Het was een stormachtige namiddag in oktober.
We zaten aan de ronde tafel van ons stamcafeetje in de Zeestraat.
Vanachter het grote raam in de pijpenla was goed te zien hoe de wind tekeer ging en boombladeren, vermengd met afval door de bijna verlaten straat joeg.
Binnen voelde het warm en knus.
De stemming zat er na het zoveelste rondje goed in en de gezelligheid steeg naar een hoogtepunt.
Plotseling drong het besef tot me door dat dit niet eeuwig kon voortduren.
Er zou een einde komen aan dit heerlijk samenzijn.
Mijn vrienden zouden huiswaarts keren en morgen was er weer een dag.
Dit wat ik nu meemaakte en de saamhorigheid die ik nu voelde, zouden nooit meer op deze manier samenkomen.
Dit alles was gedoemd om te verdwijnen in de tijd.
Ik betaalde snel mijn rekening, sloeg mijn jas dicht om me heen en worstelde tegen de wind in alvast maar richting vergetelheid.

Reacties mogelijk in het gastenboek.