Het leuke van foto’s vind ik dat in een fractie van een seconde een tijdsbeeld wordt vastgelegd dat symbool staat voor een hele periode.
Vroeger had ik een bijna ziekelijke neiging om een foto te bemachtigen als ik wist dat die genomen was en ik het idee had dat die leuk was “voor later”.
Af en toe fotografeerde ik trouwens zelf ook.
In mijn boekenkast boven staat een hele serie goedkope plakboeken waar ik dat soort foto’s dan inplakte.
Zo is mijn leven en dat van mijn omgeving in beelden vastgelegd.
Eens in de zoveel maanden pak ik zo’n plakboek met foto’s om daar eens lekker in te bladeren en te dwalen door de tijd.
Laatst had ik weer eens zo’n nostalgische bui maar toen ik het plakboek open deed, vielen er een paar A-4’tjes uit met daarop een door mij gemaakt reisverslag van een vakantie in Ierland met onze band.
Ik was dat verslag eigenlijk vergeten en nieuwsgierig begon ik te lezen hoe het ons daar vergaan was.

 

 

 

 

 

 

 

29 juni t/m 20 juli 2002

Bangers & Mash tournee door Ierland

 

Zaterdag 29 juni 2002 was het om half 5  ’s middags verzamelen geblazen voor de leden van Bangers & Mash en hun gezinnen.
Twee busjes en twee personenauto’s ronkten van ongeduld om, volgestouwd met muziekinstrumenten, installatie en natuurlijk de gebruikelijke vakantiebenodigdheden, de reis naar Ierland aan te vangen.
Eén auto zou op een gegeven moment wel érg hard gaan ronken maar daarover later meer.
Omdat van verscheidene kanten regelmatig gevraagd wordt hoe zo’n tournee nou in zijn  werk gaat (seks&drugs&rock&roll, drank- en ander misbruik, nachtelijke orgiën enz.) leek het ons aardig om een verslag van onze avonturen op de Bangers & Mash site te zetten.
Voor alle duidelijkheid volgt hieronder nog even een lijst met alle deelnemers.
–         Violiste en celliste Sjanneke en haar vriend en onze roady en steunpilaar Willem
–          Mandoline, accordeonspeler en financieel deskundige Peter, zijn vrouw Pieta en kinderen Seán (die eigenlijk geen kind meer             is) Jeffrey en Brendan
–          Zanger, gitarist en technicus Lowie, zijn vrouw Ingrid en kinderen Thijs en Anouk.
–          Bassist en zanger Jeroen en dochter Amber
Rest ons nog te zeggen dat elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen louter op toevalligheid berust.

 

Na een toeristische route door het groene hart van Nederland om een op de radio aangekondigde file te vermijden, bereikten de muzikale vakantiegangers goed gemutst de haven van Rotterdam.
Later bleek de boot naar Hull een uur later te vertrekken omdat 50 passagiers vertraging hadden opgelopen door, inderdaad, die enorme file.
Ons reisgezelschap zat toen inmiddels al volop te genieten van een heerlijke maaltijd in het scheepsrestaurant.
Er werd door sommigen veel gegeten en door de jongeren vooral veel gelachen.
De verdeling van de hutten had, door een twijfelachtige organisatie van rederij P&O, enige problemen gegeven maar toen tijdens het gezellig nazitten de slaap begon toe te slaan, wist een ieder wonderwel vlot de goede hut te vinden.
Tenslotte bleven Willem, Seán, Jeffrey en Jeroen over om nog een laatste guinness (en club orange) te nuttigen.
De eerste drie wilden nog even een gokje wagen en Jeroen bleef uiteindelijk alleen achter omdat hij liever zijn pijp leegt dan zijn portemonnee.
Overigens gingen de gokkers al heel snel daarna ook te kooi dus veel winst zullen de heren wel niet binnengehaald hebben.

 

Zondagochtend waren zelfs Sjanneke en Willem ruim op tijd hun scheepshangmat uit om vanuit Hull, dwars door Engeland, naar Holyhead aan de andere kant van het land te scheuren.
Na een kleine 100 km scheurde er letterlijk iets bij de auto van Jeroen.
Begeleid door een zwaar ronkend lawaai, veroorzaakt door een gebroken uitlaat, werd door het gezelschap een parkeergelegenheid langs de snelweg aangedaan.
Peter en Pieta vouwden onverstoorbaar een picknicktafel open en toverden een heerlijk ontbijt tevoorschijn.
Onderwijl bogen Willem en Lowie zich over, of liever gezegd, onder de uitlaat.
Een leeggemaakt blikje aubergines, twee slangenklemmen, een meter duct tape en een stukje improvisatie brachten uitkomst.
Willem wist de twee uitlaatdelen m.b.v. dat blikje en tape bij elkaar te krijgen zodat de reis vervolgd kon worden.
Eerst moest nog afgegeten worden en werd er met enige meewarigheid gekeken naar een onverwachte repetitie op diezelfde parkeerplaats van een leeggemaakt blik jeugdige majorettes, die op de weerbarstige tonen uit een zwaar overstuurde geluidbox hun armoedige kunsten vertoonden.
Holyhead werd verder zonder noemenswaardige gebeurtenissen bereikt.
Twee dingen vielen op: de wegen waren sinds twee jaar geleden aanmerkelijk verbeterd maar het weer verslechterde zienderogen.
De bootreis verliep desondanks vlot en enige uren later voer het schip de haven van Dublin binnen.
De aankomst in Ierland bood een vertrouwde aanblik: een loodgrijze lucht waaruit veel regen viel die door een harde wind tegen de auto’s gesmeten werd.
Iedereen voelde zich meteen weer thuis.
Er wordt wel eens geklaagd dat Ierland door de EU-subsidies en een groeiende economie, moderniseert en daardoor een stuk authenticiteit verliest maar daar hadden de bandleden en hun gezinnen even geen boodschap aan toen ze in een snel tempo over goede wegen naar Kilkenny reden.
|Op de vertrouwde camping van Tom Halpin werden boven op een heuvel in de storm vier tenten opgezet: de “tent is my castle” van Peter en zijn gezin, de ”laat maar waaien tent” van Sjanneke en Willem, de “oud maar nog niet helemaal versleten” tent van Jeroen en Amber en de tot ieders verbazing “nieuwe tent” van Lowie en zijn gezin.
Met dikke kleding aan werd er door een deel van de verwaaide kampeerders nog even nagezeten maar toen de drank uit de glazen geblazen dreigde te worden, kozen ook zij  eieren voor hun geld en kropen in hun tenten, waar zij overigens ook niet geheel uit de wind lagen.

 

Lowie had de volgende maandagochtend op de autoradio reeds gehoord dat het toch al slechte weer van dat moment alleen nog maar slechter zou worden en stelde voor om van het bestaande weer dan maar te genieten, zolang het nog kon.
Na enig heen en weer gedrentel werd besloten om dan toch maar een poging te wagen om de grote partytent van Peter en Pieta op te zetten.
Ongelooflijk eigenlijk hoeveel combinaties er te maken zijn van tentstokken die “1 en 2”  en “3 en 4”  genummerd zijn.
Na veel geklungel stond het geval dan eindelijk overeind en werden drie kanten met allerlei soorten zeil tegen wind en regen afgedekt.
Nadat Lowie en Jeroen snel boodschappen gedaan hadden en Peter tijdens werkzaamheden aan een andere tentstok zijn duimnagel in een hoek van 90 graden had gebogen, verzorgde Lowie voor de inmiddels hongerig toestromende meute een heerlijk ontbijtje, bestaande uit sodabread, gebakken eitjes, worstjes, gebakken spek en verdwaalde aubergines die geen blik meer hadden.
Na warme koffie en thee werd besloten om naar de stad Kilkenny te gaan.
Willem ging als enige op de speciaal voor dit soort gelegenheden door hem meegenomen fiets.
Na enig shoppen in afzonderlijke groepjes werd er gezamenlijk wat gedronken in “Maggies Bar” waar Lowie meteen een optreden regelde voor de donderdagavond.
Willem fietste met Seán via een andere pub terug naar de camping en Sjanneke besloot om de afstand  lekker wandelend af te leggen.
’s Avonds verzorgde Lowie, geassisteerd door Peter, wederom een eenvoudige doch voedzame maaltijd in de partytent.
Tijdens oeverloos geouweneel na het diner, waarbij werd genoten van diverse soorten wijn en een fles vloeistof van Willem, kwamen Willem en Seán tijdens de Irish coffee die daarop volgde, met de mededeling dat ze gehoord hadden dat Manny, de onvolprezen alcoholische zetbaas van “The Caisleánn” die de vorige twee Ierlandtrips veel optredens geregeld had en nu ontslagen was wegens, zelfs voor Ierse begrippen overmatig drankgebruik, daar toch weer zou werken.
Een geldig excuus dus voor Lowie, Sjanneke, Willem, Seán en Jeffrey om daar eens poolshoogte te gaan nemen.
Peter, die na een symbolisch druppeltje whiskey in zijn Irish coffee, eigenlijk al aan zijn taks  zat, besloot de gok te wagen en zou rijden.
De immer sportieve Willem koos voor de fiets.
Een uurtje later kwam een deel van het gezelschap al terug met het bericht dat Manny twee weken geleden inderdaad weer voor twee uur per avond aangenomen was.
Het weerzien met Manny was hartverwarmend geweest en besloten werd om dat te vieren met een informeel optreden van Bangers & Mash tijdens de werktijd van Manny.
Willem, Sjanneke en Seán manifesteerden zich als echte buitenmensen die behoefte hadden aan een avondwandeling  en/of fietstochtje en bleven daarom nog even in de pub zitten, terwijl de anderen met de auto alvast weer naar de camping teruggingen.
Manny regelde ondertussen nog even een optreden voor de woensdagavond.
Opvallend was deze dag dat het Ierse weerbericht net zo onbetrouwbaar kan zijn als de Nederlandse versie want ook dat zat er behoorlijk naast.
In plaats van storm en regen was het ’s middags af en toe bijna aangenaam, onder een waterig zonnetje dat zich af en toe even liet zien.

 

Dinsdag 2 juli had Willem al vroeg tijd en geld geïnvesteerd in een extra partytent die daarna met vereende krachten opgezet werd.
Na een gezamenlijk ontbijt daalde het niveau met een bezoek aan de grotten van Danmore.
Na allerlei interessante wetenswaardigheden gehoord te hebben, zoals bijvoorbeeld de wijze van kleingeld bewaren onder oksels en in haren van onze voorouders met behulp van bijenwas, had het gezelschap een afspraak met Manny in de pub, waar foldertjes van de band overhandigd werden.
Peter, Willem en de meeste kinderen gingen eens een hengeltje uitgooien en de rest vermaakte zich in het gezellige centrum van
Kilkenny.
’s Avonds werd er gezamenlijk gegeten in de dubbele partytent  en ging men gezamenlijk naar “The Caisleánn” om op te treden.
Opvallend was dat juist de ballades, veel meer dan in Nederland, heel veel succes hadden.
Bij het door Lowie gezongen nummer “Kilkelly” bijvoorbeeld kon je een speld horen vallen en Anouk en Amber hadden gezien dat een grote vent stiekem zat te huilen.
En wat is toeval?
Een Australische journaliste, die aan de bar zat, kende Bangers & Mash van de lokale radio in Australië waar de CD gedraaid werd.
Ze had de naam onthouden omdat ze die zo grappig vond en was zeer verrast om die Nederlandse groep in een Ierse pub te ontmoeten.
De bandleden zijn uitgenodigd om in Australië bij haar langs te komen als het toeval hen daar brengt.

 

Woensdag 3 juli was een dag waarop iedereen lekker zijn eigen gang ging, evenals de partytent van Willem die tijdens een van de windvlagen spontaan de lucht invloog.
Sjanneke had bij een steengroeve een prachtig brok steen gekregen waar ze ongetwijfeld een nóg mooier beeld uit zal houwen.
’s Avonds was er een akoestisch optreden in “John Creeves” , een pub waar vaak live muziek te  zien en te horen is, ook deze keer met veel succes.
Leuk was dat na afloop een aantal Ierse bezoekers zelf een lied zong tot ver na sluitingstijd, waardoor de pubeigenaar steeds zenuwachtiger werd door de strenge controle van de “garda”.
Op het laatst werd er alleen nog maar fluisterend gezongen en gepraat en als dieven in de nacht verlieten de muzikanten met stille trom de pub.

 

Was het donderdagochtend nog droog, de rest van de dag was het regen, regen en nog eens regen.
Iedereen bracht op aangepaste wijze de dag door.
De buitenlucht diende zoveel mogelijk vermeden te worden, wat niet meevalt op een camping zonder kantine, maar daarvoor heeft men de pub uitgevonden, zoals Seán constateerde.
’s Avonds was er een optreden in de pub van Maggie Hollands en wederom was het gezellig en succesvol.
Zelfs een oud vrouwtje met het uiterlijk van een in onbruik geraakt biervat, dat op gezette tijden met dubbele tong tevergeefs om een nummer van Elvis Presley vroeg ter nagedachtenis aan haar drie jaar daarvoor overleden broer, had, naar het aantal leeggedronken glazen gemeten, een leuke avond.
Ook nu weer werden er veel CD’s verkocht, wat voor een deel toe te schrijven is aan de verkoopkwaliteiten van Seán die op vriendelijke wijze de Ieren onder druk zette om er vooral toch eentje aan te schaffen.
Ook nu weer kregen de muzikanten te horen dat het zingen van songs een beetje uit de mode is en dat de meeste jonge folkmuzikanten vooral instrumentals spelen maar dat het publiek het heerlijk vond dat er weer eens een optreden met ballades, drank- en strijdliederen was.
De leden van Bangers & Mash begonnen zich bij wijze van spreken een beetje als missionarissen te voelen die de gezongen Ierse traditie door middel van hun optredens levend weten te houden.

 

Ondanks het late uur van slapen gaan, de vorige avond, kwam iedereen rond 7.00 uur die vrijdag zijn tent uit.
Er moest een lange rit gemaakt worden naar de camping van Carrowkeel in de buurt van Castlebar aan de westkust van Ierland.
De reis verliep voorspoedig, wat niet gezegd kan worden van de aankomst.
De auto’s van Lowie en Peter zaten meteen vast in de door de regen van de afgelopen weken volledig doorweekte grasmat van de camping.
Een poging van Jeroen om Lowie er met zijn auto even uit te trekken strandde, daar de koppelingsplaten door middel van rooksignalen aangaven er schoon genoeg van te hebben.
Het busje van Willem was een stuk robuuster en na wat trek- en sleurwerk stonden beide auto’s weer op de rails.
Tot ieders verbazing begon de zon te schijnen zodat er een echt “camping buitengevoel” ontstond dat pas weer verdween door de komst van de midgies.
Midgies zijn hele kleine steekmugjes die de vervelende gewoonte hebben om ’s avonds in grote aantallen om de campingbewoners heen te zwermen, want die worden door hen als voedzame maaltijd beschouwd.
Hierop zijn dan de volgende  reacties waar te nemen.
De een gaat met een boek in zijn auto zitten, de ander sluit zich op in zijn tent, weer een ander smeert zich in met iets vies en gaat daarna stug door met vissen, een aantal volhouders probeert koffie te drinken, onderwijl zwaaiend en meppend met de armen of blijven moedeloos heen en weer lopen om de midgies vóór te blijven, maar een gezellig samenzijn     zal het niet worden.
Tijdens een avondwandelingetje voor het slapen gaan, ontdekten Lowie en Jeroen en hun “gezinnetjes” een paar volledig overwoekerde huizen in een voormalig landbouwgebied dat, na verlaten te zijn, door de natuur teruggevorderd werd.
Waarschijnlijk was dit een direct gevolg van “the great famine” , de hongersnood die door de mislukte aardappeloogsten rond 1850 ontstond en de bevolking van Ierland in die tijd door dood en emigratie terug deed lopen van 8.000.000 naar 3.000.000 inwoners.
De Engelsen, die het in die tijd voor het zeggen hadden in Ierland, staken geen hand uit om te helpen.
Integendeel: het “Ierse probleem” zou zich met het verminderen van het aantal inwoners op deze manier vanzelf oplossen, zoals gezegd schijnt te zijn in Engelse regeringskringen.

 

Ook de zaterdag stond een beetje in het teken van de geschiedenis uit die periode.
Terwijl een deel van het gezelschap een rustig dagje op de camping wel zag zitten, ging het andere deel naar het plaatsje Kilkelly om uit te zoeken wat er op basis van feiten uit het gelijknamige lied aan overblijfselen nog te vinden was.
Het onderzoek leidde onvermijdelijk naar de plaatselijke pub, waar de herbergier na binnenkomst een paar brokken turf in de open haard aanstak om de kou te verdrijven.
Dit lukte, maar toen ontstond er een dermate grote rookontwikkeling dat ademhalen problemen ging opleveren en de buitendeur werd opengezet.
Frisse lucht kwam binnen en warme lucht verdween en zo waren we weer terug bij af.
De herbergier schudde fatalistisch zijn hoofd, schonk nog maar eens een guinness in en vervolgde zijn gesprek.
Na hier en daar geïnformeerd te hebben, werd dan toch het oude kerkhof in desolate staat teruggevonden en een oudere winkeljuffrouw in het plaatselijke supermarktje beweerde iemand te kennen die geholpen had met het schrijven van het lied.
Of dit echt het geval was, valt moeilijk in te schatten omdat de Ieren de neiging hebben om, in hun ijver het de gasten naar de zin te maken, er een aangepaste waarheid op na te houden.
Bij een ruïne van een kasteel werd er een picknick gehouden en wat later werd er in de plaats Foxford een bezoek aan een museum in de voormalige wolfabriek gebracht.
Willem gooide ondertussen een hengeltje uit in de rivier de Mayo.
’s Avonds werd er gezamenlijk gegeten in de gezellige kantine van campinghouder Alex en daarna volgde een gezellig optreden dat druk bezocht werd tot het om 2.00 uur tijd werd om de inmiddels weer kleddernatte tent op te zoeken.

 

Zondag, maandag,dinsdag en woensdag werden, ondanks het slechte weer, op prettige wijze doorgebracht.
Er volgden nog twee optredens: één in Westport en één voor de tweede maal in de kantine van de camping.
In Westport vertelde een Amerikaanse toerist dat hij de muzikanten in Boston op de radio gehoord had en toen direct zijn zwager gebeld had omdat die verslaafd was aan het gerecht bangers and mash, dat bestaat uit puree met worstjes.
Wat een naam al niet teweeg kan brengen.
Maandag was voor Willem een gedenkwaardige dag omdat hij na vele vissessies eindelijk zijn eerste visje ving: een forel die hij vervolgens bereidde en hij zorgde ervoor dat iedereen een stukje proefde.

 

 

Donderdag 11 juli werden de tenten opgeslagen op een kleinere camping zonder kantine (zoals overigens de meeste campings in Ierland) in het kleine plaatsje Dungloe in de buurt van Donegal.
Hier in het noordwesten van Ierland proef je nog de oude Ierse sfeer doordat de welvaart van de laatste tien jaar aan deze streek een beetje voorbijgegaan is.
Het is er tamelijk armoedig maar de natuur is prachtig in zijn ruige uitgestrektheid.
Hoewel de groep er tot en met zaterdag 13 juli verbleef, kwam het op de een of andere manier niet tot het verzorgen van optredens.
Wel werden er natuurlijk weer de nodige expedities ondernomen.
Vaste prik bleven ook de, meestal door Lowie verzorgde Irish breakfasts en de avondmaaltijden.

 

Zondag 14 juli was de eerste mooie dag met veel zon en juist die dag was uitgekozen om naar een camping in Athlone te gaan, zodat iedereen een groot deel van de dag dat mooie weer vanuit de auto moest bewonderen.
Gelukkig waren de daarop volgende dagen niet onaardig, zodat de tenten 18 juli bij het opbreken van het kamp, zelfs droog in de auto’s gepropt konden worden.

 

Dinsdag 16 juli was er een optreden in een  pub in Mullingar en daarna trakteerde de eigenaar rond half 2  ’s nachts op een uitgebreide Chinese maaltijd en een speciaal drankje met een alcoholpercentage van rond de 60 procent, wat behoorlijk scheutig ingeschonken werd.
Gelukkig maar dat chauffeur Peter geheelonthouder is en dat chauffeur Willem in zijn busje een poging tot slapen deed.
Willem had overigens nog wel met succes, zoals gewoonlijk, zijn gebruikelijke gastoptreden gedaan met een keuze uit zijn Nederlandse repertoire bestaande uit “Ketelbinkie” en “ de klok van Arnemuiden”.
Ook in de pub “Dogs and Ducks” waar twee keer opgetreden werd, mocht hij zijn kunsten vertonen, bijgestaan door Seán die de smaak van het artiestenbestaan ook begon te waarderen.
Woensdagavond werd er, overmoedig geworden door het feit dat het al een tijdje redelijk weer was, dan toch de eerste en meteen ook laatste barbecue gehouden.

 

Donderdag 18 juli werd er koers gezet naar een guesthouse in Dublin.
Opvallend is dat we in Ierland eigenlijk overal met onze kinderen in een pub terecht konden, behalve in de grote stad Dublin, wat onze mogelijkheden aldaar toch wel wat beperkte.
Vermeldenswaard is dat onze “BOB” Peter bij een excursie in een distilleerderij van het grote whiskeymerk Jameson, zich over zijn aversie heen wist te zetten en door aan de verschillende soorten whiskey te ruiken, tóch zijn certificaat wist te behalen.

 

Vrijdag 19 juli en zaterdag 20 juli stonden geheel in het teken van de heenreis, maar dan in omgekeerde volgorde.
Complimenten overigens voor de “niet-muzikanten” die meegingen en die door hun gezellige bijdrage, het de muzikanten mogelijk maakte zich bezig te houden met hun hobby: de Ierse folkmuziek.
De leden van Bangers & Mash hebben veel inspiratie opgedaan en zitten boordevol plannen voor een nieuwe, inmiddels derde CD.
U zult nog van hen horen!

 

En dan tenslotte nog even: het weer in Ierland mag dan misschien te wensen overlaten (een Ierse zanger zei tijdens een optreden eens: “What this country needs, is a roof on it”) het is en blijft een fantastisch land om anders dan anders op vakantie te gaan…

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik stopte het verslag weer in het plakboek en verplaatste me in de foto’s van Ierland.
Dáár zou eigenlijk eens een foto van gemaakt moeten worden; van mij, dromerig kijkend in zo’n plakboek, in gedachten dwalend door andere oorden en andere tijden.
Die wereld van mij vastgelegd in één beeld: een droomwereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.