, terwijl Sean in het halfduister overeind sprong en de directeur met stoel en al naar de deuropening begon te slepen.
Johan wilde dat verhinderen maar zag daar vanaf toen hij, ondanks de rookontwikkeling, een jachtgeweer op zich gericht zag.
“Blijf daar!” schreeuwde de weduwe met schelle stem. “We willen jullie geen kwaad doen maar dwing ons niet daartoe!”
Sean verdween met directeur en stoel naar buiten en even later klonk er, boven het hoesten en proesten vanwege de rook uit, het starten van een auto.
De weduwe verdween en sloot de deur, waarna het geluid van een wegrijdende auto klonk.
Johan gooide de deur open en alle aanwezigen stormden naar buiten om daar naar adem te happen.
Een aantal minuten gingen voorbij zonder dat iemand sprak.
Maaike keek naar Barend.
“Waarom heb jij niets met dat pistool gedaan?”
“Veel te riskant,” oordeelde Barend. “De weduwe zou zeker teruggeschoten hebben en een van ons hebben kunnen raken. En dat risico wilde ik niet lopen voor zo’n moordenaar.”
“Zullen we bij mij thuis de komst van de politie afwachten,” stelde de buurman voor.
Zwijgend wandelde het viertal door de verlaten straat, onderwijl door heel wat bewoners vanachter hun ramen nagestaard.
Niemand kwam naar buiten.

Drie dagen later was het voorlopig onderzoek afgesloten, de rust in het dorp enigszins weergekeerd en de auto van Johan zowaar gerepareerd.
De geest van Sean Bourke leek in rook te zijn opgegaan, de weduwe Bourke spoorloos verdwenen en ook van de directeur was tot nu toe geen spoor te bekennen.
“Die zal wel letterlijk in rook zijn opgegaan,” meende Johan.
Toch was er voor de politie geen reden om Maaike, Johan en Barend nog langer in het dorp te houden, zodat ze die ochtend af konden reizen.
De kastelein van de ‘singing pub’ had speciaal voor hen die morgen nog een Irish breakfast verzorgd en voor ze wegreden waren een aantal dorpelingen nog afscheid komen nemen om hen een goede reis toe te kunnen wensen.
“Raar hoor,” vond Johan, terwijl hij de auto startte. “Alles gaat alweer zijn gewone gangetje.
Als je niet beter wist, zou je denken dat er hier niets gebeurd was.”
“Nou, toch denk ik wel dat er over dit alles nog lang nagesproken zal worden,” veronderstelde Maaike.
“Misschien wel maar als je nu deze vredige dorpsstraat bekijkt, waar we nu doorheen rijden, zou je zeggen dat de tijd hier stil is blijven staan en er nooit iets gebeurt of ooit zal gebeuren.”
“Dat is ook maar beter zo,” vond Barend. “Het leven gaat door, of de tijd nu wel of niet stilstaat.”
“Wat ben jij filosofisch,” lachte Johan.
“Ach, ik heb lekker gegeten daarnet en dan kom ik wel eens tot dit soort gedachten,” filosofeerde Barend en sloot, breeduit gezeten op de achterbank, de ogen voor een dutje.
Maaike en Johan keken elkaar aan.
“We moeten er vooral voor zorgen dat hij deze terugreis veel en lekker te eten krijgt,” stelde Maaike voor.
Johan trapte lachend het gaspedaal in en de oude auto scheurde brullend door de ruige uitgestrektheid van het lege land.

Reacties mogelijk in het gastenboek.