Het duurde even vóór Kees wist met wie hij van doen had toen hij in de supermarkt onverwacht werd aangesproken door een onbekende oude bekende.
Pas toen deze begon te vertellen over trimmen in de duinen kon hij zich alles weer herinneren.

 

Kees was in die tijd 20 jaar jonger en tien kilo lichter.
In zijn stamcafé was hij aan de praat geraakt met van die gezond uitziende jongens die alleen maar voor de gezelligheid naar de kroeg gaan.
Niet voor de drank dus.
Toen een van die jongens, de oude bekende dus, nippend van zijn  mineraalwater suggereerde dat naast gezond eten en drinken een beetje sportieve lichaamsbeweging goed voor zijn lijf zou zijn, had Kees omstandig uitgelegd dat zijn omvangrijke gestalte niet veroorzaakt werd door vet maar door bottenstructuur en spieren, waarna hij uitgenodigd werd om mee te lopen met hun jogginggroepje.
In die tijd liep Kees nog wel eens de 2 ½ km en, enigszins overmoedig geworden door de hoeveelheid drank van die avond, stemde hij zondermeer toe om daar vervolgens twee dagen lang enorme spijt van te hebben.
En daar stond Kees dan in zijn te korte broekje, strak T-shirt en goedkope gymschoenen, als een Lelijk Eendje tussen de BMW’s  en Porches.
Het in moderne sportkleding gehulde racingteam begon met rekken en strekken van de spieren, een voorbereiding die Kees altijd oversloeg.
In dit geval leek het hem beter hier maar aan mee te doen, waarbij hij ervoor zorgde dat zijn buik bij het voorover buigen niet al teveel over zijn sportbroekje helde.
Een vlotte jongen met een afgetraind lichaam legde hem uit dat het de bedoeling was dat ieder van de deelnemers om de beurt de kop nam maar, omdat dit voor Kees de eerste keer was, gold dit niet voor hem.
De sporter keek hem invoelend aan met een gezicht waarop te lezen stond: zie ons eerst maar eens bij te houden.
Hij had het goed gezien: na tweehonderd meter was Kees al volledig buiten adem en al zijn spieren en gewrichten vertelden hem dat rennen in dit tempo voor hem gekkenwerk was.
Toch duurde het nog ruim vierhonderd meter voordat hij volledig onbekwaam gestrekt tegen de vlakte ging.
Zijn gesprekspartners uit de kroeg keken nog even lachend achterom en verdwenen al snel uit het gezicht.
Het duurde een tijdje voordat het lichaam van Kees weer als lichaam aanvoelde.
Moeizaam kwam hij overeind en strompelde terug naar de parkeerplaats.
Bij zijn auto aangekomen leunde hij zwaar tegen de dakrand en wilde de autosleutel uit zijn sportbroekzakje halen maar het ding bleek verdwenen!
Paniekerig speurde hij de omgeving van de auto af maar geen sleutel te vinden natuurlijk.
Zenuwachtig besloot hij de net gelopen route nog eens te lopen in de hoop de autosleutel, die ongetwijfeld tijdens het onregelmatig bewegen op de grond gevallen was, te vinden.
Zonder succes natuurlijk.
Als er bij Kees iets fout ging, ging het ook goed fout.
Wanhopig keek hij nog eens om zich heen.
Wat te doen?
In geen geval wilde hij aan die fanatieke uitslovers een lift terug vragen.
De vernedering was groot genoeg geweest.
Als hij op eigen kracht thuis kwam, kon hij later in de kroeg altijd nog zeggen dat hij de 10 km in zijn eigen tempo uitgelopen had.
Hij besloot om het eerste stuk naar huis via de duinen te wandelen zodat hij niet de kans liep om die gezondheidsmaniakken tegen het lijf te lopen als ze met hun auto’s over de weg naar huis reden.
Met een beetje geluk kon hij vóór het donker thuis zijn.
De auto zou hij dan de volgende dag met zijn reservesleutel wel ophalen.
Mopperend zette hij zich in beweging en volgde een paadje waarvan hij dacht dat dat wel bij een groter pad zou uitkomen dat hem uiteindelijk naar de grote weg zou leiden.
Het paadje werd al snel smaller en begon steeds minder op een paadje te lijken.
Kees liet zich niet ontmoedigen en strompelde stug door, onderwijl takken met allerlei soorten stekels van zich afslaand tot er uiteindelijk niets meer was wat hem aan een paadje deed denken.
Ergens in de verte hoorde hij vrouwen lachen met van die gierende uithalen.
Kees aarzelde geen moment, baande zich een weg door de struikenmassa en stond plotseling oog in oog met drie dikke dames op leeftijd die zich in vrolijk uitziende sportkledij gewurmd hadden.
Het lachen stopte abrupt bij het zien van Kees die als een duveltje uit een doosje uit de struiken gestruikeld kwam maar een van de dames meende al snel een jonge bosgod in hem te herkennen zodat het gierende lachen hervat kon worden.
Kees legde, telkens onderbroken door lachsalvo’s, uit dat hij zijn autosleutel verloren was en vroeg ongegeneerd of hij een lift naar huis kon krijgen.
De dames bekenden lachend dat ze, behalve gebakjes, ook wel van een groen blaadje hielden dus meerijden zou geen probleem zijn.
Ze waren toch al tot de conclusie gekomen dat sporten in de duinen niets voor hen was en dat dit de eerste en meteen ook de laatste keer was dat ze dit deden.
Even later stonden ze op de parkeerplaats bij een suf autootje en waar Kees al bang voor was gebeurde: hij werd gesignaleerd door de sportjongens die net met hun cooling down begonnen waren.
In de kroeg werd later in geuren en kleuren verteld hoe Kees zich nu bij sporters van zijn eigen kaliber aangesloten had.
Kees antwoordde dan maar dat hij liever uit een doos met oude taarten snoepte dan dat hij uit een biobak met zuurgezonde appels moest eten.

 

En na al die jaren waren ze elkaar hier dan in de supermarkt weer tegengekomen.
Kees zei dat hij al heel lang niet meer aan sport deed.
De oude bekende deed  dat wél maar tegenwoordig was dat dan gehandicaptensport.
“Hersenbloeding, hè,” gaf hij als verklaring en wielde met zijn rolstoel snel van hem weg.
Kees keek hem peinzend na en richtte zijn aandacht weer op het schap met kant en klaarmaaltijden.

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.