Het schooljaar op wat tegenwoordig de PABO heet, liep ten einde.
We zouden een ingelaste blokles literatuur krijgen met alledrie de eerstejaars klassen bij elkaar in de voormalige kapel van het oude schoolgebouw.
Het vooruitzicht om twee aaneengesloten lesuren naar deze uitgebluste leraar te moeten luisteren vervulde ons met tegenzin.
Wie had dit toch bedacht!
Normaal gesproken was één lesuur per week met onze eigen klas nog maar net op te brengen.
L. was het prototype van een leraar die zijn beste tijd ver achter zich gelaten had en zich dodelijk vermoeid door het lesuur heen sleepte.
Hangend over zijn bureau mompelde hij met zijn slecht zittend kunstgebit het vertrouwde saaie riedeltje af.
Van enige bezieling of contact met ons was geen sprake.
Wat hij vertelde was misschien wel interessant maar hij wist dat met zijn inspiratieloos gezemel goed verborgen te houden.
We leerden wat nodig was voor ons tentamen en verder zou het ons een zorg wezen.
En daar zaten we dan: een kleine zeventig verveelde studenten, half of helemaal onderuitgezakt op onze harde stoelen in afwachting van twee doodsaaie lesuren achter elkaar.
L. zat achter zijn bureau op het podium en liet zijn blik langdurig over de ongeïnteresseerde meute dwalen.
Het geroezemoes verstomde en uiteindelijk was het muisstil.
Deze stilte duurde een tijdje en we begonnen ons al af te vragen of hij wel helemaal in orde was.
Uiteindelijk stond hij dan op en vertelde ons dat we in plaats van ons gewone rooster drie van deze bloklessen zouden krijgen als afsluiting.
Hier en daar klonk onderdrukt gesteun en gekreun.
Maar wat schetste onze verbazing toen hij met zijn blokles begon!
Om te beginnen was hij eindelijk eens goed te verstaan maar het leek ook wel of hij er lol in had.
Al vrij snel vertelde hij begeesterd waarom de literatuur altijd zo’n grote plaats in zijn leven ingenomen had.
Hij begon met zijn oude dikke lijf over het podium heen en weer te lopen en tot onze verbazing bleek hij over humor te beschikken.
Het was warempel boeiend wat hij te vertellen had en we begonnen echt te luisteren.
Steeds enthousiaster bewoog hij heen en weer over het podium en ook zijn armen gingen alle kanten uit.
Als een volleerd cabaretier bespeelde hij zijn publiek.
Het zweet gutste van zijn voorhoofd en af en toe leek hij te bezwijken aan kortademigheid maar vóórt ging het!
De hele Nederlandse literatuur vloog aan ons voorbij tot hij tenslotte klaar was en hij letterlijk uitgeput en buiten adem op zijn stoel achter het bureau neer zeeg.
“Tot volgende week, zelfde tijd,” wist hij nog net uit te brengen.
Over deze metamorfose werd door ons nog lange tijd nagepraat en ook de volgende twee bloklessen stelden niet teleur.
Voor ons als toekomstige leerkrachten was het fantastisch om te ervaren wat enthousiasme over een onderwerp teweeg kan brengen.
Op deze manier had hij nog heel wat PABO studenten kunnen inspireren maar het jaar daarop bleek hij gepensioneerd.
Waarschijnlijk had hij nog één keer willen laten zien dat hij eigenlijk een goede leraar was.
Voor zichzelf dan want met niemand van ons heeft hij daarover gesproken.
En dat is jammer.

Reacties mogelijk in het gastenboek.