De coupé in de laatste trein van die avond was bijna leeg.
De drie reizigers, waaronder ik zelf, hadden zich strategisch over de coupé verdeeld.
Een mooie jonge vrouw, volgens de laatste mode gekleed, was druk in de weer met haar mobiele telefoon.
Een gehavende jongeman staarde somber voor zich uit.
Hem kende ik wel, hoewel niet persoonlijk.
In mijn baan als onderwijzer kwam ik hem op de jaarlijkse avondvierdaagse tegen als hij strompelend met zijn ene misvormde been toch weer de tien kilometer had weten af te leggen.
Bij het ophalen van de medailles voor mijn school zag ik hem dan vol trots met zijn medaille en bos bloemen naar de andere lopers kijken.
De trein naderde het station en minderde vaart.
De jongeman stond moeizaam op en wankelde door het gangpad naar de deuren.
De jonge vrouw googlede onverstoorbaar verder toen ik haar op mijn beurt passeerde.
Na het openen van de treindeuren haastte de jongeman zich, zo goed en zo kwaad als het ging, naar de uitgang van het station.
Ik volgde langzaam op een afstandje terwijl de jonge vrouw de trein nu dan toch ook verlaten had.
Er stond één taxi op het verder verlaten stationsterrein en dat was precies waar de jongeman, zwabberend met zijn ene been, op af stevende.
Plotseling hoorde ik een haastig klakken van hoge hakken en al spoedig werd ik ingehaald door de wandelende modepop.
Het passeren van de mankepoot was niet meer dan een formaliteit en een paar tellen later verdween de taxi, met modeshow en al, om de hoek van het station.
Ik haalde mijn fiets uit het rek en zag hoe de jongeman moedeloos het verlaten stationsterrein overzag.
Toen rechtte hij zijn rug, draaide zich resoluut om en verdween met de trotse vastberaden blik die ik kende van de avondvierdaagse in de donkere nacht.
Deze wandeling zou hem geen medaille opleveren maar wat mij betreft had hij er dubbel en dwars een verdiend.

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.