Ik zit met mama en mijn kleine broertje Marc op een kleed in de speeltuin.
Mama heeft niet zoveel aandacht voor mij want Marc is nog heel klein en moet voortdurend in de gaten gehouden worden.
Hij kan nog nauwelijks lopen maar hij is er vandoor zodra je even niet oplet.
Mama was hem een paar dagen geleden al eens kwijt geweest en had hem toen teruggevonden bij een man die buiten aan zijn brommer zat te sleutelen.
Ik zal mezelf dus moeten vermaken in de speeltuin en ik kijk argwanend naar al die grote kinderen om me heen.
Een beetje onzeker loop ik rond tot ik bij een hele grote glijbaan kom.
Dáár wil ik wel vanaf glijden en blij dribbel ik er naar toe.
Maar bij het trapje dat naar boven leidt, word ik tegengehouden door twee grote meisjes.
“Eerst een steentje betalen,” zegt de ene, die me vanachter een scheef op haar neus staand brilletje gemeen aankijkt.
“Maar ik heb geen steentje,” zeg ik.
“Dan mag je er niet op! Eerst een steentje betalen,” snauwt de ander en geeft me een zachte duw naar achteren.
Ik moet bijna huilen en besluit om bij mama mijn beklag te doen.
Maar die is druk in de weer met Marc, die telkens weg wil kruipen en daarom heeft ze geen tijd voor mij.
“Dan pak je toch een steentje van de grond,” adviseert ze kortaf en trekt Marc weer terug op het kleed.
Mismoedig slenter ik wat rond tot ik dan maar een steentje van de grond opraap en met angstige voorgevoelens sluit ik achter in de rij bij de glijbaan aan.
Eindelijk ben ik aan de beurt maar nu blijkt mijn steentje weer niet groot genoeg te zijn.
Het wordt zonder pardon door die grote grieten weggegooid en ik moet weer bijna huilen als ik me opnieuw bij mama meld.
Dit gaat mama blijkbaar toch te ver en zuchtend komt ze overeind.
Ze kijkt nog even naar kleine Marc die nu een en al aandacht is voor de inhoud van de grote tas.
“We zoeken snel een mooi steentje voor je en dan ga ik even met je mee naar die rotmeiden,” besluit ze.
Een ogenblik later staan we netjes in de rij tot we aan de beurt zijn.
Mama kijkt telkens achterom maar opeens ziet ze tot haar schrik dat Marc niet meer op het kleed zit.
Het krioelt van de kinderen maar Marc is nergens te zien.
“Gauw,” zegt ze paniekerig.”We moeten hem zoeken.”
Ze laat mijn handje los en ik sta weer alleen.
Ik mag dan wel jaloers zijn op de aandacht die Marc altijd van mama krijgt, maar daarom wil ik hem nog niet kwijt en ook ik ga zoeken.
Waar zit hij toch?
Ik kijk om me heen tot mijn blik op de glijbaan valt.
En daar zie ik Marc die gierend van de pret naar beneden komt gegleden.
Mama, die juist komt aanlopen, ziet hem ook en opgelucht lachend tilt ze hem van de grond.
“Nee maar! Je grote broer durft niet eens alleen langs die meiden en jij gaat daar zomaar in je eentje op af en klimt nog zelf omhoog ook. Je bent daar nog veel te klein voor, hoor. Kom maar mee. Dan mag je nog een keer als ik erbij ben. Kom je ook, Jeroen?”
“Nee,” zeg ik boos en ik loop beledigd naar het kleed dat vol ligt met de inhoud van de tas.
Ik kijk naar het steentje in mijn hand en heb zin om het tegen Marc aan te gooien.

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.