Het is al weer enige weken later als Johan, Barend en Maaike in de stamkroeg van Barend zitten om de goede afloop te vieren.
“Ik moet zeggen Johan, dat je een leuk restaurantje uitgezocht hebt,” zei Barend tevreden.
“Ik heb heerlijk gegeten.”
“En veel!” vulde Maaike aan. “Die arme obers konden het gewoon allemaal niet aanslepen wat jij allemaal bestelde.”
“Nou ja, dan hebben ze in ieder geval eer van hun werk gehad,” beëindigde Johan de discussie die dreigde te ontstaan.
“En ik had nog wat in te halen,” vervolgde Barend. “Zo geweldig was dat eten bij de Luxemburgse politie nou ook niet.”
“Maar waarom hielden ze jullie dan zo lang vast?” vroeg Maaike.
“Ze vertrouwden ons niet zo erg,” vertelde Johan. “Ze hadden dan wel dat anonieme telefoontje van Wilhelm gehad zodat ze ons tegemoet reden maar verder waren we net zo verdacht als de rest. Tenslotte hadden we gewoon ingebroken en waren we in het bezit van een pistool. Pas toen we ze ervan overtuigd hadden dat het ons om de beloning en het avontuur te doen was geweest, werden ze wat vriendelijker.”
“Maar zelfs toen vond ik ze nog knap vervelend,” bromde Barend.
“Nou ja, je was zelf ook niet erg vriendelijk. En die brief van Wilhelm die ze wilden zien, was spoorloos verdwenen. Dat was natuurlijk ook vreemd. En toen de politie ging zoeken op de plek waar we ze ontmoetten omdat je daarvóór de brief nog had, heb je nauwelijks meegewerkt.”
“Omdat ik alles onzin vond,” mopperde Barend.
“Maar waarom wilde je na onze vrijlating persé nog eens kijken daar?”
“Gewoon, omdat ik aan mezelf begon te twijfelen. Een soort nieuwsgierigheid zou je kunnen zeggen.”
“En, heb je die brief nog gevonden?” vroeg Maaike.
“Nee,” antwoordde Barend. “En dat is vreemd want toen deed ik wél mijn best om hem te vinden.”
“Dat kun je wel zeggen,” zei Johan. “Je was er niet vandaan te slaan. Bovendien zocht je ook nog op een andere plek.”
Barend nam een slok van zijn bier.
“En een dorst dat je krijgt van al die verhoren! Ik heb het hele verhaal geloof ik wel honderd keer verteld. En de politie alles maar natrekken.”
“Ja, ze hebben mij ook gebeld over die aanrijding die ik had met die begrafenisauto,” zei Maaike. En ik weet dat ze Johans werk hebben gebeld en misschien nog wel andere mensen.”
“Tja,” zei Johan. “En dan te bedenken dat de beloning die we krijgen ook nog tegenvalt.”
“Maar daar heb ik iets op gevonden,” zei Barend. “Het enige wat ik wil hebben van die beloning, is mijn salaris dat ik nog tegoed had. De rest is voor jou.”
“Dat wil ik niet, hoor. We delen alles eerlijk,” protesteerde Johan.
“Geen sprake van! Zonder jou had ik niets gehad. Bovendien zal ik nooit vergeten hoe je echt je leven voor mij gewaagd hebt om me te bevrijden. Ik ga nog even een drankje halen om de goede afloop te vieren.”
Barend stond resoluut op en verdween naar de tap.
“Een rare vent, die oom van je,” vond Maaike. “Aan de ene kant is hij lomp en onbehouwen maar aan de andere kant toch ook wel gevoelig, geloof ik.”
“Toch heb ik het gevoel dat hij iets achterhoudt,” peinsde Johan. “En dat heeft volgens mij te maken met die brief van Wilhelm. Ik maak me namelijk sterk dat hij die brief, toen we later nog eens gingen zoeken, wel degelijk gevonden heeft. En als ik echt kwaad wil denken, vermoed ik dat hij in die verwarrende momenten van onze ontmoeting met de politie, tijd heeft gevonden om die brief te verstoppen. En dat heeft op de een of andere manier dan weer te maken met het feit dat hij die beloning niet wil hebben.”
“Denk je dan dat er iets méér was dan die brief alleen?” vroeg Maaike.
“Ja,” zei Johan. “Maar ik heb besloten om er niet verder op in te gaan. Soms is het beter om iets maar niet te weten.”
“Dat ben ik van jou niet gewend,” lachte Maaike. “Je bent wel erg op hem gesteld, hè?”
“Ja, maar op jou nog veel meer,” zei Johan en gaf haar een dikke zoen.
Barend zat ondertussen, met zijn broek nog aan, op de rand van de wc.
“Even een ogenblik voor mezelf,” mompelde hij en ontvouwde een prop papier waar nog iets in zat ook.
Rare vent, die Wilhelm, dacht hij. Neem nou zo’n brief met inhoud. Dat had hij niet hoeven doen.
Hij las het p.s. nog eens: ‘voor alle zekerheid doe ik twee diamanten bij de brief. Jullie zien maar wat je ermee doet.’
Barend stopte de diamanten in zijn broekzak, verscheurde de brief tot kleine snippertjes, gooide deze in de wcpot en trok vervolgens door.
Soms moet je iemand tegen zichzelf beschermen, dacht hij. Johan is zo irritant eerlijk dat hij die diamanten beslist niet zou willen hebben. Maar hij is niet vies van geld. Nou heeft hij in ieder geval nog een flinke beloning doordat hij verder niet met mij hoeft te delen. Trouwens, volgens mij vermoedt hij iets, al praat hij er niet over. En wie zwijgt stemt toe, tenslotte. Je moet alles niet moeilijker maken dan dat het al is.
Barend bestelde de drankjes en wandelde terug naar de tafel waar Johan en Maaike in een gezellig gesprek verwikkeld waren.
“Als ik even storen mag,” begon Barend. “Dan wil ik graag een toast uitbrengen op de goede afloop en op jullie twee natuurlijk.”
Johan hief het glas en zei plechtig, terwijl hij Barend doordringend aankeek: “En ik toast op het gezegde ‘eerlijk duurt het langst’”
Er viel een stilte waarbij Johan en Barend elkaar aankeken en die pijnlijk geworden zou zijn als Maaike niet had ingegrepen.
“En ik toast gewoon op de vriendschap.”
Hierin kon iedereen zich vinden.                                                                                               De glazen werden hartelijk geklonken en dit was de voorbode van een gezelligheid die tot in de kleine uurtjes zou duren.

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.