Mijn kennismaking met de Ierse folkmuziek vond plaats halverwege de zeventiger jaren van de vorige eeuw.
Aan de Zeestraat te Beverwijk bevond zich een kroegje dat wij, als PA studenten, al snel als ons stamcafeetje beschouwden.
Het heette “het Lantaarntje” en werd bezocht door mensen van allerlei rangen, standen en leeftijden.
Ook de studenten aan de Pedagogische Academie kwamen daar regelmatig hun licht opsteken.
Op een dag kwam er een stel Ieren langs die werkten op de toenmalige “Hoogovens IJmuiden” .
Het waren gezellige praters en vóór ze helemaal dronken werden, hadden ze het voor elkaar gekregen dat tante Hennie een cassettebandje met “hun muziek” over de geluidsinstallatie liet draaien in plaats van de gebruikelijke top 40 nummers.
De muziek bleek van “the Dubliners” te zijn, een vijftal stevig uitziende ruige kerels met volle baarden die “plain and simple” prachtige ballades, drank- en strijdliederen ten gehore brachten.
Later bleken ze overigens heel wat minder stevig en ruig te zijn maar dat wist ik toen nog niet.
Ze toerden de hele wereld over en verspreidden zo het idee dat Ierland bevolkt werd door ruige guinness drinkende mannen met volle baarden en stemmen als graniet.
Ik was ogenblikkelijk verkocht: wat een vitaliteit en puurheid school er in deze muziek!
Vriend Gerrit verruilde zijn elektrische gitaar voor banjo en mandoline en samen leerden we de Ierse muziek spelen met behulp van onze groeiende collectie platen van- in eerste instantie- vooral die Dubliners.
De Ierse muziek spreekt me nog steeds aan en het land waar de muziek vandaan komt heb ik met de bands “Haddock” en “Bangers & Mash” meermalen bezocht.
Gewoon lekker vakantie houden combineerden we dan met optredens in pubs en zaaltjes.
Tijdens een van die optredens met Bangers & Mash werden we gadegeslagen door enige rijk uitziende Italiaanse toeristen.
Twee bloedmooie Italiaanse vrouwen bleven me maar aankijken en applaudisseerden telkens uitbundig als ik mijn deeltje van het repertoire zong.
In de pauze waren ze niet bij me weg te slaan en ik begon me steeds meer af te vragen waar deze hartverwarmende belangstelling toch vandaan mocht komen.
Na afloop van het optreden en een fotosessie waarbij de Italiaanse schonen meermalen met mij op de foto gingen, kwam de aap uit de mouw.
In gebroken Engels vertelden ze me dat ze fans van the Dubliners waren en besloten hadden om een long weekend naar Ierland te gaan om met het land en zijn bewoners kennis te maken.
Tot hun verbazing bleken de Ieren er heel anders uit te zien dan ze verwacht hadden en ze waren blij nu eindelijk dan tóch een echte Ier ontmoet te hebben.
De foto’s zouden ze koesteren als herinnering aan het mooie Ierland.
Ik plukte eens aan mijn baard en besloot om het maar zo te laten.

Reacties mogelijk in het gastenboek.