Archive for mei, 2015

Een mondvol onrechtvaardigheid

Author: jeroenstamgast

 

We waren die zomerse zaterdag weer eens met de trein naar Haarlem gegaan om daar gezellig door de oude binnenstad te wandelen.
Af en toe liepen we een snuisterijen- of kledingwinkeltje binnen of bezochten we een boekenzaak maar een groot deel van de tijd dwaalden we, genoeglijk babbelend, door de smalle straatjes van het oude centrum.
Ons vierjarige dochtertje Amber liep hele stukken zelf en af en toe zat ze prinsesheerlijk in de buggy parmantig om zich heen te kijken.
Zo’n dagje Haarlem sloten we altijd af met een hapje en een drankje in een van die gezellige brasserietjes die Haarlem rijk is.
Zo ook deze keer.
We hadden een plekje gevonden op een verhoginkje achter in de zaak en hadden zo een mooi overzicht over het hele etablissement.
Anya en ik genoten van onze boerenuitsmijter en ondertussen kletsten we wat of bekeken en bespraken we een aantal opvallende gasten.
Amber had haar glas drinken snel leeg maar met haar broodje hagelslag wilde het niet erg vlotten.
Op een gegeven moment was het tijd om te gaan maar Amber had, ondanks herhaalde aansporingen, haar broodje nog steeds niet op.
“Als je het nou niet opeet, dan eet ik het op hoor,” dreigde ik vriendelijk.
Amber keek vriendelijk terug maar ondernam geen enkele actie.
Ik keek naar Anya.
“Ach, laat toch liggen,” adviseerde die.
“Dat vind ik zonde,” besloot ik en stopte het overgebleven sneetje brood in één keer in mijn mond.
Ambers toch al grote ogen werden nóg groter, terwijl ze ontzet eerst mij en daarna Anya aankeek.
“Papa eet mijn broodje op!” klonk het plotseling snoeihard door de hele zaak.
Alle aanwezigen keken, als op commando, onze kant op en ik kon wel raden wat ze zagen: een grote dikke vader met een woeste baard, die blijkbaar niet genoeg had aan zijn eigen eten en daarom maar stal van dat van zijn schattige, lieve dochtertje met de mooie grote ogen.
“Ze wóu het toch niet,” verweerde ik me met volle mond en zocht steun bij Anya.
Die moest lachen, net als de rest van het publiek en ik begreep dat ik maar beter mijn mond kon houden en de inhoud ervan
doorslikken.
Het was nog een hele afstand van onze plek op het podium tot de buitendeur.

 

 

Ik was het niet

Author: jeroenstamgast

Ik woonde in die tijd op de negende etage van een twaalf verdiepingen tellende flat.
Er waren twee liften: één voor de even etages en één voor de oneven verdiepingen.
Ik had het niet zo op die lift, maar het alternatief was negen etages trappen lopen en dat trok me ook niet echt aan.
Ik drukte op de knop en wachtte dus maar tot de lift zou komen.
Eindelijk schoof de deur open en een keurige heer stapte uit.
Even leek het of hij schrok en het woord tot mij wilde richten.
Ik stond al in de luisterhouding maar de man bedacht zich en liep, zonder verder iets te zeggen, door.
Ik stapte in de lift en werd overvallen door een smerige stank die me nog het meest deed denken aan een enorme scheet.
Ik dacht meteen aan die keurige heer en moest grinniken bij de gedachte dat dat waarschijnlijk was waar hij iets over had willen zeggen.
Bij de negende etage aangekomen, schoof de deur open en keek ik in het gezicht van een aantrekkelijke buurtbewoonster die aan het einde van de galerij woonde.
Enigszins geschrokken wilde ik haar uitleggen dat die ranzige scheetgeur niet van mij afkomstig was maar ik besloot om haar, kort groetend, snel voorbij te lopen.
En nou maar hopen dat zij beneden ook iemand tegenkwam die gebruik van de lift wilde maken.