Het was stil in het cafeetje op de hoek.
Een oude man zat aan een tafeltje bij het raam en staarde naar buiten terwijl een kastelein de glazen spoelde en de voorraad drank inspecteerde.
Een kwartier later begon de kastelein de stilte als drukkend te ervaren en zette hij de radio aan.
Tijdens het weerbericht, dat weinig goeds voorspelde, kwam een oude vrouw binnen geschuifeld die aan het andere tafeltje bij het raam ging zitten, met haar rug naar de man toe gekeerd.
Het wordt hier nog gezellig, dacht de kastelein en nam de bestelling op.
Toen hij een bessenjenever op het tafeltje zette, keek hij voor alle zekerheid nog even naar het bijna lege glas op het andere tafeltje en daarna naar de oude man.
Deze kende de schamele inhoud van zijn portemonnee en gaf geen sjoege.
Waarom gooi ik die tent gewoon niet later op de dag open, dacht de kastelein. De vaste klanten ze je om deze tijd toch nooit.
Mismoedig begon hij het koperwerk van de bar te poetsen.
Een half uur later- de radio meldde net een terroristische aanslag die aan 38 mensen het leven had gekost- kwam de eerste bekende binnen, niet veel later gevolgd door verscheidene andere stamgasten.
De radio werd uitgezet en de gebruikelijke borrelpraat nam een aanvang.
De twee oudjes bivakkeerden bij het raam in een cocon van stilte.
De vrouw zag een bekende buiten, zwaaide, betaalde haar consumptie en verliet het pand.
De oude man keek haar peinzend na tot ze met haar bekende uit het zicht verdwenen was en vestigde toen zijn aandacht op zijn inmiddels lege glas.
Een kwartier later- een dikke man met een rood hoofd was net begonnen aan een mop over twee negers en een jood- meldde hij zich bij de tap en bestelde een jenever.
“Kom er gezellig bijzitten,” stelde de kastelein voor in een poging om de man uit zijn isolement te halen.
“Nee, dank u,” zei de man afwezig en sjokte met zijn glaasje terug naar het tafeltje bij het raam.
Het gezelschap aan de bar keek toe hoe de man weer plaats nam en even bleef het stil.
“Nou, die jood zei dus tegen die twee negers…” vervolgde de man met het rode hoofd en de gezelligheid nam opnieuw een aanvang.
Het was al weer uren later toen de laatste stamgast het café verlaten had en de kastelein en de oude man over bleven.
De klok gaf aan dat het nog geen sluitingstijd was maar de kastelein begon alvast met de schoonmaakwerkzaamheden en zette de radio aan om de stilte te verdrijven.
Een kwartiertje later kwam de oude man overeind, betaalde zijn rekening en sjokte naar de buitendeur.
“Een fijne avond nog!” riep de kastelein hem na.
Op de radio was het nummer ‘The Streets Of London’ van Ralph Mc Tell te horen.
Blij dat ik niet in Londen woon, dacht de kastelein en zette de radio uit.

Reacties mogelijk in het gastenboek.