We waren een jaar of tien en dol op avontuur.
In het Molenbos zouden we “Ivanhoetje” gaan spelen.
Van takken sneden we met onze zakmessen zijtakjes af zodat we zwaarden hadden waarmee we als ridders lekker konden zwaardvechten.
Net als ons grote voorbeeld Ivanhoe, de hoofdpersoon van de in die tijd immens populaire gelijknamige televisieserie die zich in de riddertijd afspeelde.
We scharrelden wat rond bij De Grote Open Plek en waren bijna klaar met onze voorbereidingen, toen een onbekende jongen naar ons toe kwam.
“Willen jullie wat zien?” vroeg deze.
“Wat dan?” vroeg een van ons.
“Een geheim,”antwoordde de jongen. “Komen jullie mee?”
Nieuwsgierig geworden, volgden we de jongen over het zandpad dieper het bos in.
“Ja! Nu!” hoorden we plotseling van boven uit een boom.
Tot onze verbazing werd een touw omhoog getrokken dat verborgen was geweest onder het zand.
We waren in een hinderlaag gelopen!
We schrokken ons een ongeluk en wilden in paniek wegrennen maar we bleken omsingeld door jongens die van alle kanten op ons afkwamen.
“Neem ze gevangen!” riep een jongen van boven uit een boom, die zeker de aanvoerder was.
Iemand pakte me vast maar ik wist me los te rukken en gaf hem een enorme duw zodat hij op de grond viel en daarbij lelijk zijn hoofd stootte.
Een tweede aanvaller wist ik met een paar harde stompen van me af te houden.
Angstig keek ik om me heen en zag tot mijn opluchting hoe ieder van ons flink van zich af sloeg.
De zwaarden die we bij ons hadden bleken daarbij goed van pas te komen.
De strijd sloeg om in ons voordeel en onze belagers gingen er weldra als hazen vandoor.
Voor de vorm renden we er nog even achteraan, waarna we stoer pratend naar De Grote Open Plek terug wandelden.
We kwamen bij de boom waarin zich een nu heel bang jongetje bevond.
We dwongen hem naar beneden te komen en namen hem triomfantelijk gevangen.
Hij werd stevig vastgebonden  en we besloten om hem eens flink te martelen als wraak voor die laffe hinderlaag.
We prikten met onze zakmessen heel zachtjes -dat wel- in zijn armen en benen.
De arme jongen begon te gillen en in zijn ogen was de doodsangst af te lezen.
Dat ging me toch te ver en gelukkig vonden de anderen dat ook.
Maar ja, wat moesten we dan met onze gevangene doen?
Na een korte beraadslaging besloten we om hem dan toch maar vrij te laten.
De boodschap was wel overgekomen: met ons viel niet te spotten!
Dankbaar maakte hij zich snel uit de voeten.
We speelden nog wat Ivanhoetje, waarna we tevreden over deze welbestede woensdagmiddag huiswaarts keerden.
De dagen erna hadden we het vaak over ons heldhaftig optreden en de verhalen werden steeds mooier.
Elke keer als we naar het Molenbos gingen hoopten we weer op zo’n avontuur maar we hebben die jongens nooit meer teruggezien.
En dat was misschien maar goed ook.

Reacties mogelijk in het gastenboek.