Archive for september, 2012

Uit

Author: jeroenstamgast

Het was in de tijd dat ik nog voor jong en jolig doorging.
Het leven was bedoeld om plezier te maken
Althans, dat probeerde ik dan maar.
Mijn 14 maanden militaire dienst zaten erop en ik was weer aan het werk.
Ik kon dus wel wat jolijt gebruiken.
De bardancing in Castricum waar ik vroeger op zaterdagavond met vrienden vaak naar toe ging, bleek tijdens mijn afwezigheid veranderd in een speeltuin voor jongens en meisjes van 16.
Zo voelde dat voor mij als twintiger in ieder geval.
Dan maar mijn heil gezocht in sociëteit Progress  in Heemskerk, wat ik niet lang daarvóór nog als “oudere jongerentent” beschouwde.
Tot mijn verbazing kwam ik veel leeftijdgenoten tegen.
Progress was een houten gebouwtje in L-vorm met een voorbar, een achterbar en een dansvloertje waarop ik mij liever niet vertoonde.
Ik was toch al nooit een liefhebber van dansen geweest maar na een grappig bedoelde opmerking van een vriend dat mijn manier van dansen hem deed denken aan het inparkeren van een oude Russische vrachtwagen en de daarop volgende instemming van alle aanwezigen, was de lol er voor mij wel helemaal af.
Ik zette mij dus op enige afstand van het dansvloertje aan de matig bezette bar.
Het was vroeg op de avond en de echte drukte moest nog beginnen.
Ik bestelde een berenburgertje en staarde wat voor me uit, onderwijl naar de muziek luisterend die nog niet zo hard stond.
Langzaamaan druppelden de bezoekers binnen en er ontstond enige gezelligheid.
Ik vroeg me af waar mijn kameraden gebleven waren waar ik vroeger mee op pad ging.
Eigenlijk wist ik het wel: ze hadden verkering gekregen en gingen niet meer zo veel uit of in ieder geval anders.
Ik keek nog eens om me heen.
De meeste mensen hier waren duidelijk op zoek.
Er werd veel gelachen en gedronken en ook het dansvloertje werd inmiddels bezocht.
Plotseling sprak iemand me aan.
“Is deze kruk vrij?” vroeg een knappe vrouw van in de dertig.
“Ja hoor,” zei ik en schoof iets opzij zodat ze er beter bij kon.
Ineens herkende ik haar.
Ik had haar op 19 jarige leeftijd eens ontmoet op een feestje.
Onweerstaanbaar aantrekkelijk maar ook volslagen onbereikbaar voor mij.
Veel te mooi en veel te ervaren.
Ze bestelde een rosétje en keek wat om zich heen.
“Ben jij soms Marjan?” vroeg ik en schrok van mezelf.
Ze keek me onderzoekend aan met haar mooie grote ogen.
“Ja, ken ik jou ergens van?”
Nee, natuurlijk niet, dacht ik.
Jongetjes als ik zag jij toen niet staan.
“Nou, ik heb je ooit eens ontmoet op een feestje, jaren geleden.”
Ze bekeek me eens goed en ik voelde me inderdaad erg bekeken.
Had ik mijn mond maar gehouden!
“Je hebt wel iets bekends,” loog ze. “Waar was dat dan?”
Ik vertelde haar wat ik nog wist en zocht ondertussen naar een manier om op waardige wijze de aftocht te blazen.
“Ja, nou weet ik het weer! Jij bent Jurriaan maar je had toen nog geen baard.”
”Dat van die baard klopt maar ik heet Jeroen.”
Ze keek me lachend aan.
“Je ziet er nu veel leuker uit.”
Dat is dan in ieder geval iets, dacht ik en hoopte maar dat ze gauw een echte bekende tegen zou komen.
“Op dat feestje heb ik mijn latere ex-man ontmoet,” vervolgde ze. “Maar ik ben sinds kort gescheiden.”
Er viel een stilte die gelukkig door de steeds luider klinkende muziek opgevuld werd.
“Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik alleen uit ga. Mijn vriendinnen zijn allemaal getrouwd of wonen samen en je wilt er toch ook wel eens uit,” vervolgde ze.
“Mijn vrienden hebben ook allemaal verkering,” zei ik en wou dat ik wat originelers te vertellen had.
“Dat schept dan een band,” lachte ze. “Kom je hier vaak?”
“Niet zo veel. Wil je nog wat drinken?”
Dat wilde ze wel en een paar drankjes later waren we, ondanks de aanzwellende muziek, zowaar in een levendig gesprek gewikkeld.
Ze leek me steeds leuker te gaan vinden en legde af en toe een hand op me tijdens het vertellen.
Ik voelde me gevleid maar begon me steeds meer af te vragen waar dit op uit moest lopen.
Een meisje, half achter me, boog zich over me heen om iets te bestellen bij de barkeeper achter de bar.
“Hai Jeroen,” groette ze enthousiast en leunde zwaar op mijn schouder bij het bestellen.
Ik groette vriendelijk terug en vroeg me af waarom ze zo enthousiast deed want de vorige keer dat ik haar gesproken had, was ze heel afstandelijk geweest.
“Help je me even dragen?” vroeg ze, toen een omvangrijke bestelling op de bar werd gezet.
“Ik ben zó terug,” zei ik gauw nog even laf tegen Marjan. “Er zijn een paar vrienden van me daar.”  
Snel pakte ik de glazen, vermeed haar aan te kijken en volgde Anouk, die helaas richting dansvloertje ging.
Tot overmaat van ramp stond daar ook Yvonne met wie ik een verre van geslaagde kortstondige relatie had gehad.
“Wat kom jij hier doen?” vroeg ze vijandig.
“Alleen maar wat glazen voor jullie brengen. Ik ben zó weer weg.”
Wat een gedoe allemaal!
Anouk was inmiddels aan het dansen geslagen met een vlotte jongen.
Een ander meisje stond vlak bij me uitnodigend te dansen maar ik prakkezeerde er niet over om mijn denkbeeldige oude Russische vrachtwagen uit de denkbeeldige garage te rijden.
Ik begon me steeds meer af te vragen wat ik hier in ’s hemelsnaam te zoeken had.
Ik wurmde me door de menigte tot een paar meter verderop  en stond tussen allemaal onbekende mensen, die kennelijk veel plezier hadden.
De muziek schetterde inmiddels op een niveau dat praten bijna onmogelijk maakte.
Misschien was het maar beter om naar de achterbar te gaan waar in ieder geval nog een gesprek mogelijk was, voor het geval ik daar nog zin in zou hebben.
Ik worstelde me door de menigte en zorgde er voor in een wijde boog om Marjan heen te schuifelen, die gelukkig met iemand anders aan het schreeuwen was.
Zwetend bereikte ik de achterbar waar ik dan nog maar een berenburgertje bestelde.
Peinzend keek ik om me heen en mijn gedachten dwaalden af.
Ik dacht aan mijn vader die mooie schilderijen maakte en in allerlei cultuuruitingen geïnteresseerd was en aan mijn moeder die het ene boek na het andere las.
En hier stond dan hun oudste zoon, doelloos om zich heen te staren in een orgie van zinloosheid.
Morgen zou ik mijn gitaar maar weer eens ter hand nemen en flink gaan oefenen.
Volgende week had ik gelukkig weer een optreden met de jongens en maandag waren er weer de kinderen van mijn klas die een enthousiaste onderwijzer verwachtten.
Tijd om te gaan!
Ik betaalde mijn rekening en fietste snel naar huis.
Thuisgekomen, gleed mijn blik nog even over de boeken in mijn boekenkast, waarna ik in bed stapte en me verbeeldde tevreden in te slapen.
Uit!

 

hoofdstuk 9

Author: jeroenstamgast

Het is al weer enige weken later als Johan, Barend en Maaike in de stamkroeg van Barend zitten om de goede afloop te vieren.
“Ik moet zeggen Johan, dat je een leuk restaurantje uitgezocht hebt,” zei Barend tevreden.
“Ik heb heerlijk gegeten.”
“En veel!” vulde Maaike aan. “Die arme obers konden het gewoon allemaal niet aanslepen wat jij allemaal bestelde.”
“Nou ja, dan hebben ze in ieder geval eer van hun werk gehad,” beëindigde Johan de discussie die dreigde te ontstaan.
“En ik had nog wat in te halen,” vervolgde Barend. “Zo geweldig was dat eten bij de Luxemburgse politie nou ook niet.”
“Maar waarom hielden ze jullie dan zo lang vast?” vroeg Maaike.
“Ze vertrouwden ons niet zo erg,” vertelde Johan. “Ze hadden dan wel dat anonieme telefoontje van Wilhelm gehad zodat ze ons tegemoet reden maar verder waren we net zo verdacht als de rest. Tenslotte hadden we gewoon ingebroken en waren we in het bezit van een pistool. Pas toen we ze ervan overtuigd hadden dat het ons om de beloning en het avontuur te doen was geweest, werden ze wat vriendelijker.”
“Maar zelfs toen vond ik ze nog knap vervelend,” bromde Barend.
“Nou ja, je was zelf ook niet erg vriendelijk. En die brief van Wilhelm die ze wilden zien, was spoorloos verdwenen. Dat was natuurlijk ook vreemd. En toen de politie ging zoeken op de plek waar we ze ontmoetten omdat je daarvóór de brief nog had, heb je nauwelijks meegewerkt.”
“Omdat ik alles onzin vond,” mopperde Barend.
“Maar waarom wilde je na onze vrijlating persé nog eens kijken daar?”
“Gewoon, omdat ik aan mezelf begon te twijfelen. Een soort nieuwsgierigheid zou je kunnen zeggen.”
“En, heb je die brief nog gevonden?” vroeg Maaike.
“Nee,” antwoordde Barend. “En dat is vreemd want toen deed ik wél mijn best om hem te vinden.”
“Dat kun je wel zeggen,” zei Johan. “Je was er niet vandaan te slaan. Bovendien zocht je ook nog op een andere plek.”
Barend nam een slok van zijn bier.
“En een dorst dat je krijgt van al die verhoren! Ik heb het hele verhaal geloof ik wel honderd keer verteld. En de politie alles maar natrekken.”
“Ja, ze hebben mij ook gebeld over die aanrijding die ik had met die begrafenisauto,” zei Maaike. En ik weet dat ze Johans werk hebben gebeld en misschien nog wel andere mensen.”
“Tja,” zei Johan. “En dan te bedenken dat de beloning die we krijgen ook nog tegenvalt.”
“Maar daar heb ik iets op gevonden,” zei Barend. “Het enige wat ik wil hebben van die beloning, is mijn salaris dat ik nog tegoed had. De rest is voor jou.”
“Dat wil ik niet, hoor. We delen alles eerlijk,” protesteerde Johan.
“Geen sprake van! Zonder jou had ik niets gehad. Bovendien zal ik nooit vergeten hoe je echt je leven voor mij gewaagd hebt om me te bevrijden. Ik ga nog even een drankje halen om de goede afloop te vieren.”
Barend stond resoluut op en verdween naar de tap.
“Een rare vent, die oom van je,” vond Maaike. “Aan de ene kant is hij lomp en onbehouwen maar aan de andere kant toch ook wel gevoelig, geloof ik.”
“Toch heb ik het gevoel dat hij iets achterhoudt,” peinsde Johan. “En dat heeft volgens mij te maken met die brief van Wilhelm. Ik maak me namelijk sterk dat hij die brief, toen we later nog eens gingen zoeken, wel degelijk gevonden heeft. En als ik echt kwaad wil denken, vermoed ik dat hij in die verwarrende momenten van onze ontmoeting met de politie, tijd heeft gevonden om die brief te verstoppen. En dat heeft op de een of andere manier dan weer te maken met het feit dat hij die beloning niet wil hebben.”
“Denk je dan dat er iets méér was dan die brief alleen?” vroeg Maaike.
“Ja,” zei Johan. “Maar ik heb besloten om er niet verder op in te gaan. Soms is het beter om iets maar niet te weten.”
“Dat ben ik van jou niet gewend,” lachte Maaike. “Je bent wel erg op hem gesteld, hè?”
“Ja, maar op jou nog veel meer,” zei Johan en gaf haar een dikke zoen.
Barend zat ondertussen, met zijn broek nog aan, op de rand van de wc.
“Even een ogenblik voor mezelf,” mompelde hij en ontvouwde een prop papier waar nog iets in zat ook.
Rare vent, die Wilhelm, dacht hij. Neem nou zo’n brief met inhoud. Dat had hij niet hoeven doen.
Hij las het p.s. nog eens: ‘voor alle zekerheid doe ik twee diamanten bij de brief. Jullie zien maar wat je ermee doet.’
Barend stopte de diamanten in zijn broekzak, verscheurde de brief tot kleine snippertjes, gooide deze in de wcpot en trok vervolgens door.
Soms moet je iemand tegen zichzelf beschermen, dacht hij. Johan is zo irritant eerlijk dat hij die diamanten beslist niet zou willen hebben. Maar hij is niet vies van geld. Nou heeft hij in ieder geval nog een flinke beloning doordat hij verder niet met mij hoeft te delen. Trouwens, volgens mij vermoedt hij iets, al praat hij er niet over. En wie zwijgt stemt toe, tenslotte. Je moet alles niet moeilijker maken dan dat het al is.
Barend bestelde de drankjes en wandelde terug naar de tafel waar Johan en Maaike in een gezellig gesprek verwikkeld waren.
“Als ik even storen mag,” begon Barend. “Dan wil ik graag een toast uitbrengen op de goede afloop en op jullie twee natuurlijk.”
Johan hief het glas en zei plechtig, terwijl hij Barend doordringend aankeek: “En ik toast op het gezegde ‘eerlijk duurt het langst’”
Er viel een stilte waarbij Johan en Barend elkaar aankeken en die pijnlijk geworden zou zijn als Maaike niet had ingegrepen.
“En ik toast gewoon op de vriendschap.”
Hierin kon iedereen zich vinden.                                                                                               De glazen werden hartelijk geklonken en dit was de voorbode van een gezelligheid die tot in de kleine uurtjes zou duren.

 

De uitslag

Author: jeroenstamgast

 

 

De dokter vloekt en tiert inwendig

Om de uitslag

Maar brengt de kleuter rustig

Zijn bericht

 

Ernstig luistert zij

Haar knuffel vast omklemd

En lijkt doorschijnend

In het vale licht

 

De ledematen vallen doelloos

Langs het mager lijf

Haar horizon

Vernauwt zich reeds

 

Zij begrijpt het nu

Voor haar geen later als ik groot ben meer

Want zij heeft

Haar moeders AIDS

 

 

 

 

mei 1996