Er zijn van die gebeurtenissen in je leven waarvan je eigenlijk niet weet wat je ervan moet denken.
Ons jaarlijkse optreden in Hollenstedt in Noord-Duitsland met de groep Haddock in 1991 begon als altijd op dezelfde manier.
Theo, André, Marleen en Jos gingen vrijdags zoals gewoonlijk vroeg in de middag al op pad en troffen na aankomst de voorbereidingen die nodig waren voor een succesvol optreden.
Peter en ik konden vanwege ons werk pas later in de middag vertrekken en waren dan  ‘s avonds na een vermoeiende rit net op tijd voor ons eerste optreden.
De Ierse avond, die plaats had in de zaal die bij hotel ‘Hollenstedter Hof’ hoorde, werd altijd verzorgd door drie groepen die om de beurt een setje ten gehore brachten.
Na afloop was er dan een afterparty waarbij artiesten, personeel en een aantal stamgasten tot in de kleine uurtjes genoten van muziek, drank en gezelligheid.
Tot zover niets bijzonders.
Zaterdag overdag brachten we altijd op ontspannen wijze door en ’s avonds verzorgde Haddock dan een speciaal akoestisch optreden tijdens een diner voor genodigden.
Wat ik normaal nooit had, had ik toen wél.
Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik dringend terug naar huis moest.
Waarom wist ik niet maar in de loop van de dag werd dat gevoel steeds sterker.
Een reden had kunnen zijn dat onze baby Amber pas geboren was maar die was bij haar moeder heus wel in goede handen dus daar zou ik me geen zorgen over hoeven maken.
Met mijn eigen moeder ging het niet zo goed maar niets wees op een komende levensbedreigende gebeurtenis.
Het moest dus iets anders zijn maar wat dan?
Het onrustige gevoel nam ernstige vormen aan en, na afloop van ons dineroptreden, meldde ik dat ik niet de volgende middag terug naar huis zou gaan maar per direct.
Iedereen raadde het me af.
Het had gesneeuwd, de wegen konden glad zijn en ’s nachts rijden na twee inspannende optredens in combinatie met drank en slaaptekort vonden mijn medebandleden onverantwoord.
Overdag en tijdens het optreden had ik voor alle zekerheid geen alcohol genuttigd omdat ik steeds meer die drang voelde om de auto te pakken en naar huis te gaan.
Uiteindelijk kwam ik, nadat iedereen flink op mee ingepraat had, tot de conclusie dat zondagochtend vroeg ook nog wel zou kunnen.
En zo startte ik, na een paar uur slaap, de volgende dag in alle vroegte de auto en reed zonder pauze in één keer door naar huis.
Ik begreep niets van mezelf maar was blij dat ik deze beslissing genomen had.
Na mijn thuiskomst was Anya, die net onze baby Amber de fles gaf, verbaasd dat ik er al zo vroeg weer was.
Mijn onrustige gevoel ebde weg en ik belde mijn moeder op om te zeggen dat ik weer veilig thuis was.
Tijdens het bellen hoorde ik achter me plotseling Anya gillen.
Ik keek achterom en zag haar volkomen in paniek de baby voor zich uit houden.
“Ze ademt niet meer!” riep ze.
Ik zei tegen mijn moeder dat ik terug zou bellen en gooide de hoorn op de haak.
Amber keek me indringend aan en vervolgens draaiden haar ogen naar achteren en keek ik naar twee witte plekken in haar oogkassen.
Eén ogenblik dacht ik dat we haar kwijt zouden zijn en dat alles verloren was.
Ik nam Amber van Anya over en had een slap lichaampje in mijn armen dat aanvoelde als een lappenpop.
“Ik ga de buurman halen!” schreeuwde Anya en weg was ze.
Instinctief draaide ik Amber met haar hoofdje naar beneden en sloeg voorzichtig, maar wel ferm, op haar ruggetje tussen de schouderbladen.
Daarna nam ik haar op schoot en blies in haar gezicht ter hoogte van haar mond zoals ik veearts James Herriot in de tv-serie ‘All creatures great and small’ had zien doen na de geboorte van een kalfje om het te laten ademen, naar ik aannam.
Wat je in je wanhoop al niet doet…
Tot mijn opluchting begon Amber weer te ademen en ze keek me monter aan.
Toen Anya met de buurman boven kwam, kon ik melden dat alles weer onder controle was.
De huisarts, die wij telefonisch raadpleegden, vertelde ons dat het wel eens voorkwam dat druppels babymelk in de luchtpijp terecht kwamen en dat dan het ademen van de baby spontaan kon stoppen.
Wat ik gedaan had- James Herriot en het kalfje had ik uit mijn beschrijving weggelaten- was een goede manier om de ademhaling weer op gang te brengen.
Het mocht dan een geruststellende gedachte zijn dat er niets abnormaals aan de hand was geweest, maar het heeft toch weken geduurd vóór we daar ook enigszins gerust op waren.
Regelmatig ging ’s nachts een van ons uit bed om te controleren of Amber nog wel ademde.
Blijft de vraag wat er gebeurd zou zijn als ik níet eerder naar huis was gegaan.
Had ik dit voorzien?
Is het mogelijk dat je onbewust in de toekomst kan kijken of is alles gewoon stom toeval?
Tot op de dag van vandaag kan ik daar geen sluitend antwoord op geven.
Normaal gesproken ben ik iemand die graag zijn verstand gebruikt maar in dit geval ben ik blij dat ik aan mijn onverklaarbare gevoel van onrust toegegeven heb.
En, om aan dit raar maar wáár gebeurde verhaal toch nog een afsluitende draai te geven, kom ik tot de vrijblijvende conclusie: gebruik je verstand en volg je gevoel.

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.