Het was in de winter van 1963.
Een ijzige koude hield Nederland al weken in zijn greep.
Toch had papa het er op gewaagd om samen met ons, mijn broertje Marc en ik, naar Oma in Amsterdam te gaan.
Bus en trein reden onregelmatig maar inmiddels waren we na een gezellige dag al weer bijna veilig thuis.
Papa controleerde, vlak voordat de bus bij het Bachplein zou stoppen, of onze kleding winddicht genoeg was en even later stapten Marc en ik als dik aangeklede propjes uit de bus.
Een snerpende oostenwind blies ons bijna uit onze houtje-touwtje jassen maar papa nam ons bij de hand en trok ons, tegen de wind in, naar huis.
De voordeur werd uitnodigend door mama open gedaan  nog vóór we er goed en wel waren.
“Gelukkig dat jullie er zijn! Ik begon me al ongerust te maken. Kom gauw binnen in de warmte.”
Mama sloot de deur achter ons en Marc en ik lieten ons door mama uitpellen.
Papa deed snel zijn jas uit, pakte de kolenkit en gooide nog wat extra kolen in de kachel.
Mama maakte warme chocolademelk voor ons, papa stopte een pijp en even later zaten we gezellig met zijn viertjes rond de kachel, die knetterende geluidjes maakte.
“Nou, dan zal ik nog wat voorlezen,” zei papa. “En daarna gaan jullie naar bed hoor. Het is een lange vermoeiende dag geweest.”
Mama schonk nog wat warme chocolademelk bij, terwijl papa zijn pijp in de asbak legde en het grauwgelezen ‘Winnie de Poeh’ boek uit de boekenkast haalde.
“Welk hoofdstuk willen jullie dat ik voorlees?” vroeg hij.
Daar hoefden we niet lang over na te denken.
Het werd ‘Iejoors verjaardag’, het verhaal over de pessimistisch aangelegde ezel Iejoor, die het restant van een door omstandigheden geknapte feestballon cadeau krijgt en op onnavolgbare wijze somber blijft doorzagen over de kwaliteiten van de ballon, toen het nog een ballon wás.
Ik voel dat ik naar de WC moet om te plassen maar de drang om het verhaal te horen is groter.
Papa begint voor te lezen, compleet met stemmetjes en gebaren.
Als hij bij de scène van de geknapte ballon is aanbeland, sta ik inmiddels zelf ook op knappen.
Zoals gewoonlijk slaat papa flink aan het improviseren en het gesprek tussen sombere Iejoor en zenuwachtige Knorretje begint hilarische proporties aan te nemen.
Marc en ik schateren het uit en ook mama moet lachen.
Terwijl de dialoog tussen Iejoor en Knorretje verder en verder uitloopt, begint er bij mij ook iets te lopen.
Wanhopig probeer ik de zaak nog onder controle te krijgen maar het besef groeit dat ik de strijd aan het verliezen ben.
Gierend van het lachen volgt de algehele capitulatie.
Ik schaam me en het lachen is me nu wel vergaan.
Ik kijk naar Marc, die ook uitgelachen is en Marc kijkt naar mij.
Dan zie ik onder zijn stoel ook een glinsterende plas en we moeten allebei weer lachen.
Er wordt niet al te veel aandacht aan besteed.
Mama denkt dat het wel van de kou zal komen.
Papa rondt het verhaal professioneel snel af, terwijl mama al weer droge kleren voor ons heeft.
Een kwartiertje later lig ik hoog en droog in mijn bed op zolder met een warme kruik tegen de kou.
Buiten giert de ijzige wind om het huis maar wat ik voel, is de warmte van binnen.

Reacties mogelijk in het gastenboek.