Na een niet zo’n leuke periode ga ik in de meivakantie een paar dagen langs bij broer Marc en schoonzus Froukje.
Ze hebben een huisje gehuurd in het plaatsje Hierges in het uiterste noorden van
Noord-Frankrijk.
Het dorpje is schilderachtig gelegen in een bocht van de weg met op de achtergrond een oud kasteel op een heuvel.
Het worden een paar gezellige dagen waarin ik ook kennis maak met de eigenaar van het enige etablissement van het dorpje.
Deze fors gebouwde uitbater zwaait daar op eigenzinnige wijze de scepter.
Als hij bijvoorbeeld vindt dat het te druk wordt, sluit hij gewoon het hekje dat toegang verschaft tot het terrasje en meldt de aankomende toeristen dat ze gesloten zijn.
In zijn hand omklemt hij als een soort scepter altijd een grote barbecuetang, als om zijn gezag te onderstrepen.
Met deze tang wijst hij ook de “specialiteit van het huis” op de menukaart aan als hij na een onverwacht drukke dag weer eens door zijn voorraad eten heen is en hij eigenlijk alleen dát gerecht nog maar kan serveren.
Als de gasten toch iets anders willen bestellen herhaalt hij gewoon de aanbeveling en tikt daarbij overtuigend met zijn tang op de menukaart.
Bij een derde poging tot “iets anders” bestellen neemt hij een bijna dreigende houding aan, tikt met zijn tang hard op de menukaart en zegt bars dat hij de “specialiteit van het huis” aanbeveelt.
Als de geschrokken gasten dan toch maar die onvolprezen “specialiteit van het huis” nemen, verzekert hij hen breed glimlachend dat ze niet teleurgesteld zullen worden.
Overigens eten wij gewoonlijk gezellig buiten in het kleine achtertuintje van het huisje.
Na een paar leuke dagen wordt het weer eens tijd om naar huis te gaan en we nemen hartelijk afscheid van elkaar.
Na tien minuten rijden parkeer ik de auto in een berm en haal de kaart van Frankrijk tevoorschijn.
Het is dan misschien wel zo’n 150 km omrijden maar ik kan het niet laten.
Ik keer de auto en besluit om een kopje koffie bij de kathedraal in Laon te gaan drinken.
Laon, het oude stadje waar ik maar geen genoeg van kan krijgen.
Mijn kennismaking met Laon was op 13 jarige leeftijd, toen ik met oom Nico en tante Mecheline en hun dochterje Caroline in de herfstvakantie mee mocht naar Parijs.
In Laon zouden we een tussenstop maken en overnachten in een hotelletje in de oude bovenstad.
Tussen die oude bovenstad en de moderne benedenstad reed een tandradtrammetje, zoals oom Nico me en passant vertelde.
Deze mededeling wekte meteen mijn interesse op en ik dacht aan mijn modeltreinbaan thuis die ook zo’n soort indeling kende.
Vóór hotel “la Comédie” lagen inderdaad de rails maar van het trammetje geen spoor!
Parijs was mooi maar het was Laon dat een verpletterende indruk op me maakte.
Het idee dat mijn fantasiewereldje op zolder hier in het echt bestond!
Groot was mijn vreugde toen we het jaar daarop met ons gezin naar het plaatsje Monampteuil gingen, gelegen op zo’n 20 km afstand van Laon.
Op mijn verzoek zette pa me een keer af in de bovenstad en ik volgde de rails naar beneden tot ik uitkwam bij het station in de benedenstad en het gezin op een terrasje.
Alles was nog intact maar het trammetje was nergens te bekennen.
Pas jaren later zou ik te weten komen hoe de vork in de steel zat.
Het oude tandradsysteem uit 1899 was na jarenlange trouwe dienst gewoon versleten en buiten dienst gesteld. Na langdurig politiek gesteggel werd het trammetje dan eindelijk vervangen door de POMA , een onbemande computergestuurde cabine die zich op luchtbanden over een soort rails voortbeweegt.
Dat dan weer wél.
Het oude cassettebandje met Franse chansons worstelt zich keer op keer dapper door het radiocassetterecordertje van de auto tot ik in de verte op een soort puist in het landschap de vertrouwde torens van de kathedraal zie: la montagne couronnée, de gekroonde berg.
Ik parkeer de auto bij het station en neem dus die POMA naar boven.
Bij de bovenhalte stap ik uit en even later loop ik door de straatjes die in de middeleeuwen al dezelfde route volgden.
De huizen zijn veelal uit de 17e, 18e en 19e eeuw en daar is dan la Cathédrale Notre-Dame uit de 12e eeuw!
Ik installeer me op het terrasje er tegenover, drink van de aan mezelf beloofde koffie en heb het gevoel weer thuis te zijn.
Raar eigenlijk, die behoefte om telkens weer naar diezelfde plek te willen gaan.
Sinds mijn dertiende heb ik deze plaats vele malen voor langere of kortere tijd bezocht en in al die jaren is de stad nauwelijks veranderd.
Monampteuil ook niet maar de kleine camping van monsieur Pipari aan de rand van het dorp, waar wij een eenvoudige stacaravan huurden wél.
Het terrein is volledig overwoekerd geraakt en afgebakend met een hek eromheen en daarop half doorgeroeste borden met “chasse privée” en “chien méchant”.
Toen ik een keer aan de enige zich op straat vertonende dorpsbewoner vroeg wat er toch van die camping geworden was, kon hij me niet verder helpen.
Hij had 30 jaar in Canada gewoond en was pas sinds kort terug.
Ik bestel een tweede kop koffie en mijn gedachten dwalen af naar de tijd van een gelukkig gezin: vader, moeder en vier kinderen op hun eerste vakantie naar het buitenland.
Het was die dag een mooie dag geweest: wandelen door de oude straatjes van Laon, we mochten allemaal een souveniertje voor onszelf kopen, daarna een ijsje eten bij de kathedraal, nog wat rondrijden door de omgeving, gezellig eten in de caravan, vervolgens buitenspelen tot het invallen van de schemering, nog even napraten en dan naar bed.
En daar boven in dat stapelbed hoorde ik in de absolute stilte van het in duisternis gehulde dorpje de ijle klanken van het kerkklokje dat teer en breekbaar twaalf uur sloeg.
Twaalf seconden van een niet te definiëren onmetelijk geluk zoals ik dat nadien niet meer gevoeld heb.
Ik neem een laatste slok koffie en sta op om naar huis te gaan.

Reacties mogelijk in het gastenboek.