Druipend van de regen stap ik van de fiets en word bij het openen van de voordeur begroet door mijn 2 jarige dochtertje Brontë.
Een “Hoi pap!” volstaat voor mijn 9 jarige dochter Amber die achter de computer bezig is met een van die spelletjes waar ik niets van begrijp.
Terwijl ik mijn vrouw Anya een zoen geef waardoor míjn nattigheid nu ook in háár nek druppelt, blijft Brontë maar enthousiast om me heen drentelen.
“Papa praten!” roept ze maar steeds en probeert me mee te trekken naar het tafeltje in de woonkamer waarop het plastic huisje van Teigetje uit de Winnie de Poeh reeks staat.
Met “Papa praten!” wordt bedoeld dat vader op zijn knieën gaat zitten en met een Winnie de Poeh figuurtje in zijn knuist, samen met zijn dochtertje, speelt dat hij in dat huisje woont en er een conversatie op touw zet.
Veel verder dan “Hallo Poeh, hallo Teigetje , spelen, boodschap doen ” komen we niet maar Brontë kan van dit soort oeverloos herhaalde zinnetjes maar geen genoeg krijgen.
Zuchtend laat ik me door mijn dochtertje meevoeren naar haar paradijsje en, terwijl het hemelwater hinderlijk uit mijn haar en baard blijft druppelen, klinkt het al snel: “Hallo Poeh, hallo Teigetje.”

Reacties mogelijk in het gastenboek.