Er was eens een klein koninkrijk dat geregeerd werd door een oude koning die samen met zijn dochter in een oud paleis woonde.
Het paleis was niet meer dan een bouwval, de dochter niet minder dan oerlelijk en de oude koning voelde zijn einde naderen.
Tijd dus om zijn opvolging te regelen.
Door de stuitende lelijkheid van zijn dochter had hij tot nu toe geen geschikte prinsgemaal voor haar weten te strikken.
In betere tijden had hij met veel geld iemand nog wel zo gek kunnen krijgen maar dat geld was er niet meer en het koningschap had door de deplorabele toestand waarin het inmiddels verkeerde alle glans verloren dus dat was ook al geen lokkertje.
De oude koning wist dat zijn dochter het niet alléén zou redden want behalve spuuglelijk was ze ook nog eens oliedom.
“Wat moeten we nou doen?” vroeg de koning zich wanhopig af toen ze op een druilerige avond aan de maaltijd zouden beginnen.
“Nou. Gewoon. Eten, denk ik,” antwoordde de prinses en propte haar mond vol.
“Dat bedoel ik niet,” sprak de koning geërgerd. “Ik heb het over je huwelijk!”
“Ga ik trouwen dan?” vroeg de prinses verbaasd.
“Nee! En daar zit ‘m nou juist het probleem. Niemand wil met je trouwen.”
“Waarom niet?” vroeg de prinses en pulkte met haar mes een stukje vlees tussen haar tanden
vandaan.
“Denk eens na. Zou jij met jezelf willen trouwen?”
“Hoe kan ik nou met mezelf trouwen!” proestte de prinses het uit en stopte het per ongeluk uitgespuugde eten weer terug in haar mond. “Dat kan toch helemaal niet!”
De oude koning zuchtte diep.
Op dat moment werd er op de paleisdeur geklopt.
De lakei die ging kijken wie dat toch wel mocht zijn, kwam al snel terug.
“Het is een varken, sire. Hij wil u spreken.”
“Een sprekend varken?” vroeg de koning en keek even naar zijn dochter die voor de tweede maal haar bord vol schepte. “Nou ja, laat maar binnen.”
Het varken maakte na binnenkomst een buiging en stelde zich voor.
“Mijn naam is Philémon de derde en ik heb gehoord van uw probleem waar ik een oplossing voor meen te weten. Ik ben in deze walgelijke gedaante omgetoverd door een Boze Fee waardoor geen enkele prinses met me wil trouwen, terwijl ik eigenlijk een knappe jongeman ben. De betovering is alleen te verbreken als ik een huwelijkspartner weet te vinden van koninklijke bloede. Mij is ter ore gekomen dat u een huwelijkspartner zoekt voor uw onappetijtelijke dochter en ik ben bereid met haar te trouwen.”
De oude koning keek naar zijn eigen varkentje en dacht na.
“Als ik hierin toestem, wat zijn dan uw verdere plannen?”
“Ik zal, samen met u natuurlijk, het koninkrijk weer tot grote bloei brengen en na uw dood als een goede prinsgemaal, in naam van uw dochter, het land besturen. Uw dochter zal ik goed verzorgen dus daar hoeft u zich ook geen zorgen over te maken,” sprak het varken zelfverzekerd.
“Wat vind jij ervan?” vroeg de koning aan zijn dochter die voor de derde keer opschepte.
“Waarvan?” vroeg deze met volle mond.
De oude koning zuchtte diep.
“Het is goed,” besloot hij. “Ik ga akkoord.”
Niet lang daarna vond de huwelijksplechtigheid plaats en de voorspelling van het varken kwam uit.
Binnen een paar jaar was het koninkrijk door verstandig regeren weer veranderd in een welvarend land waar het prettig leven was en niemand iets tekort kwam.
De oude koning kon met een gerust hart doodgaan, wat hij dan ook deed.
Eén ding was het varken niet gelukt: hij had zijn gedaante van knappe jongeman niet terug gekregen en het gerucht deed de ronde dat hij helemaal niet was betoverd maar dat hij altijd een varken was geweest.
De oude koning had, toen hij nog leefde, daarmee kunnen leven maar zijn dochter niet.
Na haar vaders dood was ze een rijke koningin geworden die zich in de belangstelling van verscheidene edellieden mocht verheugen.
Door haar huwelijk met het varken kon ze daar niet veel mee dus besloot ze voor de eerste keer in haar leven na te denken om tot een plan te komen.
Dat kostte haar veel moeite maar feit was, dat het varken niet lang daarna onder verdachte omstandigheden de dood vond zodat ze in het huwelijk kon treden met een jonge prins zonder eigen fortuin.
Het hoofdbestanddeel van het bruiloftsmaal bestond uit varkensvlees dat de gasten zich goed lieten smaken.
Of het nieuwe bruidspaar hierna nog lang en gelukkig leefde, vermeldt het sprookje niet.

 

 

 

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.