De grote zwaargebouwde kastelein maakte, na sluitingstijd, de bar schoon.
Het was een gezellige avond geweest.
Zijn ouderwets aandoende pijpenlade in het centrum van de studentenstad, trok altijd veel jongeren.
De muziek, vrolijke hits uit een grijs verleden, stond op een niveau dat uitnodigde tot praten en dat deden de bezoekers dan ook.
Hoewel de huiskamerachtige gezelligheid een gedateerde indruk maakte, was dat misschien juist ook wel de sleutel tot het succes van zijn zaak.
Af en toe nam hij deel aan de gesprekken en hij zorgde ervoor dat iemand die even geen gesprekspartner had, met hém in gesprek raakte.
Niemand mocht zich in zijn café alleen voelen.
Voor hem zelf was het café trouwens ook een manier om de eenzaamheid te ontlopen.
Hij was niet getrouwd, had nooit een echte relatie gehad en beschouwde het café als zijn woonkamer.
Hij trok zijn afgezakte slobberbroek weer omhoog tot over zijn dikke buik en pakte zijn jas van de kapstok.
Nog eenmaal overzag hij de zaak om te zien of alles op orde was en opende de deur om deze daarna op slot te doen.
Tot zijn verrassing zag hij een meisje naast de deur staan.
Eigenlijk was het een jonge vrouw maar, gezien zijn leeftijd, beschouwde hij alle vrouwen onder de dertig als meisjes.
Het was een mooie meid om te zien maar wat hem vooral opviel was de desolate blik in haar ogen.
Hij had haar wel meer in zijn zaak gezien, altijd in het gezelschap van weer een andere knappe jongen.
Type ‘populaire meid’ dus, maar daar was nu niet veel van over.
Wat hij zag, was een zielig hoopje mens.
“Hoi! We zijn gesloten hoor. Of sta je alvast in de rij voor de opening van morgen,” grapte de kastelein.
Het hoopje mens keek hem droevig aan.
“Ik weet niet waar ik heen zal gaan.”
“Je was toch met die jongen vanavond? Ik dacht dat jullie wat met elkaar hadden.”
“Ja inderdaad: hádden! Hij heeft me laten barsten en nou weet ik het gewoon even niet.”
De kastelein dacht een ogenblik na.
“Ik woon hier om de hoek,” zei hij. “En ik heb een logeerkamer. Daar kun je eventueel vannacht slapen.”
Twee treurige ogen keken hem onderzoekend aan.
“Ik weet het niet,” aarzelde het meisje.
“Moet je luisteren. Ik ben echt niets met je van plan. Ik wil het alleen niet op mijn geweten
hebben dat ik je hier buiten achterlaat en dat je iets ergs overkomt. Hoe heet je eigenlijk?”
“Lindsey,” zei ze.
“Nou Lindsey. Wees verstandig en ga met me mee. Morgen is er weer een dag en ’s nachts op straat kan écht niet.”
Ze keek hem taxerend aan en besloot om het aanbod aan te nemen.
“Als het niet te lastig voor je is…”
“Wel nee, meid! Ik moet alleen het logeerbed even opmaken. Kom mee. Het is hier om de hoek.”
Even later zaten ze naast elkaar op de bank in de rommelige vrijgezellenkamer.
De kastelein had thee gezet en een pak chocoladekoeken op tafel gelegd, naast een zak pinda’s die er al lag.
Lindsey was de kastelein steeds meer gaan zien als een dikke oude knuffelbeer aan wie je alles kan vertellen.
En dat deed ze ook.
Ze stortte haar hart uit, terwijl de dikke oude knuffelbeer aandachtig luisterde en af en toe voorzichtig zijn mening gaf.
Het kwam er bij Lindsey op neer, dat ze weinig plezier beleefde aan haar schoonheid omdat ze steeds de verkeerde mannen aantrok.
Na een paar leuke weken,soms maanden, lieten ze haar zitten om er met een ander vandoor te gaan.
Van een populaire vrouw, werd ze door aantrekkelijke mannen steeds meer gezien als een gemakkelijke prooi.
Eigenlijk wilde ze gewoon ‘huisje boompje beestje’, maar dan wél met een knappe kerel natuurlijk. Ze wist het gewoon even niet meer.
“Weet je wat jij moet doen,” zei de kastelein. “Je moet gewoon een tijdje een pas op de plaats maken. Niet uitgaan maar tot rust komen en de zaken op een rijtje zetten. Vannacht blijf je in ieder geval hier en als je wilt kun je langer  blijven.”
Lindsey keek glimlachend naar de kastelein en in een opwelling sloeg ze haar armen om zijn dikke lijf en gaf hem een knuffel.
“Waren alle mannen maar zoals jij,” zuchtte ze.
“Je gaat me toch niet vertellen dat je me tot de knappe mannen rekent, hè,” zei de kastelein en kwam snel overeind.
“Tijd om te slapen,” zei hij.
Lindsey keek vertederd toe hoe de kastelein onhandig het logeerbed voor haar opmaakte.
Hij had, behalve een schone handdoek, zelfs nog een schone tandenborstel voor haar en even later lag ze veilig in bed.
De kastelein dekte haar zorgvuldig toe en legde zijn grote hand even op haar voorhoofd.
“Slaap lekker en neem gewoon de tijd om alles goed op een rijtje te zetten. Jij komt heus wel aan een échte leuke vent. Welterusten!”
Hij sloot zachtjes de deur van de logeerkamer en kroop in zijn eigen bed.
De volgende morgen werd de kastelein met een blij gevoel wakker.
Hij kleedde zich snel aan, ging naar buiten en kwam even later terug met verse croissantjes en sinaasappelen die hij meteen perste voor het sap.
Ook zorgde hij voor een lekker bakkie koffie voordat hij naar de logeerkamer ging om Lindsey te wekken.
Toen hij na de derde keer kloppen nog geen antwoord kreeg, opende hij de deur en keek in een lege kamer.
Het bed was netjes opgemaakt.
Op het bed lag een briefje waarin hij bedankt werd voor zijn gastvrijheid en geruststellende aanwezigheid.
“Nou, graag gedaan!” bromde hij bitter.
Die avond en ook de daarop volgende avonden kwam ze niet in zijn café en het was pas na weken  dat hij haar, bij toeval, op een terrasje zag zitten.
Uiteraard weer met zo’n type ‘foute mooie jongen’.
Bijna was hij uit een soort vaderlijke bezorgdheid naar haar toegegaan maar hij besloot om het maar zo te laten.
Berustend sjokte hij naar zijn café voor weer een avondje gezelligheid.

 

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.