Archive for mei, 2016

Het weten waard

Author: jeroenstamgast

En wéér werd hij wakker met dat rare gevoel.
Het gevoel dat hij wist dat er iets was wat hij wilde weten, maar dat hij niet wist wát.
De hele week had hij bij het ontwaken last van die gedachte gehad.
Maar nu was het weekend en had hij de tijd om er eens rustig over na te denken.
Of hij daar nou zo blij mee moest zijn, wist hij niet want het voelde inmiddels wel als een last.
Hij keek eens naast zich in het bed en zag zijn vriendin, nog diep in slaap.
Hij had het er wel met haar over gehad maar ze had niet zo leuk gereageerd.
“Onzin!” had ze gezegd. ”Als je niet weet wat je wilt weten, dan wil je dat toch gewoon niet. Anders had je het wel geweten hoor! Echt weer iets voor jou om je druk te maken over iets wat er niet is. Hoe kan je nou willen weten dat je niet weet of je iets wilt weten of zoiets? Ik snap het niet eens meer!”
Ze had daarbij zó geïrriteerd gekeken dat hij maar niet gezegd had dat het niet helemaal klopte zoals zij het vertelde.
Hij wist namelijk wél dat hij iets wilde weten, alleen hij wist niet wát.
Dáár zat ‘m nou het probleem!
Maar ja, leg dat maar eens uit aan een vriendin waar je nog maar een week mee samenwoont.
Die kent je natuurlijk nog niet zo goed en begrijpt niet dat kwesties als deze voor jou van wezenlijk belang zijn.
Hij keek nog eens naar zijn slapende bedgenote.
Ze zag er leuk uit maar iets meer diepgang had hij toch wel fijn gevonden.
Hij was dan misschien een beetje zweverig maar zij was wel heel erg aards.
Nu hij erover nadacht: dat gold eigenlijk voor iedereen in zijn omgeving.
Hij leefde in een oppervlakkige wereld.
Er zijn landen waar een groot deel van de bevolking het zó druk heeft met overleven, dat er geen tijd is om er diepzinnige gedachten op na te houden.
En in dit deel van de wereld gaat het overleven zó vanzelf dat de mensen tijd zat zouden hebben maar dan moet je een inspanning verrichten.
Want denken, en dan bedoelde hij natuurlijk nádenken, kost moeite.
En in moeite doen heeft men geen zin, constateerde hij bitter.
Zachtjes, om zijn vriendin niet wakker te maken, raapte hij zijn kleren bij elkaar en kleedde zich buiten de slaapkamer aan.
Hij keek nog eens hoe ze sliep.
Ze is lief, dacht hij. Net een poesje, zoals ze daar ligt.
Katten zijn lief, vond hij maar ze kunnen ook heel gemeen uit de hoek komen met hun scherpe nagels.
En hij dacht even aan de ruzie van de dag ervoor, vroeg op de avond.
Het had er even op geleken dat ze hem aan zou vliegen.
Daar heb je weer zoiets, dacht hij. Als je het niet met woorden kunt winnen, dan ga je maar geweld gebruiken.
’s Avonds laat hadden ze het al vrijend weer goed gemaakt.
Maar toen hij daarna nog even wat over de lagere en de hogere lusten in een mensenleven wilde bomen, had ze hem op een botte manier afgekapt.
En meteen daarna kwam weer dat gevoel dat hij iets wilde weten maar dat hij niet wist wát.
Gek werd hij ervan!
En zijn vriendin waarschijnlijk ook want ze zei dat ze niets meer van hem wilde weten als hij zo doorging.
Dat moest hij haar nageven: ze wist precies wat ze wilde en van wie ze dat eventueel niet meer wilde.
En dat, terwijl hij intellectueel gezien, toch mijlen ver boven haar uittorende.
Nou ja, dacht hij. Als intellectueel wil je ook wel eens iets teveel weten, al weet je dan niet wát je wilt weten.
Hij stapte, in diepe gedachten verzonken, afwezig door het huis.
Hij lette niet op waar hij liep en stapte in de keuken op de kat.
Deze gaf een enorme schreeuw en gaf hem een enorme haal.
“Wat gebeurt er nou weer?” klonk het vermoeid uit de slaapkamer.
“Niets hoor,” klonk het opgewekt uit de keuken.
Zijn vriendin kwam daarop slaapdronken aangesneld en inspecteerde het beschadigde pootje van de kat.
“Het lijkt wel gebroken,” zei ze. “Ik ga meteen met hem naar de dierenarts en als ik terug kom, wil ik dat jij weg bent. Ik wil je nooit meer zien, halve zool! Ongelooflijk dat ik daar ooit ingetrapt ben. Je wordt met de dag gekker, idioot!”
Ze legde de kat voorzichtig in het reismandje en keek dreigend naar haar ex.
“Je weet het: als ik terug ben, ben jij weg!”
Hij keek haar peinzend na toen ze naar de auto liep.
Ze had beter even kunnen kijken welke dierenarts er dienst heeft in het weekend, dacht hij.
Een kwartier later had hij al zijn bezittingen in zijn rugzak gestopt en was hij op weg naar zijn éénkamerappartementje dat hij aangehouden had.
Plotseling wist hij wat hij al die tijd had willen weten.
Hij had willen weten hoe lang ze het met hem zou kunnen uithouden.
Dat wist hij nu dus en opgelucht haalde hij diep adem.
Als je weet waar je aan toe bent, valt het leven best mee.