Na de zesjarige lagere school werd ik wegens mijn matige schoolprestaties, in combinatie met een hoog schooladvies, een jaartje in een soort zevende klas geplaatst.
Dat was op de plaatselijke VGLO waar ze voor lieden zoals ik, een apart klasje hadden samengesteld.
Wij volgden als toekomstige ULO en HBS klanten dezelfde vakken als de leerlingen uit de andere klassen maar van ons werd op intellectueel gebied méér verwacht.
Na een half jaar kwam er een kink in de kabel toen een aantal leerkrachten langdurig ziek werd.
Onze klas bleef in tact maar voor bepaalde lessen werden we over de andere klassen verdeeld.
Mijn groepje kwam bij een aantal ruige klanten terecht en het duurde even vóór we enigszins geaccepteerd werden.
Ook zou er een invaller komen om de zaak draaiende te houden.
Op een ochtend stond er een dikke oude vrouw voor de klas die vanachter haar lessenaar toekeek hoe een onrustige meute luidruchtig plaatsnam.
De meute bekeek haar kritisch  en hier en daar klonk al spottend gegrinnik.
“Oké jongens,” sprak ze met een Amsterdams accent. “Vóór ik me ga voorstellen neem ik eerst een paar voorzorgsmaatregelen. Ik wil dat iedereen stevig op zijn stoel gaat zitten.”
We keken haar ongelovig aan.
“Ja, jullie denken natuurlijk wat staat ze daar te bazelen maar ik méén het. Dus: zorg dat je stevig zit en hou je vast aan de zitting van je stoel.”
Geamuseerd maar ook een beetje onzeker, deden we wat ze vroeg.
“Zit iedereen stevig? Ik wil niet dat er ongelukken gebeuren als iemand van zijn stoel valt.”
Ze keek ons bezorgd aan en wij keken nieuwsgierig terug.
“Mooi, dan ga ik jullie nu mijn naam zeggen. Ik ben juffrouw Potjeweit.”
Normaal gesproken zouden we in lachen uitgebarsten zijn maar door de genomen voorzorgsmaatregelen keken we haar alleen maar aan.
“Het is al lang geleden dat ik voor de klas stond en eigenlijk was ik ook niet van plan om dit weer  te doen maar jullie school deed een dringend beroep op mij, dus hier ben ik dan. Of ik blijf, hangt van jullie af. Ik moet elke keer helemaal uit Amsterdam komen dus ik heb geen zin om elke les tegen een stelletje ongeregeld op te boksen.”
De les werd verder besteed aan een nadere kennismaking en ze vertelde op humoristische wijze over haar leven als moeder en binnenkort oma.
Ze sprak met haar Amsterdamse accent als een gezellige volkse vrouw die tegelijkertijd liet merken dat er met haar niet te spotten viel.
Het pleit was beslecht.
Juffrouw Potjeweit gaf de rest van het schooljaar goed les en toonde een oprechte belangstelling in het kind achter de leerling.
Als er problemen waren had ze een luisterend oor en een aantal leerlingen vond daadwerkelijk steun bij haar.
Eén iemand wist ze echter niet te bereiken.
Bart, een onsympathieke muiter waar iedereen eigenlijk een beetje bang van was, bleef maar zuigen en negatief doen.
Op een gegeven moment verloor juffrouw Potjeweit na de zoveelste brutale opmerking haar geduld.
Ze viel ongekend hard uit en eindigde met de woorden “Begrijp je dat?”
Bart keek haar onbewogen aan en zweeg.
“Ik vroeg je wat.”
Bart bleef zwijgen.
“Als je nú geen antwoord geeft, kun je vertrekken en hoef je nooit meer terug te komen. Begrijp je dat?”
“Ja,” klonk het stuurs.
“Wát ja?”
“Gewoon: ja.”
“Kun jij niet met twee woorden spreken?”
“Ja.”
“Nou, doe dat dan!”
“Ja-wel.”
Er klonk onderdrukt gelach en juffrouw Potjeweit begreep dat er iets gebeuren moest.
Dreigend liep ze op Bart af die haar uitdagend bleef aankijken.
Juffrouw Potjeweit keek hem doordringend aan maar plotseling veranderde er iets in haar blik.
Ze schoof de tafel iets opzij en ging tot ieders verbazing met haar dikke achterwerk op de schoot van Bart zitten en sloeg haar arm om hem heen.
“Heb je echt zo’n hekel aan me?”
We barstten allemaal in lachen uit.
Dat was nog eens een goede grap!
Bart als een klein kind, bijna verdwijnend onder het dikke lichaam van de juf.
Bart leek ook te gaan lachen maar onverwacht vertrok zijn grijns tot een grimas en tot onze ontzetting begon hij te huilen.
En niet zo’n beetje ook.
Juffrouw Potjeweit stond op en trok voorzichtig Bart overeind.
“Kom maar even mee, Bart.”
Terwijl ze naar de deur liepen sprak juf, achterom kijkend, de klas nog even toe.
“Niets aan de hand jongens. Dit kan iedereen overkomen. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Denk maar aan de uitdrukking  ‘huilen van het lachen’. Doe maar even iets voor jezelf. Bart en ik moeten even praten.”
Ze bleven lang weg tot juf uiteindelijk zonder Bart de klas in kwam.
Juf legde uit dat ze van Bart mocht zeggen dat er problemen thuis waren, vooral met zijn moeder.
Een paar dagen later kwam Bart weer op school, alsof er niets gebeurd was.
Hij had zijn vertrouwde negatieve uitstraling weer aangenomen maar hield zich bij juffrouw Potjeweit gedeisd.
Bij het afscheid aan het einde van het schooljaar- juffrouw Potjeweit  ging zich nu bezighouden met haar pasgeboren kleinkind en zou niet meer terugkomen- schudden we haar een voor een de hand.
We hadden een fijne juf aan haar gehad.
Juf keek ons na toen we het lokaal en ook haar leven uitliepen, Bart als laatste.
Plotseling draaide hij zich om en haalde een klein pakje uit zijn broekzak.
“Hier. Een cadeautje,” sprak hij onwennig.
Juf pakte het blij verrast aan.
“Dit gebaar vind ik het mooiste wat ik dit jaar meegemaakt heb. Hier heb ik het als juf voor gedaan. Ik vind dit écht geweldig! Begrijp je een beetje wat ik bedoel?”
Bart grijnsde breed en sprak de memorabele woorden: “Ja juf.”

 

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.