Archive for februari, 2013

Een goedkope oplossing

Author: jeroenstamgast

 

 

Verteerd door twijfel

Schuilt hij achter het stuur

Men adviseert hem hulp

Maar goede raad is duur

Daarom vraagt hij zich af

Met angst en beven

Hoe lang hij nog gekweld

Onzeker door moet leven

Gratis en voor niets

Vindt hij dan zelf het antwoord

Terwijl hij opgelucht

Zijn auto in een boom boort

 

 

 

juni 1997

Scène 1

Author: jeroenstamgast

SCENE 1

 

De verteller zit in een makkelijke stoel te lezen naast een tafeltje met enige boeken daarop.

 

VERTELLER: O, bent u er al? Ja, u denkt misschien wat zit zij daar nou te doen? Nou, ik zit te lezen. Ik heb hier vier boeken die over Tijl Uilenspiegel gaan. Inderdaad, een beetje veel is het wel. Maar ze zijn alle vier verschillend.  Deze bijvoorbeeld is eigenlijk meer een prentenboek. Op de ene bladzijde een tekening en op de andere een stukje tekst. Echt voor kleinere kinderen maar wél leuk.
Dit is ook een mooie:  “Schelmse streken en snakerijen van Tijl Uilenspiegel”. Zo’n typisch ouderwets kinderboek uit de jaren ’50.
Dit is een modernere versie uit de “Wenteltrap” serie. Dat is een serie voor kinderen die moeite hebben met lezen.
En dit is écht een aparte: geschreven door ene Stenri van Daele. Die heeft het boek dat Charles de Coster zo’n 150 jaar geleden geschreven heeft, opnieuw bewerkt voor de serie “Averbode klassiekers”.
Tijl Uilenspiegel is eigenlijk de held uit een oud Duits volksboek dat aan het begin van de 16e eeuw verscheen. Rond 1525 werd het in het Nederlands vertaald. Tijl Uilenspiegel is een jongeman die voor niemand bang is en iedereen al lachend een spiegel voor houdt. Uilenspiegel betekent “Ik ben uw spiegel”. Vele jaren was dit een geliefd en veel gelezen verhaal.
Charles de Coster schreef over deze Tijl Uilenspiegel in 1867 een nieuw boek. Alleen laat hij zijn held geboren worden in Damme, een plaatsje in de buurt van Brugge. Het verhaal speelt zich af tijdens de 80-jarige oorlog. Hij laat Tijl Uilenspiegel eigenlijk strijden voor een vrij België. Ook in dit boek komen allerlei grappen en grollen voor maar er gebeuren ook hele erge dingen die in de drie andere boeken waar ik het over had, niet voorkomen. Trouwens, ook de andere boeken verschillen onderling sterk.

Ons toneelstuk dat u zo meteen gaat zien, zou u dus ook kunnen beschouwen als een van de vele versies die er over de volksheld Tijl Uilenspiegel bestaan. Wij hebben gekozen voor een gezellige versie omdat we met groep 8 gezellig willen afsluiten.
Af en toe zal ik u tussen de scènes door iets vertellen over de serieuze versies omdat het misschien toch wel interessant is om te weten. Maar laat uw plezier er niet door bederven.

Ik wens u veel plezier met “Tijl Uilenspiegel” !

 

SCENE 1

 

Moeder zit in de woonkamer sokken te breien.

 

MOEDER:  Tijl! Kom je je bed nog eens uit!

TIJL:  Ja ja.

MOEDER:  Nou, kom dan!

TIJL:  Ja ja.

MOEDER:  Ik zie je nog steeds niet. Schiet op!

TIJL:  Ja ja.

MOEDER:  En zeg niet de hele tijd “Ja ja” !

TIJL:  Goed goed.

MOEDER:  En als je nou niet…O, daar ben je dan.

TIJL:  Wat kijkt u verrast. Ik had toch gezegd dat ik zou komen.

MOEDER:  Ga eens even zitten,Tijl. Ik wil eens serieus met je praten.

Tijl:  Dat is goed. Weet u het verschil tussen een schoolmeester en een kanariepiet?

MOEDER:  Nee, en ik wil het niet weten ook. Wees nou eens één keer serieus.

TIJL:  Goed, zeg maar wat u dwars zit.

MOEDER:  Dat weet jij ook wel, Tijl.

TIJL:  Dat is waar. Nou, dan ga ik maar weer eens.

MOEDER:  Nee, je blijft hier! We zouden serieus praten.

TIJL:  Maar we weten toch allebei wat u dwars zit. Dan zijn we toch uitgepraat.

MOEDER:  Tijl! Serieus!

TIJL:  Goed dan. Ik luister.

MOEDER:  Sinds je vaders dood heb je allerlei baantjes gehad en op de een of andere manier heb je het met die flauwe grappenmakerij van je overal voor elkaar gekregen dat je er binnen de kortste keren weer uitgegooid werd. Zó kan het niet langer. Dat moet nu maar eens over zijn.

TIJL:  Nou, dat is het ook. Er is niemand in de stad die mij nog als knecht wil hebben. Dus dan is het vanzelf over.

MOEDER:  Er is aan de andere kant van de stad op de van Lennepweg een nieuwe kleermaker gekomen. Ik heb hem gesproken. Je mag daar komen werken tegen kost en inwoning. Dan kun je daar het kleermakersvak leren.

TIJL:  Maar ik wil helemaal geen kleermaker worden.

MOEDER:  Wat wil je dan?

TIJL:  Dat weet ik niet.

MOEDER:  Zo lang jij niet weet wat je wilt worden, word jij maar kleermaker. Toe, Tijl. Doe het dan voor mij.

TIJL:  Nou, goed dan. Maar alleen om u een plezier te doen, hoor.

MOEDER:  Dank je, Tijl. Nou, veel succes met je nieuwe baan. Verpruts je het deze keer niet?

TIJL:  Nee moeder. Nou, tot ziens dan maar, hè. En kijk niet zo bezorgd. Het komt heus wel goed, moeder.

 

Tijl gaat weg. Moeder kijkt hem na, pakt haar sokken en breinaalden en verdwijnt ook van het toneel.
Op een ander gedeelte van het podium komt de kleermaker binnen met naald en draad en een kledingstuk en gaat in kleermakerszit op de tafel zitten. Tijl komt de winkel binnen.

 

KLEERMAKER:  Wat kan ik voor je doen, jongeman?

TIJL:  Nou, het is geloof ik de bedoeling dat ik iets voor ú ga doen. Ik ben de nieuwe knecht. Mijn moeder heeft u daarover gesproken.

KLEERMAKER:  Ach ja, dat arme mensje. Hoe heet je ook al weer?
TIJL:  Tijl Uilenspiegel meneer.

KLEERMAKER:  Zo zo. Kun jij knopen aan een jas zetten, Tijl?

TIJL:  Nee meneer. Maar ik kan het wél leren.

KLEERMAKER:  Kun jij een scheur in een broek maken?

TIJL:  O, dat kan ik wél.

KLEERMAKER:  En hoe doe je dat dan?

TIJL:  Dan pak ik een schaar, knip daarmee een klein stukje in de  broek en dan scheur ik hem met mijn handen verder open. Dan heb ik een knappe scheur gemaakt, dacht ik zo.

KLEERMAKER: Ik hoor het al: gevoel voor humor dus. Nou ja, laat ik het maar eens met je proberen.

TIJL: Dan heb ik zelf ook nog twee vragen. Ten eerste: wat is mijn loon eigenlijk?

KLEERMAKER: Loon? Je komt hier om een vak te leren en dan durf jij om loon te vragen? Wees blij dat ik je niet voor je opleiding laat betalen!

TIJL: O. Nou, dan heb ik nog een tweede vraag: hoe laat eten we?

KLEERMAKER: Hm, je honger naar eten is groter dan je honger om iets te leren, hoor ik al. Nou, je boft. We gaan zó eten. Kom maar mee dan zal ik je aan mijn vrouw voorstellen. Maar denk erom: geen grapjes en wees beleefd tegen haar want ze is gauw boos.

 

Tijl en de kleermaker gaan af, de vrouw gaat de tafel dekken. Even later komen Tijl en de kleermaker binnen.

 

KLEERMAKER: Dag lieverd. Dit hier is Tijl Uilenspiegel, de nieuwe knecht waar ik het gisteren over had.

VROUW: Zo, dat is hem dus. Ik dacht dat je het gisteren over een flinke knecht had…

KLEERMAKER: O, maar hij is een flinke werker, hoor lieverd.

VROUW: Nou, hij lijkt me meer een flinke eter dan een flinke werker als ik hem zo zie. Nou ja, hij boft dat ik al rekening met hem gehouden heb met het eten. Wijs hem zijn plaats maar.

KLEERMAKER: Goed lieverd. Ga hier maar zitten, Tijl.

TIJL: (fluistert) Is ze altijd zo humeurig?

KLEERMAKER: Alleen doordeweeks hoor. Op zondag…

Vrouw: We eten vandaag vis. Zo, die is voor jou en deze is voor mij. O ja en deze is voor jou.

Eet smakelijk.

 

Tijl heeft een heel klein visje gekregen.

 

TIJL: Ahum. Eh, kan het zijn dat…

VROUW: Ik zei: eet smakelijk!

Tijl: (fluistert zogenaamd met het visje)

VROUW: Wat ben jij aan het doen?

TIJL: O, ik praat met mijn vis.

VROUW: Praten met een dode vis? Ben jij niet helemaal goed bij je hoofd soms?

TIJL: (fluistert verder)

VROUW: En wat heeft hij dan te vertellen, die vis van jou?

TIJL: Mijn oom was zeeman en hij is op een keer niet teruggekeerd van een zeereis. En nou vroeg ik aan mijn vis of hij hem soms ergens gezien had op de bodem van de zee. Maar mijn vis zegt dat hij nauwelijks de kans heeft gehad om de zee te verkennen omdat hij vlak na zijn geboorte gevangen werd.

VROUW: Ga jij eens even op de gang staan, grapjas. Ik moet iets met je baas bespreken.

 

Tijl verlaat het toneel.

 

VROUW: Volgens mij vindt die knecht van jou dat zijn vis te klein is.

KLEERMAKER: Nou ja, lieverd. Zijn vis is inderdaad een tikje aan de kleine kant. Vind je zelf ook niet?

VROUW: Nee, je moet tevreden zijn met wat je krijgt vind ik. Ik wil dat je die brutale aap ontslaat. Nu meteen!

KLEERMAKER: Maar lieverd, ik…

VROUW: Nu meteen, zeg ik!

KLEERMAKER: Ja maar, lieverd. Zou je dat liever niet zélf doen? Jij kan dat zo goed.

VROUW: Wie is hier de baas: jij of ik?

KLEERMAKER: Ja maar…

VROUW: Nee, ik wil een antwoord op mijn vraag: wie is hier de baas: jij of ik?

KLEERMAKER: Eh, ik?

VROUW: Juist! Dus jij gaat hem nú ontslaan. En snel een beetje!

 

De kleermaker sloft naar de deur.

 

KLEERMAKER: Tijl, mijn vrouw…ik bedoel, ik…Hé, waar ben je? Tijl! Tijl!  Hij is er niet meer.

VROUW: Zie je wel. Geen knip voor zijn neus waard, die wegloper. Kom, we gaan maar weer eens aan het werk.

KLEERMAKER: Ja, lieverd.

 

Ze verlaten het toneel. Ondertussen is de moeder van Thijs in de weer met stoffer en blik.

 

TIJL: Dag moeder, hier ben ik weer.

MOEDER: Ben je nu al ontslagen? Zo kort heb je er nog nooit over gedaan.

TIJL: Maar ik heb deze keer een besluit genomen. Ik trek de wijde wereld in. Ik wil een nieuwe start maken.

MOEDER: Ja, maar jongen. Ik wil je niet kwijt.

TIJL: En ik u ook niet. Maar in deze stad lukt het me niet. Ergens anders, waar ze me niet kennen, kan ik opnieuw beginnen. Ik beloof u dat ik veel geld ga verdienen. Als ik terug kom, ben ik een rijk man en dan hoeft u nooit meer zorgen te hebben over uw oude dag. Ik zal dan voor u zorgen.

MOEDER: Wanneer ga je dan?
TIJL: Nu meteen moeder, anders bedenk ik me nog.

MOEDER: Doe je voorzichtig, jongen?
TIJL: Ja moeder. Tot ziens.

 

Tijl omhelst zijn moeder en gaat af, gevolgd door een hoofdschuddende moeder.