Tijdens een culturele bui was ik een museum binnengewandeld om langs allerhande Hollandse meesters te slenteren.
Van slenteren word je moe en ik was blij op een klein bankje te kunnen plaatsnemen dat uitzicht bood op een wijds zeegezicht.
Ik kneedde mijn kuiten, masseerde mijn rug en keek naar al die bedrijvigheid op zee.
Op het bankje naast mij ontstond ook enige bedrijvigheid toen een blije moeder- type alternatief groen links- met haar twee spruiten daarop neerplofte.
Het idee om even in alle rust wat voor me uit te mijmeren, kon ik nu wel vergeten.
De moeder vertelde met blij voldane stem aan haar kinderen wat er op het schilderij te zien was, terwijl die elkaar ondertussen klopjes op elkaars hoofd gaven.
Een oudere dame schuifelde de ruimte binnen, keek naar het schilderij en vervolgens naar het bankje.
“Ach mevrouw,” sprak ze aarzelend “Zou ik misschien even op de plaats van een van uw kinderen mogen zitten?”
“Nee,” antwoordde de moeder met een uitgestreken gezicht waar het morele gelijk vanaf droop. “Ik vind dat kinderen net zoveel recht op een plekje hebben als een volwassene.”
En, tevreden over haar kordaat gebrachte stelling, vertelde ze verder over het 17e eeuwse  zeeleven, terwijl haar oogappeltjes elkaar de kieteldood gaven.
Resoluut stond ik op en bood de dame mijn plaats aan.
“Gaat u hier maar zitten mevrouw. Ik vind namelijk dat kinderen nooit te jong zijn om te leren dat je ook iets voor een ander over moet hebben en dat je niet alleen maar aan jezelf moet denken.”
De dame bedankte me hartelijk voor mijn begrip en steun en ging opgelucht zitten.
Helaas ging het niet zo.
Na de botte weigering dacht ik heel even dat ik het misschien verkeerd begrepen had, daarna keek ik vol ongeloof naar die moeder en tenslotte was ik met stomheid geslagen.
Hier moest iets gebeuren, dat was duidelijk.
Dat zelfgenoegzame portret, met die over het paard getilde uilskuikentjes, moest eens goed op haar nummer gezet worden.
Maar het aangaan van de confrontatie is niet mijn sterkste kant en geruime tijd passeerden verscheidene openingsstrategieën de revue.
Besluiteloos staarde ik voor me uit, tot ik dan besloot om gewoon het goede voorbeeld te geven.
Ik stond op om de dame demonstratief mijn plaats aan te bieden, maar ze bleek al stilletjes weg geschuifeld te zijn.
Boos was ik; vooral op mijzelf.
Een van de twee kinderen gaf de ander een speelse duw, waardoor deze achterover tuimelde en zijn hoofd de grond raakte.
Hij begon meteen te blèren en de moeder kwam snel overeind om hem te troosten.
Maar hij rukte zich los uit haar liefdevolle omarming en rende boos weg.
De moeder richtte zich nu tot de veroorzaker van dit drama met de woorden:”Kijk nou toch eens wat je gedaan hebt!”
Deze begon daarop ook te blèren en rende in dezelfde richting als zijn broertje.
Moeder snelde, bezorgd hoofdschuddend, haar kroost achterna.
Even moest ik glimlachen om deze onverwachte genoegdoening maar het was toch wel triest om te zien hoe het zeegezicht nu uitzicht bood op twee lege bankjes.
De dame was nergens te bekennen.

Reacties mogelijk in het gastenboek.