Ik zal een jaar of zestien geweest zijn.
Het was zaterdagavond en ik ging in die tijd nog niet uit.
Het hele gezin- vader, moeder en vier kinderen, waarvan ik de oudste was- zaten gezellig bij elkaar in de woonkamer voor de televisie.
Mijn vader had, als altijd, een groot tekenblok op schoot en maakte schetsen van ons of van beelden die hij op tv zag.
Mijn moeder had, zoals gewoonlijk, de dag ervoor op de markt wat lekkers gekocht voor bij het gezellig samenzijn.
Die avond zouden we gaan kijken naar de populaire familieshow ‘een van de acht’ , gepresenteerd door Mies Bouwman, een begrip in die tijd.
Dat gold ook voor ons; we hadden er zin in!
De kinderen waren allemaal in bad of onder de douche geweest en staken in pyjama.
Ik ook en ik was blij dat mijn vrienden en klasgenoten hier geen weet van hadden.
Dit knusse gevoel van saamhorigheid ging hen niets aan.
Bij het journaal waren ze net aan het weerbericht begonnen, toen er op het raam geklopt werd.
Verbaasd keken we elkaar aan en mijn moeder schoof het gordijn iets opzij om te zien wie dat toch wel mocht zijn.
Even was ik opgelucht dat ik niet in het spottende gezicht van een vriendje keek maar wat ik wél zag deed mijn opluchting snel verdampen.
Achter het vensterglas zagen we in het donker een hoofd en daarboven een hand die langzaam heen en weer bewoog.
Het hoofd vertoonde akelig veel gelijkenis met dat van een oude bekende die de vervelende gewoonte had om bezoekjes af te leggen als niemand daar prijs op stelde.
Twee pretoogjes keken ons aan, een beminnelijke glimlach verscheen en daarna verplaatste het theater zich naar onze voordeur.
Inderdaad, dit was meneer Burgers, die zo vriendelijk was om met zijn onaangekondigde bezoek onze avond te verpesten.
Teleurgesteld en woedend fluisterden we door elkaar, met als grootste gemene deler het dringende verzoek “Stuur hem weg.”
Zuchtend stond mijn vader op met de mededeling “Jullie weten best dat dat niet kan. Misschien blijft hij niet zo lang. En gedraag je hoor,” voegde hij er aan toe.
Na het openen van de voordeur drong de hoge scherpe stem meteen al door tot in de woonkamer en weldra kwam, wat erbij hoorde, opgewekt pratend de woonkamer binnen.
Ondanks de vitale vrolijkheid die meneer Burgers uitstraalde, vond ik dat hij echt een oude man geworden was.
Hij stond lang niet meer zo recht als vroeger en ook de rimpels in zijn gezicht en de wallen onder zijn ogen logen er niet om.
“Tjonge tjonge, dat is een tijd geleden!” riep hij enthousiast terwijl hij ons allemaal uitgebreid de hand schudde en wij probeerden onze ergernis te verbergen.
“Nee, laat dat onding maar aanstaan hoor!” riep hij naar mijn moeder die naar de televisie onderweg was om deze uit te zetten.
Een moment meende ik iets van spijt in zijn gezicht te zien toen mijn moeder dit daadwerkelijk deed, maar daarna ging hij goedgehumeurd op mijn moeders plaats op de bank zitten.
Nadat iedereen een stuk was opgeschoven zodat mijn moeder ook weer een plaatsje had, begon onze ongenode gast genoeglijk en luid, verslag te doen van de goede schoolresultaten van zijn kleinkinderen.
Hij concurreerde qua volume met de inmiddels begonnen STER reclame op tv.
Die werd dus wat zachter gezet zodat hij ons op minder oorverdovende wijze op de hoogte kon brengen van het wel en wee in zijn familie.
Toen hij klaar was met zijn betoog, viel er even een stilte omdat niemand van ons spontaan iets zinnigs wist uit te brengen.
Gelukkig was de reclame op tv er nog en we keken allemaal aandachtig naar een spotje over kunstgebittenkleefpasta.
Meneer Burgers veerde op.
“Ja dat is toch wel erg! Er zijn tegenwoordig al een heleboel jongelui die met zo’n kunstding rondlopen terwijl dat helemaal niet nodig is, als je je gebit maar goed verzorgt.”
Hij stond op, klapte enige malen zijn kaken op elkaar, trok zijn lippen uit elkaar en boog zich naar ons toe, zodat we goed zijn nog gave tanden konden zien.
Wij, de kinderen, keken elkaar aan en voelden de ‘slappe lach’ opkomen.
Mijn vader signaleerde dit en begon gauw over de foto’s die meneer Burgers meegenomen zou hebben.
“Ze zitten nog in mijn jaszak,” zei deze en kwam redelijk kwiek overeind om ze te gaan halen.
En zo ging er tijdens het eerste kwartier van ‘een van de acht’ een verzameling foto’s rond die allemaal luidruchtig van commentaar voorzien werden.
“En, wat vindt kunstenaar Stam ervan?” vroeg hij olijk na afloop.
“Interessant,” vond mijn vader.
Meneer Burgers begon aan een verhandeling over goede amateurfotografie maar bleef halverwege zijn betoog steken omdat hij afgeleid werd door een leuk programmaonderdeel van de familieshow.
Tot onze vreugde begon hij mee te kijken en stil te vallen.
Af en toe vertelde hij nog wel iets over de show wat we zelf ook zagen maar we konden ons tenminste weer op Mies Bouwman en haar show concentreren.
Toen het grootste deel van het programma erop zat, vond hij het blijkbaar welletjes.
Hij gaf ons allemaal hartelijk en uitgebreid een hand, stond een tijdje breeduit in beeld om de foto’s in de goede volgorde te leggen en ging daarna dan toch naar de gang, waar mijn vader al wachtte.
Een zucht van verlichting ging door de kamer toen de voordeur dichtsloeg en we weer ‘onder ons’ waren.
Onverwacht werd er op het raam getikt.
Mijn moeder schoof het gordijn iets opzij en we zagen weer dat gezicht.
“Bedankt voor de gezellige avond!” riep het gezicht, om meteen daarna in de duisternis te verdwijnen.
En jij voor het verpesten van die gezellige avond, dacht ik maar tegelijkertijd had ik ook met hem te doen.
Dit was dus wat er van je overblijft als je oud en overbodig geworden bent: een stoorzender.
We keken nu naar het laatste deel van de show met Mies Bouwman, die de legendarische woorden sprak: “Licht uit, Spot aan.” Waarna de lopende band gestart werd.
Ik keek om me heen naar het gezellige gezinnetje dat we met elkaar vormden en hoopte maar dat het nog lang zou mogen bestaan.
“Reken daar maar niet op,” zei een stoorzender diep in me.

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.