De eerste nacht van de zomervakantie lag ik maar te woelen in bed.
Ik had een drukke periode achter de rug en verheugde me op een lange periode van rust, zonder al te  veel verplichtingen.
Met die gedachte was ik tevreden in bed gestapt, klaar om heerlijk in slaap te vallen, maar dat wilde dus niet lukken.
Na de zoveelste draai op mijn andere zijde was ik het zat en kwam zuchtend overeind.
Ik zat op de rand van mijn bed en staarde vermoeid naar de wekker die aangaf dat het 2.05 uur was.
Vijf minuten later was het 2.10 uur en zo zou het ook wel 2.15 uur en 2.20 uur worden als ik bleef zitten.
Ik stond op en zag door het openstaande raam dat het een mooie, rustige nacht was.
Zonder er echt bij na te denken pakte ik mijn kleren bij elkaar en kleedde me aan.
Een kalme nachtwandeling leek me onder de gegeven omstandigheden nog niet eens zo’n gek idee.
En zo liep ik even later door de verlaten straten van de woonwijk en verbaasde me over de stilte om me heen.
Ik wandelde er maar wat op los tot ik bij een bankje buiten de bebouwde kom belandde, waar ik dan maar op ging zitten.
Het bankje bevond zich op een soort heuveltje en bood in het maanlicht een mooi uitzicht op het park met daarachter de woonwijk.
Naast het bankje was een boom en de blaadjes ritselden op een manier zoals ik dat wel vaker had gehoord als ik ’s avonds laat op de camping in Frankrijk voor mijn tent zat.
Ik stak een pijp op en genoot van de rust die over me kwam.
Dit was dus het vakantiegevoel waar ik zo naar snakte.
In de verte naderden twee duistere figuren die tot mijn ongenoegen toch echt mijn kant op leken te komen.
En, in plaats van door te lopen en mij zo te passeren, beklommen ze langzaam het heuveltje en keken me onderzoekend aan.
Het waren twee jongens van Marokkaanse afkomst en, hoewel ik altijd dacht dat ik geen last van vooroordelen had, ik voelde me niet op mijn gemak.
Maar misschien zou ik dat ook wel niet geweest zijn als het zogenaamde ‘Hollandse’ jongens  waren, suste ik mijn morele geweten.
Tenslotte zat ik hier helemaal alleen, midden in de nacht, op een verlaten plek.
“Heeft u een vuurtje?” vroeg de grootste van de twee en hield een stevig gedraaid stickie voor mijn neus.
“Ja hoor,” zei ik en overhandigde hem een doosje lucifers.
Hij ging naast mij zitten en stak het geval aan.
De ander nam ook plaats en, omdat ik midden op het bankje zat, was dat aan mijn andere zijde, zodat ik me nu behoorlijk ingeklemd voelde.
Onwillekeurig legde ik mijn hand op de portemonnee in mijn jaszak en bijna had ik in een reflex de arm afgeweerd die vóór me langs ging om het lucifersdoosje aan de ander door te geven.
Nadat deze ook de brand in zijn peuk gestoken had, kreeg ik het doosje zonder bedankje terug.
Vooroordeel of geen vooroordeel: ik beoordeelde de situatie toch een beetje als bedreigend.
Zwijgend zaten we rokend naast elkaar, terwijl mijn vakantiegevoel inmiddels in rook opgegaan was.
“Zeker geen hasjpijp,” vroeg de ene plotseling.
“Nee,” antwoordde ik, geforceerd lachend. “Dit is Schipperstabak.”
“Ruiken?” vroeg de ander.
Ik hield hem de pijp onder zijn neus.
Hij rook er even aan en schudde zijn hoofd.
“Dit is beter,” oordeelde hij en nam een flinke haal van zijn stickie.
En, of  het nou door de uitwerking van hun genotsmiddel kwam of doordat ze gewoon lekker zaten- een tevreden roker is geen onruststoker- zegt een in onbruik geraakt spreekwoord, er ontspon zich zowaar een gesprekje.
Het was niet meer dan wat geneuzel in de ruimte van drie mannetjes op een bankje, maar het wás een gesprekje.
De grootste van de twee stond op, meteen gevolgd door de ander.
Een vage groet en ze daalden het heuveltje af.
Plotseling draaide de grootste zich om en keek me aan.
“Oude mensen zijn vervelend, ik kan niet met ze praten. Toen ik jou zag, dacht ik: oude man met een grijze baard, die zal geen vuurtje geven en ons wegsturen…”
Hij keek me vriendelijk aan.
“Mensen oordelen vaak zonder iemand te kennen,” sprak ik wijsneuzerig en glimlachte vriendelijk terug.
Terwijl ze verdwenen in de nacht besefte ik, dat ik door deze uitspraak, ook meteen een oordeel over mezelf geveld had.
Ik klopte mijn pijp uit op de hak van mijn schoen en oordeelde dat het hoog tijd werd om mijn bed weer op te zoeken.

 

 

 

Reacties mogelijk in het gastenboek.