De winkelstraat lag er die avond leeg en naargeestig bij  maar in de woning boven de winkel van Dick was het gezellig.
We zouden net aan ons tweede Belgische biertje beginnen, toen er langdurig aangebeld werd.
Dick opende de voordeur en keek in de paniekerige gezichten van twee pubermeisjes die meteen door elkaar begonnen te ratelen.
Het was een beetje moeilijk te volgen maar het kwam er op neer dat er een oude man mishandeld werd.
Ik voegde me bij Dick en samen gingen we naar beneden.
We zagen inderdaad even verderop een oude man die net een klap kreeg van een grote vent.
“Ik ga de politie bellen,” besliste Dick en snelde terug naar boven.
“Meneer! Meneer! U moet iets doen! Hij slaat hem in elkaar!” riep het ene meisje tegen me.
“Doe dan wat!” gilde de ander.
Niet erg overtuigd van mezelf liep ik naar het tweetal toe.
“Goedenavond heren,” sprak ik uiterlijk kalm. “Wat is hier aan de hand?”
De grote vent keek me verbaasd aan en vroeg zich waarschijnlijk af waar ik me mee bemoeide maar de oude man begon zich meteen op huilerige toon te beklagen over al het onrecht dat hem aangedaan werd.
Dat leverde hem weer een klap tegen zijn kaken op.
“Ho ho,” sprak ik op bezwerende toon en hief een waarschuwende vinger in de lucht. “Er wordt hier niet geslagen.”
De grote vent keek me verwonderd en boos tegelijk aan.
“Dat onderkruipsel daar heeft geld van mij gestolen en dat wil ik terug hebben.”
“Niet waar hoor, meneer,” jammerde de oude. “U moet hem niet geloven.”
“Je liegt dat je barst, vuile rat!”
De vent had weer een klap in gedachten maar besloot om daar vanaf te zien.
“Die kruiperige kloothommel heeft geld uit mijn jaszak gestolen toen we in de kroeg zaten. Ik moest naar de plee en toen ik terugkwam was mijn geld weg en die adder ook! En nou kom ik hem tegen en wil ik dat geld terug.”
“Niet waar hoor meneer,” jammerde de oude.
“Wél waar!” brulde de vent. “Iedereen die hem kent, weet dat hij niet te vertrouwen is. Als ie je een hand geeft moet je daarna je vingers natellen.”
“Niet waar,” herhaalde de oude jengelend.
“Wél waar!”
De vent maakte zich klaar om hem weer een mep te verkopen maar ik voorkwam dat door te zeggen dat er in mijn bijzijn niet gemept werd.
Ik voelde me net een schoolmeester tijdens een ruzie op het schoolplein tussen twee onwillige jongetjes.
Maar er moest wel snel iets gebeuren want mijn invloed was al tanende.
De oude snotterde verongelijkt door en zag er, eerlijk gezegd, inderdaad uit als iemand die absoluut niet te vertrouwen is.
“Hoeveel geld is het dan?” vroeg ik op goed geluk.
“Vier tientjes,” antwoordde de vent zonder aarzelen.
Op dat moment kwam Dick aangelopen.
“De politie is gewaarschuwd. Ik heb mijn adres opgegeven en ze kunnen elk ogenblik hier zijn.”
“Nou, jullie horen het: de politie zal het zo wel oplossen. We hoeven alleen maar even te wachten,” besloot ik opgelucht.
“Best,” vond de vent. “Die slijmerige jakhals heeft een abonnement lopen bij de smeris. Die kennen hem wel.”
“Ik heb geen tijd,” jeremieerde de oude. “Ik heb een afspraak.”
“Ja, met je volgende slachtoffer zeker,” smaalde de vent.
We vielen stil en wachtten af maar de politie kwam niet opdagen en dan duurt wachten lang.
“Ik wil mijn geld! Nu!” besloot de vent en sloeg met zijn grote vuist in zijn open hand.
Ik voorzag opnieuw problemen.
“Je kunt dat geld ook gewoon teruggeven,” opperde ik laf.
“Vier tientjes,” herhaalde de vent.
De oude pakte zuchtend zijn goed gevulde portemonnee en haalde het gevraagde geld eruit.
De vent pakte het aan en verdween, zonder ons verder een blik waardig te keuren.
De oude liep klaaglijk mopperend de andere kant op.
De meisjes zagen dat er niets meer te beleven viel en verdwenen ook.
Dick en ik keken elkaar aan.
“Kom op, we gaan,” zei Dick. “Die komen niet meer.
We liepen terug naar zijn woning.
Op het moment dat we de trap opliepen zag ik een politieauto aan komen rijden.
Te laat, dacht ik en had geen zin meer om alles achteraf  nog eens uit te gaan leggen.
Maar net toen we aan ons tweede Belgische biertje zouden beginnen, klonk luid en duidelijk de deurbel.

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.