Dankzij mijn oudste dochter Amber die momenteel weer bij mij inwoont, heb ik ook een inwonend hondje.
Het is een chihuahua die door zijn enigszins gedrongen postuur en beige vacht wel iets wegheeft van een speelgoed teddybeertje.
Het is een aandoenlijk beestje dat alleen maar aardig gevonden wil worden en binnenshuis het liefst bij je op schoot zit of in ieder geval in de buurt.
Buitenshuis, tijdens het uitlaten, heeft hij toch wel iets weg van een hond met zijn gesnuffel en hier en daar een plasje plegen maar echt serieus genomen wordt hij door de andere honden nou ook weer niet.
Dat uitlaten is geleidelijk aan mijn klusje geworden daar Amber een drukke baan met wisselende diensten heeft en er een sociaal leven op na houdt terwijl ik tegenwoordig zwem in een zee van tijd.
´s Ochtends, ´s middags en ´s avonds lopen we ons bescheiden rondje en ik moet zeggen dat ik dat helemaal niet erg vind.
Wat overigens niet wil zeggen dat ik het hondje erg zou missen als Amber weer op zichzelf gaat wonen en hem meeneemt want zó leuk is het nou ook weer niet.
Maar voorlopig ben ik voor Calum- zo heet ie- zijn baasje geworden want zo’n beest hecht zich het meest aan degene van wie hij eten en aandacht krijgt.
Tijdens het uitlaten heb ik altijd een paar boterhamzakjes bij me die ik gebruik om de poep van mijn kleine metgezel op te ruimen.
Ik doe dat altijd plichtsgetrouw en ik was dan ook verbaasd dat een man die in de tuin van zijn twee onder één kap woning een sigaartje rookte mij terechtwees met de woorden “Dat is niet netjes, hè,” toen Calum poepte op het trottoir vlak bij zijn tuin.
Ik hield daarop lachend mijn boterhamzakje omhoog met de woorden “Maar ik ruim alles netjes op hoor,” en dacht dat de zaak daarmee wel afgedaan zou zijn.
Dat bleek niet het geval.
“Toch is het niet netjes,” vond de man.
“Maar waarom dan niet?” vroeg ik. “Ik ruim het toch op.”
“U laat dat hondje van u op mijn oprit poepen en dat vind ik niet netjes.”
Ik keek naar Calum die net klaar was en zag dat zijn bescheiden productie inderdaad zo’n tien centimeter tuininwaarts lag.
Ik verklaarde nogmaals dat ik alle poep altijd netjes opruim en me daarom van geen kwaad bewust was en ruimde ondertussen alles extra grondig op.
“U had dat hondje ook ergens verderop kunnen laten poepen. Om dit hier te doen vind ik niet netjes,” herhaalde de man rustig.
Ik voelde me als een stout jongetje dat onterecht terechtgewezen wordt en daar kan ik slecht tegen.
“Jammer dat u het als een provocatie ziet,” besloot ik de discussie en verliet het plaats delict met een gezicht dat er geen misverstand over liet bestaan dat ik hem maar een kleinzielig naar mannetje vond. “Een fijne dag verder.”
Op weg naar huis overdacht ik nog eens goed wat er precies gebeurd was en tot mijn ergernis moest ik toegeven dat de man vanuit zijn standpunt gezien niet helemaal ongelijk had.
Sterker nog: hij had méér gelijk dan ik.
Zit je daar lekker in je tuin een sigaartje te roken en dan komt er een vent aanzetten die uitgerekend bij jouw tuin zijn hond laat poepen terwijl er verder een hele lege straat tot zijn beschikking staat.
En als je dan rustig zegt dat je dat niet netjes vindt, is meneer nog gepikeerd ook!
Het zat me niet lekker en de dagen erna moest ik er regelmatig aan terugdenken.
Door de manier van discussie voeren- de man rustig en correct en ik geprikkeld en neerbuigend- was de man, ongeacht wie er echt gelijk had, de morele winnaar.
De conclusie om op moreel gebied te falen kan in mijn gedachtewereld  een grote plaats opeisen en kafkaëske proporties aannemen.
Ik besloot dan ook om op de zaak terug te komen zodra ik de man weer zou zien en zo bracht ik mijn morele kompas weer in balans.
Een paar dagen later, toen ik weer mijn rondje met Calum liep, zag ik hem toevallig op de oprit zijn auto schoonspuiten en zonder dralen stapte ik op hem af om mijn voornemen ten uitvoer te brengen.
“Meneer, kan ik u even spreken?”
Hij keek me verbaasd aan en stopte met spuiten.
“Ik wil nog even terugkomen op dat akkefietje met dat poepen voor uw tuin laatst. Op het moment dat het gebeurde was ik me werkelijk van geen kwaad bewust omdat ik de poep altijd netjes opruim maar later heb ik alles nog eens goed overdacht en heb ik úw kant van de zaak bekeken en begrijp ik de opmerking dat u het niet netjes vond. Wat u met deze informatie doet moet u zelf weten maar ik vind het belangrijk dat u weet dat ik die opmerking nu begrijp en daarom wil ik u mijn welgemeende excuses aanbieden voor mijn geïrriteerde reactie.”
De man keek me blij verrast aan.
“Ik vind het heel bijzonder van u dat u daar op terugkomt en aanvaard buitengewoon graag uw excuses. Dank u wel.”
“En u ook bedankt. Ik ben blij dat de kou nu uit de lucht is.”
We groetten elkaar vriendelijk ten afscheid en ik vervolgde mijn uitlaatrondje in een opperbeste stemming.
Ongelooflijk eigenlijk wat een voldaan gevoel je kunt overhouden aan het maken van welgemeende excuses.
Ik kan het iedereen in deze gepolariseerde wereld van harte aanbevelen!

 

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.