Ploegend zwoeg ik
Door het mulle zand
Mijn aanwezigheid
Laat onmiskenbaar sporen na
Op elke trimbaan ziet men
Waar ik ga of sta
Dat laatste doe ik veel
Wanneer ik weer eens briesend strand

 

Een lichaam als een mooie hinde
Haalt mij mijnzaam in
Getergd ga ik dan over
Tot gestrekte draf
Ik doe mij voor als renpaard
Maar leg het hijgend af
Als logge knol een ranke sprinter spelen
Heeft geen zin

 

Een gracieuze gazelle
Springt mij luchtigjes voorbij
Ik achtervolg
Terwijl mijn lichaam protesteert
Maar het is mijn ego
Dat zich wezenlijk bezeert
Al snel
Passeert het ene rendier na het ander mij

 

Ik val stil
En bijt verbeten in het stof
Hef mijn ogen ten hemel
En zie een nachtmerrie gaan
Ik erken mijn plaats
En verlaat de sportersbaan
Ga af
Met moedeloos geslof

 

De drang tot mooi en snel bewegen
Maakt mij het leven zuur
Ik word toch geen hinde of gazelle
Als ik ren
Mijn lichaam blijft zo lomp
Als ik het heel mijn leven ken
Ik héb het niet maar bén het wel:
Een antilopefiguur.

 

 

mei 1993

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.