Het is koud en winderig in het verlaten park.
De oude man beweegt zich moeizaam voort over het grindpad.
Met zijn ene hand steunt hij op een wandelstok en in zijn andere hand houdt hij
een plastic zakje met broodkruimels.
Bij het bankje voor de vijver houdt hij halt.
In de vijver ontstaat enige onrust.
Van alle kanten komen al snel allerlei hongerige eenden aangezwommen.
Voorzichtig laat de oude man zich op het bankje zakken.
Hij plaatst de wandelstok tegen de leuning en neemt het zakje met broodkruimels
voor zich op schoot.
Tevreden ziet hij hoe de ene na de andere eend vanuit het water naar hem toe waggelt.
Verwachtingsvol kijken ze omhoog naar de voedselbron.
Eentje staat zelfs bijna op zijn schoen.
Angst voor hem kennen ze niet.
De oude man trekt één handschoen uit en verdeelt de broodkruimels zorgvuldig
over de hongerige meute.
Als ook de laatste broodkruimel zijn doel bereikt heeft, scharrelen de eenden nog
wat rond om daarna weer naar de vijver terug te keren.
De man zet zijn kraag op, trekt zijn handschoen weer aan en staart peinzend voor zich uit.
Na een half uur staren pakt hij zijn wandelstok weer op en worstelt zich overeind.
Het is nog steeds koud en winderig in het verlaten park als de oude man zich moeizaam
over het grindpad voortbeweegt.

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.