Ik zwerf door Amsterdam

En bezoek de cafés

Onverwacht ruik ik een geur

Van zwartgebklakerd vlees

Mijn gedachten

Dwalen af in de tijd

Flarden jeugd

Ontschieten de vergetelheid

 

Ik zit bij Oma aan tafel

En geniet

Een kleine jongen

Die alleen het goede ziet

Een lieve oma

Die slechts gezelligheid kent

Kortom een situatie

Waarin je als kind eenvoudigweg gelukkig bent

Het enige minpunt

Is de kwaliteit van het menu

Een keiharde gehaktbal ligt dreigend

Tussen aardappels met jus

Ik voorzie een zware klus

Om dat graniet te verwerken

Ik hak en slik

Aan mij zal Oma dat niet merken

Zij is het symbool

Van gezelligheid op aard

En dat is waarachtig wel

Een moeizame stoelgang waard

 

Ik sta stil

En snuif de stank op van het verkeer

Het is met verscheurd gemoed

Dat ik aldus proclameer

Haar ballen waren dan misschien

Niet te vreten

Maar sinds haar dood

Heb ik ze niet zo lekker gegeten

 

februari 1993

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.