Ik woonde in die tijd op de negende etage van een twaalf verdiepingen tellende flat.
Er waren twee liften: één voor de even etages en één voor de oneven verdiepingen.
Ik had het niet zo op die lift, maar het alternatief was negen etages trappen lopen en dat trok me ook niet echt aan.
Ik drukte op de knop en wachtte dus maar tot de lift zou komen.
Eindelijk schoof de deur open en een keurige heer stapte uit.
Even leek het of hij schrok en het woord tot mij wilde richten.
Ik stond al in de luisterhouding maar de man bedacht zich en liep, zonder verder iets te zeggen, door.
Ik stapte in de lift en werd overvallen door een smerige stank die me nog het meest deed denken aan een enorme scheet.
Ik dacht meteen aan die keurige heer en moest grinniken bij de gedachte dat dat waarschijnlijk was waar hij iets over had willen zeggen.
Bij de negende etage aangekomen, schoof de deur open en keek ik in het gezicht van een aantrekkelijke buurtbewoonster die aan het einde van de galerij woonde.
Enigszins geschrokken wilde ik haar uitleggen dat die ranzige scheetgeur niet van mij afkomstig was maar ik besloot om haar, kort groetend, snel voorbij te lopen.
En nou maar hopen dat zij beneden ook iemand tegenkwam die gebruik van de lift wilde maken.

Reacties mogelijk in het gastenboek.