Door een onzichtbare magneet zitten wij bij verjaardagen in de tuin van huize Kuyt meestal naast elkaar.
Daarbij raken wij niet uitgesproken en valt vooral de gemeenschappelijkheid van onze passies op.
Zou het niet meer kunnen missen en kijk er alweer naar uit!

Onderstaand liedje schreef ik als 16 jarig knaapje voor een meisje uit Heemstede.
Het was de tijd van de Cyprus-conflicten en Aartsbisschop Makarios.

HET STILLE STRAND

Ik lig hier op het stille strand
Van Cyprus onder Griekenland
De zon schijnt boven op m’n rug
De zee deint kalm heen en terug

Kijk om mij heen en heb geen rust
M’n ogen dwalen langs de kust
En plots zie ik daar vlak vooraan
Een man op één der rotsen staan

Het was een grote blonde Griek
Met snor en brons gelaat
Zijn lichaam glansde van het zweet
En z’n borst was zwaar behaard

M’n handen zoeken naar een kam
Ik sta meteen in vuur en vlam
Bij ’t zien van deze Griekse held
Een bron van kracht en bruut geweld

Hij ziet me en komt naderbij
Hij knielt en oh dan kust hij mij
Maar ach ’t is slechts van korte duur
Want achter hem rijst weer een figuur

Het was een grote zwarte Turk
Met volle woeste baard
Z’n tanden waren hagelwit
Maar z’n ogen keken kwaad

De Turk grijnst eens heel gemeen
Mijn Griek is weldra op de been
Er volgt een vreselijk gevecht
De torn is groot de haat is echt

Hier in de Middellandse Zee
Vind men ook geen pais en vree
Uit angst geef ik een harde gil
Vlak naast me hoor ik “droom je Wil”

Weg was de grote blonde Griek
Weg ook de zwarte Turk
Keerde terug tot de werkelijkheid
Lag naast m’n man in Urk
Lag naast m’n man in Urk

Reacties mogelijk in het gastenboek.