Laatst hoorde ik iemand spreken over associatief denken.
De ene gedachte lokt de andere uit en het zou interessant zijn om die opeenvolging van gedachten in beeld te brengen en daar een diepere gedachte uit te distilleren.
Tijdens het beluisteren van een van de cassettebandjes, opgenomen in de vakantie van het jaar 2000, had ik allerlei associatieve gedachten en werd ik heen en weer geslingerd in de tijd.
Omdat ik nog steeds een beetje in die stemming verkeer, heb ik besloten om te proberen die gedachten eens op papier te zetten.
Kijken wat me dat voor diepere gedachte gaat opleveren.
Om het geheel van associatieve gedachten een plaats in de tijd te geven, meld ik dat het vandaag 26 december 2015, iets na half zes in de namiddag is.
Een moment in een mensenleven.
Dat is leuk om te weten als ik dat later nog eens lees.
Dat ‘leuk voor later’ zeg ik ook altijd tegen mijn dochters als ik het over de vakantiebandjes  heb maar voor hen zijn de bandjes nog niet ‘later’ genoeg.
De vakantiefoto’s  vinden ze wél leuk.
Mijn beide dochters zijn overigens op pad en weten nog niet hoe laat ze thuis zullen zijn.
Het cassettebandje ‘Laon 2000’ heb ik, na beluistering, net teruggelegd in de kast waar ook de andere bandjes liggen.
Op dat bandje staan opnames, gemaakt in de periode 21 t/m 23 augustus 2000 in het stadje Laon in Noord-Frankrijk.
Het idee daarvoor kwam van Wim Groen die op deze manier een klankbeeld, zoals hij dat noemde, had gemaakt van het jongerenkoor op bezoek bij pastoor d’Almeida in het plaatsje Boigneville in Frankrijk in 1975.
Tussen de verslagen en interviews door, had Wim muziek gezet en samen klonk dat heel gezellig.
Toen ik dat klankbeeld voor de eerste keer hoorde, was het al twintig jaar later, nadat we bij die pastoor op bezoek waren geweest.
Het bandje klonk zó gezellig dat ik een kopie van dat bandje vaak draaide  als ik weer eens behoefte aan vakantie had.
Het voelde alsof ik mee was naar Boigneville.
Het leek me dus een goed idee om opnames van onze vakantie in Frankrijk te maken.
Na thuiskomst had ik, tussen de verslagjes van onze belevenissen, opnames van Franse chansons gezet en zo ontstond mijn eigen klankbeeld.
Met dit klankbeeld kon ik een vakantiesfeer oproepen wanneer ik maar wilde.
De foto’s  van de vakantie in Laon heb ik op artistiek verantwoorde wijze, met veel zorg, in een daarvoor bestemd ‘Frankrijkalbum’ geplakt.
Al die andere jaren dat we naar Laon gingen, heb ik dat ook zo gedaan.
De laatste twee jaren namen mijn dochters de verslagjes op met hun mobieltje omdat de cassetterecorder door slijtage niet meer goed kon opnemen.
Afdraaien is nog steeds geen probleem.
Het resultaat van ‘Laon 2012’ is op CD gezet en dat van ‘Laon 2013’ is verloren gegaan, doordat het mobieltje al stuk was voordat de opnames overgezet waren.
Dit jaar in Laon, in mijn eentje deze keer, heb ik geen opnames meer gemaakt.
De foto’s  heb ik wél nog ingeplakt.
Ik heb nu negen cassettebandjes, één CD en drie Frankrijkalbums.
Als ik weer eens de behoefte heb om er even ‘uit te zijn’, pak ik een bandje of een album en verdwijn in de tijd.
Ongelooflijk eigenlijk dat dat kan.
Ik hou mijn hersenen voor de gek (of houden mijn hersenen mij voor de gek; dat is ook nog een interessante vraag)  en voel me werkelijk in Laon.
Als ik bijvoorbeeld heel intensief naar een foto staar, lukt het me om een fractie van een seconde te voelen wat ik toen voelde en/of dacht.
Een gevoel van sfeer kan ik langer vasthouden.
Vooral bij de bandjes ‘Laon 2000, 2001 en 2003’ en de foto’s  uit die tijd, heb ik het gevoel dat mijn leven toen een compleet andere invulling had.
Dat komt natuurlijk omdat mijn kinderen en de manier waarop wij met elkaar omgaan sinds die tijd enorm veranderd zijn.
Ze worden komende januari 18 en 25 jaar en leiden steeds meer hun eigen leven en zo hoort het ook.
Hun volwassen leven staat in de opbouwfase, dat van mij in de afbouw.
Niet zo lang geleden kwam ik een oud-leerling met zijn vrouw tegen.
Het was een stevige vent geworden, een kop groter dan ik, maar ik kende hem ook nog als het kwetsbare jongetje uit de klas, waar ik extra aandacht aan besteedde.
Voor hem was ik nog steeds die hulpvaardige meester van vroeger.
Voor zijn vrouw was ik waarschijnlijk een ouder wordend mannetje dat binnen niet al te lange tijd zelf hulp nodig zou hebben.
Tijdens het luisteren naar ‘Laon 2000’ moest ik ook regelmatig denken aan de twee vakanties die ik met mijn ouders en het gezin in Laon doorbracht.
Mijn jongste broer Matthijs en ik schelen ruim acht jaar en hebben daar hele andere herinneringen aan.
Niet alleen omdat de belevingswereld van een 14 jarige en een 6 jarige heel anders is, maar ook omdat ik mijn vader nog kende als gezonde en actieve man en Matthijs hem vooral zag als iemand die begon te sukkelen met zijn gezondheid.
Van mijn enige nog levende tante, Nel, kreeg ik enige maanden geleden een ansichtkaart terug die wij in 1969 vanuit Laon gestuurd hadden; hartelijke groeten van een gezin dat niet meer bestaat.
Met een andere tante, Annemarie, zou ik naar Laon gaan omdat ze die stad, na al mijn enthousiaste verhalen, wel eens wilde zien.
Het is er niet van gekomen omdat ze ziek werd en daarna doodging.
Hadden we een jaar eerder afgesproken, dan zou ze het nog meegemaakt hebben.
Maar is haar leven daardoor minder waardevol geweest?
Lijkt me niet.
Wéér een andere tante, Mecheline, die samen met oom Nico mij heeft laten kennis maken met Laon, werd ook ziek.
Na jaren van weinig contact, heb ik haar de laatste twee jaar van haar leven, regelmatig bezocht.
Dat lijkt me dan weer wél waardevol.
De laatste tijd merk ik dat ik weemoedig word van vooral de oudere Laon-bandjes en het eerste Frankrijkalbum.
Weemoedig over een samenleven dat ooit geweest is en nooit meer terug zal komen.
Mijn kinderen van toen zijn mijn kinderen van nu geworden.
En ben ik nog wel diezelfde als toen?
Je weet natuurlijk dat alles niet hetzelfde blijft en dat aan alles een einde komt, maar het besef dringt pas écht tot je door als het werkelijk zover is.
Moet je er dan maar minder van gaan genieten, zodat het gemis van wat voorbij is, minder groot is?
In mijn jonge jaren heb ik dat een tijdje uitgeprobeerd maar dat beviel niet.
Geniet er dus maar zoveel mogelijk van, is mijn devies sindsdien.
De laatste keer in Laon, in mei van dit jaar, was ik alleen.
Maar zo voelde het niet.
Ik had twee overnachtingen geboekt in het mij bekende ‘Hotel des Arts’ bij het station en drie dagen heb ik, slenterend en mijmerend door straten en straatjes, doorgebracht.
Af en toe even ergens zitten, hoorde daar natuurlijk bij.
Op de een of andere manier kom ik daar altijd tot rust.
In al die jaren dat ik daar kom, en dat zijn er al bijna vijftig, is er niet zoveel veranderd.
Voor een nostalgische melancholicus is dat heerlijk om te ervaren.
Op het moment dat ik dit schrijf, komt mijn dochter Amber thuis.
Het loopt nu tegen half tien.
Tijd om te stoppen en te lezen wat mijn associatief schrijven me opgeleverd heeft.
Het valt me niet mee.
Rommelig en onsamenhangend is mijn eerste indruk.
Een hoop geleuter op niets af en een flinke dosis navelstaarderij.
Maar ja, is dat niet altijd zo als je associatief bezig bent?
Als dit, wat ik gedaan heb, tenminste associatief schrijven te noemen is.
Waarschijnlijk niet.
En een diepere gedachte kan ik ook al niet ontdekken of het zou moeten zijn dat alles verdwijnt in de tijd.
Lekker een open deur intrappen!
Ondanks al mijn bedenkingen besluit ik om het resultaat te bewaren als momentopname in de tijd.
Misschien is het toch wel leuk voor later, hoewel ik natuurlijk niet weet of ik genoeg ‘later’ heb om ervan te kunnen genieten.

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.