Archive for februari, 2017

Waarachtige inspiratie

Author: jeroenstamgast

Onheilspellend donkere wolken dreven over het Noord-Franse dorpje toen een Nederlandse auto die middag stapvoets door de verlaten hoofdstraat reed.
De bestuurder keek van links naar rechts om het huisje te vinden dat hij van een vriend en collega-schrijver mocht gebruiken om in alle rust aan zijn boek te kunnen werken.
Aan het einde van de straat keerde hij om en probeerde het nog eens van rechts naar links.
Van die huisnummers klopt ook niet veel, dacht de man. Het huis moet aan de hoofdstraat liggen en die heb ik nu al twee keer gehad.
Toen viel zijn blik op een huisje aan het eind van de straat, enigszins afgezonderd van de andere huizen.
Dat zal ‘m zijn, dacht hij en parkeerde zijn auto in het hoge gras van wat eens een tuin moest zijn geweest.
Hij stapte uit, strekte zijn rug, bekeek de bouwval en wist even niet of hij moest lachen of huilen.
Zijn vriend had hem dan wel verteld dat hij het huisje voor een habbekrats had gekocht en dat er nog veel aan verbouwd moest worden maar onze tijdelijke bewoner begreep dat hij zijn verwachtingen naar beneden zou moeten bijstellen.
Nou ja, hij was in ieder geval ver verwijderd van de verlokkingen van de grote stad die hem telkens hadden belet om aan zijn nieuwe boek te beginnen.
Rust had hij nodig!
Op advies van zijn vriend had hij zelfs zijn mobiele telefoon en laptop thuis gelaten zodat hij afgesloten zou zijn van de buitenwereld om zo in contact te kunnen komen met zijn binnenwereld.
Door prikkels van buitenaf- denk aan feesten en literaire drankgelagen- had hij al maanden geen letter op papier gekregen en dat, terwijl hij de jaren daarvoor ook al niet productief was geweest.
Hier zou het dan moeten gebeuren.
Afgezonderd van alles en iedereen zou hij de draad van zijn schrijverschap weer oppakken.
En dat zou hij dan doen met zijn oude schrijfmachine waarop hij als jonge schrijver zijn succesvolle eerste boeken had getikt.
Als het nu niet wilde lukken, zou hij er een punt achter zetten en gaan teren op zijn in het verleden behaalde faam, of wat daar nog van over was.
“Nou Lodewijk,” bromde de man in zichzelf. “On-y-va!”
Met een vastberaden blik in de ogen stak Lodewijk de sleutel in het slot van de voordeur en opende deze.
Een muffe schimmelgeur kwam hem tegemoet.
Het lijkt wel of ik mezelf ruik, dacht hij grimmig en overzag een karig ingerichte woonkamer.
Beneden waren er verder een onooglijk keukentje en een kleine badkamer met WC, waar hij meteen gebruik van maakte.
Dat lucht op, dacht hij en was nóg opgeluchter toen hij doortrok en constateerde dat de spoelbak gewoon zijn werk deed.
Boven bevonden zich onder een aflopend dak twee kleine slaapkamertjes.
Hij probeerde de bedden uit en koos voor het exemplaar dat het minst doorzakte.
In een grote kast vond hij beddengoed dus dat viel dan ook weer mee.
Lodewijk ging weer naar beneden en inspecteerde het gasstelletje dat aangesloten was op een grote butagasfles waar voorlopig nog genoeg brandstof in zat.
Er was geen elektriciteit maar her en der bevonden zich olielampen dus hij hoefde ’s avonds niet in het donker te zitten.
Bij de open haard stond een oliekacheltje dus als het koud werd, en dat was te verwachten in deze tijd van het jaar, hoefde hij geen kou te lijden.
Hij zuchtte diep en dacht aan zijn vrienden die zich inmiddels wel in het café verzameld zouden hebben om, onder het genot van de nodige drank, de literaire wereld te bespreken.
Om zich tegen zichzelf te beschermen had hij slechts één fles whiskey meegenomen die bedoeld was om, na een lange dag van schrijven, een slaapmutsje te kunnen nemen.
Laat ik eerst mijn spullen maar eens uit de auto halen en me hier een beetje installeren, dacht hij en voegde de daad bij het woord.
De typemachine zette hij op een tafeltje bij het raam, wat hem wel een gezellig plekje leek om inspiratie op te doen.
Lodewijk keek door dat raam naar buiten en zag donkere wolken overdrijven, wat alles er niet vrolijker op maakte.
Hij scharrelde nog wat door het huisje en vulde de fluitketel met water om koffie te zetten.
Hij had voldoende proviand voor een aantal dagen meegenomen zodat hij er niet meteen op uit hoefde om boodschappen te doen.
Even later zat hij met een dampende kop koffie achter zijn typemachine naar buiten te staren.
Om wat te doen draaide hij een A-viertje in de machine en staarde vervolgens langdurig naar het witte papier.
Morgen ga ik beginnen, dacht hij. Laat ik het niet forceren door het nu al te proberen.
De stilte werd drukkend en hij begon zich steeds onbehaaglijker te voelen.
Misschien zal een wandelingetje door het dorp me goed doen, dacht hij. Even de omgeving verkennen en een frisse neus halen.
Buiten was het flink gaan waaien en daardoor was het inderdaad behoorlijk fris geworden.
Lodewijk trok zijn jas aan en liep de hoofdstraat in.
Geen levende ziel te bekennen.
Dit was echt de dood in de pot.
Je zou je leven toch moeten slijten in zo’n gat!
Aan het einde van de straat voelde hij de eerste druppels vallen en hij spoedde zich terug naar zijn huisje terwijl het nu echt begon te regenen.
De harde wind zwiepte de nattigheid tegen hem aan, die weer van hem af droop toen hij binnen was.
Hij ontstak het oliekacheltje en hing zijn jas ervoor te drogen over een stoel.
Laat ik alvast maar een olielamp aandoen, dacht hij. Het begint te schemeren.
Lodewijk keek op zijn horloge.
“Dat wordt een lange avond,” bromde hij. “Wat moet ik al die tijd in vredesnaam doen?”
Er was geen elektriciteit dus de televisie of de radio kon hij wel vergeten en verder had hij niets bij zich.
Zelfs geen boek want dat zou hij gaan schrijven.
Hij moest zich zien te vermaken met zichzelf en hij vond dat geen geschikt gezelschap.
Zuchtend zette Lodewijk zich achter zijn schrijfmachine om dan toch alvast maar wat te gaan doen.
“Laat ik eerst maar eens de bekende thema’s van mijn boeken op papier zetten,” mompelde hij. “Zinloosheid van het bestaan, vergankelijkheid enz. De hele rataplan. Verrek. Ik begin in mezelf te praten. Dat is geen goed teken.”
Lodewijk begon te tikken maar de schrijfmachine werkte niet mee.
De mechanieken hadden hun souplesse, na vele jaren stilstand, verloren en hij besefte dat hij dat eerst zou moeten verhelpen.
“Dat doe ik morgen dan wel,” zuchtte hij.
Uit zijn tas pakte hij een kladblok en een pen en noteerde zijn sleets geworden thema’s.
De wind en de regen belaagden het huisje en veroorzaakten geluiden die hij niet allemaal thuis kon brengen.
Buiten was het donker geworden en een eenzame lantaarnpaal verspreidde een onrustig licht.
Hij voelde zichzelf ook onrustig worden, stond op en drentelde nerveus door het huisje.
Allerlei onverwerkte trauma’s uit het verleden spookten door zijn hoofd en maakten hem angstig.
Voor het eerst in vele jaren was hij op zichzelf teruggeworpen en het leek wel of hij geen controle meer had over zijn weggedrukte angsten.
Een golf van paniek welde nu in hem op.
“Waar ben ik dan bang voor?!” riep hij in de leegte. “Dat kan zo niet langer. Ik moet iets doen!”
Snel ging hij aan het tafeltje zitten en begon als een bezetene alles op te schrijven wat hem te binnen schoot, in een poging zijn demonen te bezweren.
Na een uurtje zwoegen las hij, veel rustiger nu, aandachtig wat hij van zich afgeschreven had.
“Verdomd! Hier zit een goed boek in! Iemand die door omstandigheden geconfronteerd wordt met de harde werkelijkheid van zijn bestaan en ontdekt dat hij zichzelf jarenlang voor de gek heeft gehouden. Ha! Ik kan niet wachten om te beginnen!”
Lodewijk keek enthousiast om zich heen.
Maar niet hier, dacht hij. Dit is een geschikte plek geweest om die beerput open te trekken maar om te schrijven moet ik toch echt thuis zijn.
Hij keek op zijn horloge en laadde zijn spullen weer in de auto.
Als ik opschiet, ben ik iets na middernacht thuis.
Tijdens de terugreis zag hij het boek al helemaal voor zich.
Eindelijk had hij weer eens iets te melden.
Eenmaal thuisgekomen, nam hij snel een verkwikkende douche, zette koffie, pakte zijn laptop en begon, geïnspireerd als in zijn jonge jaren, aan zijn magnum opus:

Onheilspellend donkere wolken dreven over het Noord-Franse dorpje toen een Nederlandse auto die middag stapvoets door de verlaten hoofdstraat reed.

Vele regels zouden volgen.