{"id":717,"date":"2012-07-13T20:00:59","date_gmt":"2012-07-13T18:00:59","guid":{"rendered":"http:\/\/jeroenstamgast.nl\/?p=717"},"modified":"2012-07-13T20:09:11","modified_gmt":"2012-07-13T18:09:11","slug":"hoofdstuk-5-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/?p=717","title":{"rendered":"hoofdstuk 5"},"content":{"rendered":"<p>Het was donker, koud en het miezerde een beetje.<br \/>\nKortom: allemaal omstandigheden die garant leken te staan voor een geslaagd avondje inbreken maar Barend had er nu al de dood over in.<br \/>\nHij vroeg zich af wat hem er in vredesnaam toe bewogen had om in te stemmen met een hoogst twijfelachtig plan, notabene verzonnen door iemand die zelf hoogst twijfelachtig was.<br \/>\nHij keek schuin opzij naar Wilhelm, die samen met Johan de plattegrond van het Arendsnest bij het schijnsel van een zaklantaarn nog eens doornam.<br \/>\nHet was natuurlijk waar dat deze mislukte namaakschurk niets te verliezen had en met deze onderneming alleen maar iets winnen kon.<br \/>\nTenminste, als ze erin zouden slagen het belastende materiaal uit de kluis te stelen en aan de politie te overhandigen.<br \/>\nMaar echt vertrouwen deed hij hem toch niet.<br \/>\nHij had nog steeds het gevoel dat er ergens een addertje onder het gras verscholen zat dat plotseling genadeloos zou toehappen.<br \/>\nHij keek eens naar Johan, die naar de plattegrond staarde als een jonge hond naar een vette kluif.<br \/>\nHij wist het met Johan niet.<br \/>\nAan de ene kant had hij tijdens het gevecht in de herberg bewezen zijn mannetje te staan en straalde hij in zijn hele manier van doen beslist ook wel iets uit en was het iemand om rekening mee te houden, maar aan de andere kant vond hij hem toch wel erg na\u00efef<br \/>\nMaar ja, misschien zag hij hem toch nog teveel als zijn kleine neefje, wat hij natuurlijk niet meer was.<br \/>\nKleine neefjes worden tenslotte ook groot.<br \/>\nEn waar hij eigenlijk nog wel het minste vertrouwen in had, was hij zelf.<br \/>\nIn zijn jonge jaren had hij dan wel eens wat \u2018geintjes\u2019 uitgehaald maar een echte avonturier was hij nooit geweest.<br \/>\nHij mocht in de ogen van velen dan misschien een vrijbuiter zijn, maar gewoon je eigen gang gaan wil nog niet zeggen dat je het leuk vindt om samen met anderen op avontuur te gaan.<br \/>\nEn nu zat hij hier opgescheept met een gesjeesde misdadiger en een goedwillende padvinder om zich in een of ander onduidelijk avontuur te storten.<br \/>\nAls het aan hem lag, zagen ze af van de uitgeloofde beloning en verdwenen ze met stille trom naar huis en Wilhelm kon wat hem betreft met zijn plannetje doen wat hij wou, maar dan wel zonder hen.<br \/>\nHelaas, Johan en Wilhelm maakten aanstalten om te vertrekken en Barend wist niets beter te doen dan ook maar aanstalten te gaan maken.<br \/>\nDat duurde zo een tijdje tot Barend er genoeg van kreeg.<br \/>\n\u201cGaan we nou, of gaan we nou niet? Zo lollig vind ik het hier nou ook weer niet.\u201d<br \/>\n\u201cJa,\u201d besloot Wilhelm. \u201cWe moeten gaan. Denk om wat ik gezegd heb. We gaan via de achterkant en, hoewel ze om deze tijd de zaak niet echt in de gaten houden, moeten we toch op onze hoede zijn. Ze hebben geen reden om bezoek te verwachten dus laten we dat zo houden.\u201d<br \/>\nWilhelm ging voorop, Johan volgde en Barend sloot met een bedrukt gezicht de rij.<br \/>\nZe volgden een tamelijk smal pad dat slecht begaanbaar was en kennelijk niet veel gebruikt werd.<br \/>\nJohan lette goed op waar Wilhelm zijn voeten zette want de vele gaten en kuilen waren in het donker slecht te zien.<br \/>\nHet paadje werd nu nog smaller en ging daarbij ook nog omhoog.<br \/>\nZe moesten vaak bukken om zonder kleerscheuren onder laaghangende takken door te komen.<br \/>\nJohan vroeg zich af hoe lang het nog zou duren voor hij het enorme kapmes dat hij bij zich droeg, zou moeten gebruiken om zich door het gebladerde een weg te banen.<br \/>\nDat bleek mee te vallen.<br \/>\nZe kregen weer wat meer loopruimte maar Johan kon de gedachte niet van zich afzetten dat je dat mes ook voor andere dingen kon gebruiken.<br \/>\nHij had zich er al een paar keer op betrapt dat hij, toen hij meende in het donker iemand te zien, zijn kapmes in gereedheid bracht om toe te kunnen slaan.<br \/>\nEn dat vond hij toch geen prettig idee want stel je voor dat hij er inderdaad op in zou hakken en zo iemand zou doden, wat dan?<br \/>\nKon hij dan wel volstaan met tegen de politie te zeggen dat ze dit alles deden om het recht zijn loop te doen hebben?<br \/>\nZou de politie het niet vreemd vinden dat ze met een ex-medewerker van een bende op pad waren om uit een kluis belastend materiaal te halen?<br \/>\nZou de politie niet denken dat ze alleen maar juwelen wilden stelen en hen gewoon als misdadigers beschouwen?<br \/>\nJohan kreeg een steeds onbehaaglijker gevoel dat nog onbehaaglijker werd toen hij zich bedacht dat je, ook al was het dan een misdadiger die je doodde, toch een moord op je geweten zou hebben.<br \/>\nHet liefst zou hij rechtsomkeert maken maar Wilhelm voor hem liep gewoon door en Barend achter hem sloot gewoon aan, zodat hij ook wel moest blijven voortbewegen.<br \/>\nHet gaf hem trouwens wel een fijn gevoel dat Barend achter hem liep.<br \/>\nZijn aanwezigheid garandeerde natuurlijk geen goede afloop maar hij had wel het idee dat hij op hem  rekenen kon als er iets zou gebeuren.<br \/>\nHij keek wel niet meer zo tegen hem op als vroeger toen hij zelf nog klein was en hij besefte ook wel dat de jaren bij hem waren gaan tellen, maar het leek hem nog steeds iemand waar je beter geen ruzie mee kon hebben en die in zijn leven al heel wat meegemaakt had, zodat hij zich niet zo gauw uit het veld zou laten slaan.<br \/>\nBovendien was Wilhelm er ook nog die hen verzekerd had dat hij alle sluipweggetjes op zijn duimpje kende en precies wist op welke tijden er in het Arendsnest rust heerste, zodat ze zonder al te veel problemen hun gang konden gaan.<br \/>\nEcht vertrouwen deed hij hem niet maar hij ging er vanuit dat deze onderneming voor hem de enige manier was om te redden wat er nog te redden viel, zodat de samenwerking geen gevaar liep.<br \/>\nZe klauterden nu via een rotsachtige berg omhoog en hij had zich al een paar keer bezeerd aan de harde ondergrond.<br \/>\nOok Wilhelm had moeite met al dat geklauter en het was hem aan te zien dat hij dit niet dagelijks deed.<br \/>\nEn niet alleen lichamelijk had hij het moeilijk, ook geestelijk zat hij in de problemen.<br \/>\nHij begon steeds meer te twijfelen aan zijn plan en werd steeds meer de lafaard die hij altijd geweest was.<br \/>\nMet de moed der wanhoop hield hij zich goed om vooral zijn twee metgezellen niet af te schrikken want zonder hen kon hij het schudden.<br \/>\nHij dwong zichzelf om \u00e9\u00e9n keer in zijn leven dapper te zijn om hierna een nieuwe start te kunnen maken.<br \/>\nHij had geen keus en ook de behoefte aan wraak op de bende die hem min of meer gedwongen bij de misdaad had betrokken, hield hem op de been.<br \/>\nHij had redelijk vertrouwen in Johan en Barend die bewezen hadden goede vechters te zijn en het idee dat zij degenen waren die zo meteen het vuile werk moesten opknappen terwijl hij grotendeels buiten schot bleef, stelde hem toch ook wel weer gerust.<br \/>\nZe waren nu bij een steile rotswand aangekomen en de kleine expeditie hield halt.<br \/>\n\u201cHier moeten we omhoog,\u201d fluisterde Wilhelm.<br \/>\n\u201cIk begrijp ook wel dat we er niet d\u00f3\u00f3rheen kunnen,\u201d mopperde Barend. \u201cMaar ik ben toch wel benieuwd hoe jij hier omhoog denkt te kunnen gaan.\u201d<br \/>\n\u201cDaar hebben we het touw voor meegenomen. Luister, Barend. Jij helpt Johan zo ver mogelijk omhoog. Johan, het laatste stukje heb je een beetje meer houvast aan de uitsteeksels van de rots, dus daar klim je op eigen kracht verder. Wij gooien het touw naar je toe. Jij maakt het vast aan een boom en wij klimmen via het touw omhoog.\u201d<br \/>\nZo gezegd, zo gedaan.<br \/>\nJohan was vrij snel boven en even later hing het touw klaar voor Wilhelm.<br \/>\nBarend hielp hem zoveel mogelijk want Wilhelm kwam nauwelijks omhoog.<br \/>\nToen Wilhelm op een gegeven moment Barends hoofd als springplank dreigde te gaan gebruiken, werd het hem toch te bar.<br \/>\n\u201cH\u00e9, via het touw omhoog, zei  je toch!\u201d<br \/>\nBarend ondersteunde Wilhelms voeten en duwde hem zo ver mogelijk naar boven.<br \/>\nMet veel moeite klauterde Wilhelm tot Johans uitgestrekte arm, die hem verder hielp.<br \/>\nNatrillend van inspanning sloeg hij vervolgens Barend gade, die op zijn beurt met zijn zware lichaam in een gevecht met de wetten van de zwaartekracht gewikkeld was.<br \/>\nHet eerste stuk ging nog wel maar het laatste stuk was echt afzien voor hem.<br \/>\nEenmaal bovengekomen, liet hij zich buiten adem op de grond vallen.<br \/>\n\u201cVolgende keer zoek je maar een andere gek voor die ongein. Ik ben verdorie geen klimgeit.\u201d<br \/>\nWilhelm schonk geen aandacht aan hem en bekeek de muur die om het Arendsnest lag.<br \/>\n\u201cDit is het laatste obstakel. Als we dat gehad hebben, zijn we eigenlijk al in het Arendsnest.<br \/>\nBarend keek eens naar de hoge muur en kroop vervolgens terug naar het touw dat er nog steeds hing.<br \/>\n\u201cIk ga naar huis. Ik heb genoeg geklommen voor vandaag.\u201d<br \/>\n\u201cWacht nou even,\u201d zei Wilhelm. \u201cHier hoeven we niet overheen. Ik weet een gat in de muur waar we d\u00f3\u00f3rheen kunnen.\u201d<br \/>\nBarend was nog niet echt overtuigd.<br \/>\n\u201cMet dat gat zal ook wel iets aan de hand zijn, dat zul je zien.\u201d<br \/>\n\u201cKom nou maar mee,\u201d zei Johan.<br \/>\nZe slopen langs de muur en hielden halt op een teken van Wilhelm.<br \/>\n\u201cHier is het.\u201d<br \/>\n\u201cWaar dan?\u201d vroeg Barend argwanend.<br \/>\n\u201cHier,\u201d zei Wilhelm en wees op een flink uit de kluiten gewassen struikenpartij.<br \/>\n\u201cIn mijn jeugd speelde ik hier vaak maar in de loop der jaren is dat gat helemaal dichtgegroeid en niemand, behalve ik, weet dat dat gat daar zit.<br \/>\nJohan hakte met zijn hakmes op de takken in.<br \/>\nNa een paar houwen stopte hij plotseling.<br \/>\n\u201cHoren ze dit nou niet?\u201d<br \/>\n\u201cDe wind staat gunstig en bovendien zijn ze wel gewend aan dit soort geluiden. Er wordt in deze bosrijke omgeving wel meer gekapt,\u201d antwoordde Wilhelm.<br \/>\nJohan hakte verder en Barend boog de bijna afgehakte takken telkens verder opzij.<br \/>\n\u201cKijk,\u201d zei Wilhelm. \u201cDoordat die ene zware tak nu weg is, is de opening groot genoeg om er doorheen te kunnen.\u201d<br \/>\nMoeizaam kropen ze door het struikgewas dat aan de andere kant van de muur verder ging.<br \/>\nTussen deze struiken en het gebouw was een open terrein dat overgestoken diende te worden.<br \/>\nWilhelm keek op zijn horloge.<br \/>\n\u201cWe hebben nog een half uur. Daarna gaat de nachtbewaking in. Tot die tijd gaan ze er van uit dat niemand het in zijn hoofd zal halen in te breken en nemen ze het niet zo nauw met de bewaking. De schrik zit er bij de mensen in de omgeving goed in en ze zijn op het Arendsnest een beetje overmoedig en nonchalant geworden.\u201d<br \/>\n\u201cEn om te bewijzen dat dit werkelijk zo is, mag jij als eerste oversteken,\u201d zei Johan.<br \/>\nWilhelm slikte even, weifelde maar rende toen resoluut in gebogen houding naar de overkant.<br \/>\nJohan wachtte een moment om te zien of er iets gebeurde en volgde, toen dit niet het geval bleek te zijn, de route van Wilhelm.<br \/>\nOok Barend liep het traject en was net op tijd om het geschrokken gezicht van Johan te zien, die door het raampje van de keukendeur naar binnen keek.<br \/>\n\u201cJe zal je plan moeten wijzigen, Wilhelm. Er is namelijk iemand in de keuken, die volgens jou absoluut leeg zou zijn om deze tijd.\u201d<br \/>\nWilhelm keek ook en zijn hersenen werkten op volle toeren.<br \/>\n\u201cDat is de kok. Die heeft altijd honger en haalt een tussendoortje uit de koelkast. Ik ga bluffen. Let op.\u201d<br \/>\nTot verbazing van Johan en Barend opende Wilhelm, of het de gewoonste zaak van de wereld was, de deur van de keuken en groette joviaal de kok, die geschrokken stopte met kauwen en een \u2018mondvol\u2019 open liet hangen.<br \/>\nWilhelm wandelde op zijn gemak rond de grote tafel die in het midden van de keuken stond naar de kok, die bedremmeld achteruit drentelde.<br \/>\n\u201cHoe-hoe komt u hier?\u201d wist deze er tenslotte moeizaam uit te brengen.<br \/>\n\u201cDoor de deur, m\u2019n beste Karl. Dat zag je toch?\u201d<br \/>\n\u201cMaar u was toch, eh, u was eh\u2026\u201d<br \/>\n\u201cWat was ik, m\u2019n beste Karl?\u201d sprak Wilhelm op onheilspellende toon, terwijl hij de kok verder richting deur dirigeerde.<br \/>\n\u201cNou ja, u eh, ze hadden me verteld dat eh, nou ja, dat ze u te grazen zouden nemen.\u201d<br \/>\n\u201cNee hoor. Er is er hier maar een die te grazen wordt genomen en dat ben jij,\u201d glimlachte Wilhelm vals.<br \/>\nOp dat moment sprong Johan tevoorschijn, die de verbouwereerde kok met een paar harde klappen uitschakelde.<br \/>\nDeze knalde na de laatste vuistslag met zijn gezicht tegen de koelkast en zakte langzaam in elkaar, onderwijl een spoor van etensresten uit zijn mond op de koelkast achterlatend.<br \/>\nBarend kwam nu ook binnen en samen met Johan bond hij de kok vast met een stuk touw dat ze tussen het keukengerei vonden, terwijl Wilhelm de plattegrond van het Arendsnest tevoorschijn haalde.<br \/>\nHij nam met Johan nog eenmaal de route door die ze moesten volgen.<br \/>\nJohan en Barend slopen voorzichtig de gang in, terwijl Wilhelm in de keuken achterbleef.<br \/>\nZe bereikten zonder problemen de trap en luisterden aandachtig of de kust veilig was.<br \/>\nSnel en geruisloos gingen ze naar boven, waarna ze een gang in liepen die werkelijk volgehangen was met schilderijen van bekende en onbekende meesters.<br \/>\nAan het einde van de gang, tegenover een zelfportret van Vincent van Gogh, was weer een trap en die gingen ze op.<br \/>\nJohan begon net weer een beetje vertrouwen in de onderneming te krijgen, toen hij geschrokken terugdeinsde.<br \/>\nHij hoorde duidelijk naderende voetstappen.<br \/>\nHij drukte zich tegen de muur van de trappenhal en zag dat Barend hetzelfde deed.<br \/>\nOok hij had het aankomende gevaar gehoord en beiden beseften dat ze als ratten in de val zouden zitten als de eigenaar van de voetstappen het onzalige idee zou hebben om de trap af te gaan in plaats van door te lopen.<br \/>\nTot hun grote opluchting zagen ze hoe de man het trapgat voorbij liep..<br \/>\nHet geluid van de voetstappen stierf weg en Johan en Barend gingen angstig verder.<br \/>\nAlleen de gang nog en dan waren ze er.<br \/>\nJohan versnelde zijn pas, zodat Barend iets achter bleef.<br \/>\nPlotseling zwaaide er een deur open en Johan, die van schrik bijna door zijn benen zakte, stond oog in oog met twee bewoners van het Arendsnest, die hem verrast aankeken.<br \/>\nBarend dook weg achter de openstaande deur en waande zich een paar seconden veilig.<br \/>\n\u201cWie ben jij en wat kom je hier doen?\u201d vroeg een van de twee dreigend.<br \/>\n\u201cJou in elkaar slaan,\u201d antwoordde Johan en vloog hem naar de keel.<br \/>\nDe ander trok snel een mes maar kreeg geen kans om daar iets mee te doen daar Barend achter de deur vandaan gekomen was en zijn machtige arm om de nietige nek van de messentrekker had geslagen.<br \/>\nEen welgemikte stomp tegen de slaap deed de rest en de man zakte in elkaar.<br \/>\nOok Johan had zijn tegenstander uitgeschakeld en snel trokken ze de twee bewusteloze lichamen de kamer in en deden de deur achter zich dicht.<br \/>\nZe namen een ogenblik de tijd om tot zichzelf te komen.<br \/>\nBarend wiste zich het zweet van zijn voorhoofd.<br \/>\n\u201cWat een drukte op die gangen. Het lijkt verdorie de Kalverstraat wel.\u201d<br \/>\n\u201cJa, als dat zo doorgaat, geef ik geen stuiver meer voor dat plan van onze Wilhelm.\u201d<br \/>\nJohan keek op zijn horloge.<br \/>\n\u201cEn we moeten nog opschieten ook. Laten we die twee snel vastbinden.\u201d<br \/>\nZe keken de kamer rond die volstond met dure spullen.<br \/>\nBarend pakte een prachtig antiek tafellaken en scheurde het aan flarden.<br \/>\n\u201cHet is wel geen touw maar met dit kleedje zal het ook wel lukken.\u201d<br \/>\nDe geknevelde lichamen legde hij, uit het zicht, achter een bank en de overgebleven flarden propte hij in hun mond.<br \/>\nJohan opende voorzichtig de deur en keek de gang in.<br \/>\n\u201cHet kan weer.\u201d<br \/>\nZonder verder oponthoud bereikten ze de kamer die ze moesten hebben en ook de verborgen kluis was precies op de plaats die Wilhelm aangegeven had.<br \/>\nDe cijfercombinatie klopte ook en Johan haalde de papieren waar Wilhelm het over had gehad uit de kluis, evenals enige goedverpakte juwelen.<br \/>\nHij stopte alles in de binnenzakken van zijn jack en deed de kluisdeur weer dicht.<br \/>\nBarend was bij de deur gebleven en raakte duidelijk in paniek.<br \/>\n\u201cEr komen mensen hierheen.\u201d<br \/>\n\u201cWeet je het zeker?\u201d<br \/>\n\u201cJa, natuurlijk weet ik het zeker. Ik hoor het toch.\u201d<br \/>\nJohan rende naar de deur en hoorde nu ook stemmen en gelach.<br \/>\n\u201cZe komen hierheen,\u201d zei Johan geschrokken en keek Barend aan.<br \/>\n\u201cDat zeg ik je toch al de hele tijd,\u201d zei Barend ge\u00ebrgerd<br \/>\n\u201cWe moeten ons verstoppen.\u201d<br \/>\nBarend wees met een breed armgebaar naar de bijna lege kamer.<br \/>\n\u201cO ja? Waar dan?\u201d<br \/>\nJohan rende naar het raam en opende dit.<br \/>\n\u201cWe kunnen langs de klimop naar beneden<br \/>\nHij aarzelde niet en voegde de daad bij het woord.<br \/>\nBarend keek vertwijfeld toe hoe Johan naar beneden klauterde.<br \/>\n\u201cDat houdt mij nooit.\u201d<br \/>\n\u201cProbeer het dan!\u201d<br \/>\nBarend stak een been over de rand van de vensterbank maar het was al te laat.<br \/>\nDe binnengekomen bewoners van het Arendsnest waren snel van hun verbazing bekomen en dwongen Barend, onder bedreiging van een pistool, uit de raamopening te komen dat hij met zijn grote lichaam bijna geheel vulde.<br \/>\nTergend langzaam gaf hij aan het bevel gehoor om Johan de gelegenheid te geven de grond te bereiken.<br \/>\nDat laatste deed Johan overigens sneller dan hij zelf gedacht had want de klimop brak gedeeltelijk af en de drie laatste meters ging hij in duikvlucht naar beneden.<br \/>\nHij kon een schreeuw van schrik niet onderdrukken, zodat hij zijn aanwezigheid meteen verraadde.<br \/>\nEen van de schurken probeerde om Barend heen naar beneden te kijken maar kwam met zijn hoofd tussen Barend en het kozijn klem te zitten, die net \u2018toevallig\u2019 zijn lichaam draaide om  het eerder gegeven bevel op te volgen.<br \/>\nEen ander opende het raam ernaast en richtte zijn pistool op de in de duisternis wegrennende<br \/>\nJohan, die zich erover verbaasde dat alles aan zijn lichaam het nog deed.<br \/>\nEr klonken een paar schoten die doel misten, waarschijnlijk omdat het te donker was om goed te kunnen richten.<br \/>\nJohan bereikte ongedeerd de opening in de muur waar hij Wilhelm tegenkwam.<br \/>\n\u201cHe, jij zou toch op ons in de keuken wachten!\u201d<br \/>\n\u201cIk ben daar gek! Ik hoor toch duidelijk dat het misgaat. Kom, ik weet en plek waar we ons tijdelijk kunnen verstoppen!&#8221;<br \/>\nZe renden langs de muur en tien minuten later zaten ze in een kleine grot.<br \/>\n\u201cHier kunnen we even op adem komen,\u201d hijgde Wilhelm. \u201cDaarna weet ik nog een andere route om bij je auto te komen.\u201d<br \/>\nEven had Johan een opgelucht gevoel maar toen dacht hij met schrik aan Barend.<br \/>\nHij voelde hoe een golf van ongerustheid bezit nam van zijn lichaam.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het was donker, koud en het miezerde een beetje. Kortom: allemaal omstandigheden die garant leken te staan voor een geslaagd avondje inbreken maar Barend had er nu al de dood over in. Hij vroeg zich af wat hem er in vredesnaam toe bewogen had om in te stemmen met een hoogst twijfelachtig plan, notabene verzonnen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[9],"tags":[],"class_list":["post-717","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-avonturiersvandekoudegrond"],"jetpack_featured_media_url":"","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/p7ZNnz-bz","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=717"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":722,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717\/revisions\/722"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=717"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=717"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/jeroenstamgast.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=717"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}